Opinie

    • Frits Abrahams

Hoeveel heeft King bereikt?

De vraag keerde steeds terug bij de herdenking van de dood van Martin Luther King: had hij nu wel of niet veel bereikt voor zwart Amerika? De meningen bleven verschillen.

Barack Obama zei op video: „Het Amerika van nu is vrijer en rechtvaardiger dan dat van King.” John Lewis, burgerrechtenicoon, op de bijeenkomst in Memphis: „Het is een voortgaande strijd.” Een blanke rooms-katholieke priester, Michael Pfleger uit Chicago, op dezelfde bijeenkomst: „Haat en racisme hebben een nieuwe kans gekregen door deze president. (…) Dit is een land waar zwarte mensen nog steeds geen leven hebben en grote armoede kennen. Gaan we de duisternis bestrijden? Laten we het gif uit de haat halen die in de bloedstroom van Amerika zit. Of worden we handlangers van Kings moordenaars?”

In al dat retorische vuur viel de nuchtere vaststelling op van een anonieme zwarte vrouw uit het publiek: „Er is nog segregatie en veel armoede. Het Beloofde Land van King is er nog niet.”

Die bijeenkomst in Memphis, door de NOS live uitgezonden na middernacht, viel mij als tv-kijker tegen. Misschien was dat laatste uur niet representatief voor de hele herdenking, maar dat zou je toch wel mogen verwachten van het slotakkoord. Dat zag er rommelig uit, alsof er in een sfeerloze buitenwijk inderhaast wat sprekers en muzikanten waren opgeduikeld.

Waarom kon Obama er niet zelf bij zijn? Hij zou meer indruk hebben gemaakt dan de pathetische Jesse Jackson. En heeft de zwarte Amerikaanse muziek niets beters te bieden dan Al Green, die al veertig jaar over zijn hoogtepunt heen is?

Ik moest denken aan de zwarte Amerikaanse schrijver James Baldwin, die alweer ruim dertig jaar dood is. Zijn genuanceerde geluid zou op de herdenking in Memphis niet overbodig zijn geweest. Baldwin en King hebben elkaar nooit goed leren kennen, ze zijn elkaar alleen op vliegvelden en bijeenkomsten tegengekomen. Baldwin respecteerde King, maar hij twijfelde aan de effectiviteit van diens geweldloze activisme. Al die petities, geldinzamelingen en marsen, ze zullen niemands lot veranderen, klaagde Baldwin eens tegen een vriend.

Hollywood-producenten vroegen Baldwin kort na de dood van King of hij een script over diens leven zou willen schrijven. Baldwin antwoordde dat hij daarvoor te dichtbij Malcolm X stond, een veel agressievere activist dan King. Baldwin nam een delicate positie in het zwarte activisme in: te weinig duif voor King en niet genoeg havik voor de Black Panthers.

In zijn essaybundel Notes of a Native Son schrijft Baldwin dat in de geest twee gedachten tegenover elkaar staan: de gedachte om het leven te aanvaarden zoals het is, zonder rancune, en de gedachte om alle onrechtvaardigheden met volle kracht te bestrijden. Tegelijk vindt hij dat zijn hart vrij moet blijven van haat en wanhoop. „Haat, die zoveel kon vernietigen, zou nooit nalaten om de hater zelf te vernietigen, en dat was een onveranderlijke wet.”

Mooi geschreven, maar hoe voorkom je dat je vernietigd wordt voordat de hater zichzelf vernietigt? Kan softheid misschien ook een vorm van zelfvernietiging zijn, en is rancune soms een onvermijdelijke vorm van zelfbescherming?

Misschien is dat Beloofde Land van King wel onbereikbaar.

    • Frits Abrahams