Opinie

    • Caroline de Gruyter

Grenzen bestaan niet, behalve voor Europol

Je hoort soms mensen zeggen dat Europa ingewikkeld is, onbegrijpelijk voor de gewone man. Maar lees dan het interview met de vertrekkende directeur van het Europese politieagentschap Europol in Den Haag, Robin Wainwright, met Politico deze week – en je ziet dat het eigenlijk best simpel is. Alles wat lidstaten samen willen doen, doen ze samen. Alles wat ze niet samen willen doen, blijft nationaal. Als er een wil is, kortom, is er een weg. Helaas is de keus van Europese landen voor wat ze samen willen doen, niet goed afgestemd op wat ze samen zouden móeten doen. En daar beginnen de problemen.

Wainwright zit nu negen jaar bij Europol. Hij vertrekt in mei. Een goed moment om de balans op te maken van wat er wel en niet goed werkt. Wat steeds beter gaat, zegt hij, is terrorismebestrijding. Ten tijde van de aanslagen in Brussel, in maart 2016, hadden nationale veiligheidsdiensten zesduizend keer informatie in het Europol-databestand gestopt – over terugkerende jihadi’s, bijvoorbeeld. Nu, twee jaar later, zijn er een half miljoen entries.

Hoe dat komt? Er zijn een paar zware terreuraanslagen geweest in Europa. Burgers willen veiligheidsgaranties. Dus zetten regeringen eindelijk druk op nationale veiligheidsdiensten om beter samen te werken. Het Europees parlement verruimde in 2016 de bevoegdheden van Europol. Daardoor kan het agentschap meer onderzoek doen en meer antiterrorismeoperaties uitvoeren – in 2017 waren er 439 operaties, 127 meer dan het jaar ervoor.

We richten grote schade aan als we blijven ontkennen dat dat er geen nationale oplossingen bestaan voor Europese problemen.

Maar de strijd tegen financiële fraude en witwassen loopt volgens Wainwright, die vroeger bij de Britse MI5 werkte, voor geen meter. Landen hebben in Brussel gestemd voor strenge wetgeving tegen fraude en witwassen, waarin in de EU zeker 30 miljard euro per jaar omgaat. Banken geven een vermogen uit om transacties te checken. Maar die gegevens gaan de grens amper over. Niemand verplicht nationale toezichthouders om ze uit te wisselen, of geregeld te vergaderen. Nederland en het VK zijn bijna de enigen die wél informatie beschikbaar stellen – het land van vestiging en het land van de directeur. Europol heeft vierhonderd prominente fraudeurs en witwassers redelijk in het oog, maar kan zelden optreden. Criminele transacties slagen, zegt Wainwright, „in 99 procent van de gevallen”.

Dit verhaal spreekt boekdelen. Het zegt iets over Europol, en over hoe de Europese politiek werkt. EU-lidstaten hebben, binnen Schengen, vrolijk de binnengrenzen opgeheven. Iedereen reist vrijelijk door de Schengenzone: burgers, goederen, banken én criminelen. Maar voor toezichthouders, politieagenten, financiële speurders en veiligheidsdiensten blijven nationale grenzen bestaan. Die mogen de grens niet over. Pas als IS aanslagen pleegt en regeringen hun burgers klinkend resultaat moeten laten zien, geven ze toe hoe absurd dit is. Pas met het mes van hun eigen burgers op de keel kiezen zij voor een meer Europese aanpak.

De bankencrisis, eurocrisis en migratiecrisis die we sinds 2008 over ons heen hebben gehad, komen allemaal hiervandaan. We lieten de banken Europees gaan, maar hielden het toezicht nationaal. Pas na de grote bankencrash, die miljarden belastinggeld kostte, kwam er Europees bankentoezicht. We voerden de euro in, maar bleven allemaal onze eigen nationale economische en begrotingspolitiek voeren. Pas toen sommige landen uitgleden, gaven we toe hoe naïef dit was en gingen we wat meer Europees doen. En als we binnen Schengen een Europees asiel- en migratiebeleid hadden opgetuigd, met robuuste grensbewaking, hadden we nu greep gehad op de migratiestroom. Maar nee. In plaats daarvan geven we Brussel de schuld.

Dat is de les van Europol: dat er geen nationale oplossingen bestaan voor Europese problemen. En dat we grote schade aanrichten, óók in eigen land, als we dit blijven ontkennen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter