‘Het Nederlands gaf mij kansen in het leven’

Het vertalershuis (afl. 5 en slot)

Hoe kijken buitenlandse vertalers naar Nederlandse literatuur? In de laatste aflevering: hoe een vertaling ongewild literairder klinkt.

Foto’s Brigit Kooijman

Als om het stereotiepe beeld van de bourgondische Fransman te bevestigen, slooft Daniel Cunin (54) zich uit in de keuken en schenkt wijn uit zijn van thuis meegebrachte voorraad. Zijn gast, de Chinese Jacklyn Jiang (33) – ze hebben elkaar vorig jaar in het Vertalershuis leren kennen – heeft de voorgerechten gemaakt. Schrijfster Vonne van der Meer is eind van de middag komen aanwaaien. Cunin, die meerdere boeken van haar in het Frans vertaalde, wist dat haar nieuwe roman-in-wording zich deels afspeelt in het Boedapest van de jaren vijftig. Hij tipte haar over de workshop voor Hongaarse vertalers, vandaag in de bibliotheek van het Vertalershuis; om wat scènes scherper te krijgen. En zo geschiedde.

Heen en weer snellend tussen oven en fornuis vertelt Cunin hoe twee knappe Nederlandse meisjes die hij ruim dertig jaar geleden leerde kennen in Aix-en-Provence, waar hij rechten studeerde, een hevige verliefdheid in hem ontstaken. „Nederland was voor mij, zoals Baudelaire zei, het China van Europa. Álles was anders. De taal, de cultuur, de mentaliteit, het landschap.” Hij woont nu in Brussel, ook daar mist hij Nederland soms. „België lijkt in bijna niets op Nederland. Nee, ook Vlaanderen niet.”

Een vriendschap zou je het zeker wel kunnen noemen, tussen de schrijfster en haar Franse vertaler, ook al zien ze elkaar niet zo heel vaak. Van der Meer: „Ik vind het ontzettend fijn om met mijn vertalers te praten, ze zijn de beste lezers van mijn werk. Net als ikzelf laten ze ieder woord door hun hoofd gaan.” Cunin geniet op zijn beurt van de „diepe contacten” die hij heeft met de auteurs wier werk hij vertaalt. En van de waardering die hem ten deel valt, ook in Frankrijk. „Ik ben bevriend geraakt met bekende Franse schrijvers en dichters. Dat had ik vroeger nooit kunnen denken.”

Een boerenzoon uit de Vogezen, met bijbehorende tongval, moet het niet te hoog in zijn bol hebben in Frankrijk, zegt hij. Dan gaan er deuren dicht. „Anders dan in Nederland, heeft in Frankrijk de elite het nog steeds voor het zeggen. Dankzij het Nederlands heb ik kansen gekregen die ik anders nooit zou hebben gehad. Zo heeft de Taalunie ervoor gezorgd dat ik tien jaar lang Nederlandse les kon geven aan de Sorbonne.”

Tijdens de afwas vertelt Vonne van der Meer: „Daniel maakt mijn boeken hier en daar iets literairder.” Hij: „Zo direct als jij het soms opschrijft, dat kan in het Frans niet. Dat geldt overigens voor de hele Nederlandse literatuur. Dat komt door allerlei verschillen tussen de twee talen. Neem al die korte woordjes in het Nederlands – nog, wel, even, dan, maar, en – die zijn in het Frans vaak alleen goed te vertalen met creatief gebruik van de syntaxis. Daardoor lijkt het Frans literairder.”