Viktor Orbán: een vechter die nooit zal stoppen

Premier van Hongarije Viktor Orbán is de machtigste Hongaarse leider sinds de val van het communisme. Held voor de een, corrupte tiran voor de ander. Zondag kan zijn partij opnieuw de grootste worden.

Viktor Orban. Foto Laszlo Balogh/Reuters

Op een bloedhete zomerdag in 2017 scheuren de auto’s van Hongaarse ministers en parlementsleden voorbij paardenkarren en verweerde houten boerderijen in het hart van Roemenië. Ze zijn op weg naar de zomeruniversiteit van Tusnádfurdo, een piepklein kuuroord in wat ooit de oostelijke punt van het Hongaarse territorium was. Hier, op een weide tussen beboste heuvelflanken, ontvouwt premier Viktor Orbán, de machtigste Hongaarse leider sinds de val van het communisme, elk jaar zijn visie op mens en samenleving.

In een gifgroen hemd met opgerolde mouwen vertelt Orbán zijn publiek over de strijd tussen goed en kwaad die het campagnejaar tot de parlementsverkiezingen van zondag 8 april zal bepalen: „Een strijd tussen de politieke vertegenwoordigers van de mondiale elites en politieke leiders en landen met patriottische gevoelens”.

De toehoorders knikken mee met hun grijzende leider terwijl ze bier, palinka-brandewijn en gebraden varkensworsten naar binnen werken. „Hongarije staat aan de goede kant,” verzekert Orbán, „de kant van de patriotten”. Maar in een tijd waarin het hele continent „wordt voorbereid om zijn territorium over te geven aan een nieuw gemengd en geïslamiseerd Europa” kan alleen een stem op Orbán Hongarije voor de patriotten bewaren.

Lees ook: Maakt corruptie Orbán kwetsbaar?

Een held

Het is het soort rede dat de achterban verwacht van de 54-jarige „vrijheidsstrijder”. In zijn dertigjarige politieke carrière kruiste Orbán eerst de degens met de Hongaarse communisten. Daarna kwamen socialisten en liberalen. Nu beschermt hij zijn mensen tegen het „Soros-imperium”, een vermeend netwerk rond de Amerikaanse progressieve filantroop-miljardair George Soros, geboren in een joodse familie in Boedapest. Soros, al decennia het doelwit van internationale samenzweringsdenkers, staat volgens Orbán in het centrum van een „alliantie tegen het Europese volk” met daarin mensenrechtenorganisaties, regeringskritische media, de voltallige Hongaarse oppositie, Europese ambtenaren en de Verenigde Naties. Allen zouden ze Hongarije en Europa willen overspoelen met migranten.

Een boodschap die westerse nationalisten inmiddels evenzeer omarmen als Orbáns Hongaarse fans. Orbán is de eerste Europese premier die zegt dat hij niet wil „dat onze eigen kleur, tradities en nationale cultuur gemengd worden met die van anderen”, hij is de man die een grenshek bouwde en EU-quota voor vluchtelingen resoluut afwijst. „Een held”, noemde zowel PVV-leider Geert Wilders als ex-Trump-adviseur Steve Bannon hem.

Orbán putte energie uit zijn wraakzucht en ging aan het werk om politiek rechts dominant te maken voor lange tijd.

Socioloog István Hegedüs

De Hongaarse oppositie, van links tot extreem-rechts, schildert Orbán af als „corrupte tiran” die verkiezingsoverwinningen gebruikte om een in de EU ongekende persoonlijke macht te vestigen. Hongarije is een „hybride regime”, zeggen ze: een staat met verkiezingen waar iedereen kritiek kan leveren, maar waar één partij het staatsbestel, de rechtspraak, media, economie en cultuur domineert.

Oost-Europese geestverwanten, zoals de Poolse regering, beschouwen het systeem – dat Orbán „illiberale democratie” noemde – als inspiratiebron. Een blauwdruk voor een nieuwe staat met een christelijke, nationalistische leider die breekt met de liberaal-democratische dogmata van het Westen. „Viktor Orbán heeft getoond dat in Europa dingen mogelijk zijn”, verklaarde de leider van de Poolse regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), Jaroslaw Kaczynski, in 2016. „U gaf een voorbeeld en wij leren van uw voorbeeld.”

Lees ook: Rijk worden door God, geluk en Orbán – en dankzij de EU

Een echte liberaal

In 1989 trekt Orbán voor het eerst de aandacht van de wereld. Op het Heldenplein in Boedapest houdt de dan 26-jarige rechtenstudent met een matje in de nek een gloedvolle rede bij de herbegrafenis van Imre Nagy, de door de sovjets geëxecuteerde premier die Hongarije leidde tijdens de opstand van 1956. Voor 250.000 mensen eist hij vrije verkiezingen en terugtrekking van de sovjet-troepen.

Als zoon van een landbouwingenieur en een pedagoge, geboren op het platteland, kreeg Orbán zijn politieke inwijding aan de gerenommeerde ELTE-universiteit in Boedapest. Daar had hij een kamer in het István Bibó-college, een intellectuele vrijhaven waar getalenteerde studenten elkaars afkeer aanwakkerden van het regime van communistisch partijleider János Kádár. In die microkosmos ontstaat de Federatie van Jonge Democraten (Fidesz), een activistische club die de wens voor een open, pluralistische samenleving deelt met mensen als huidig volksvijand George Soros. Soros zou in 1990 Orbáns studiebeurs voor een verblijf aan de Universiteit van Oxford financieren.

„Orbán was een echte liberaal”, zegt socioloog István Hegedüs, die de partij verliet in 1994. Nieuwsgierig bovendien: tot vandaag heeft de premier de reputatie van boekenverslinder. Maar Hegedüs ontwaarde ook al andere trekjes. „Ik vermoedde toen al dat hij de macht die hij had verder zou willen cementeren.”

Viktor Orbán in 1989. Foto AP

„Orbán wilde deel uitmaken van de intellectuele kringen in Boedapest”, zegt András Bozóki, een andere vervreemde ex-partijgenoot, nu hoogleraar politicologie aan de Central European University (CEU) in Boedapest. Maar de elitaire types die na de val van het communisme de liberale politiek domineerden, behandelden hun ambitieuze jonge collega laatdunkend. Orbán hield er een chronische „hekel aan liberalen en intellectuelen” aan over, zegt Bozóki. Maar hij zag ook een leemte op de rechterflank.

Hegedüs: „Hij putte energie uit zijn wraakzucht en ging aan het werk om politiek rechts dominant te maken voor lange tijd.” Toen een eerste regeerperiode in 2002 eindigde in een verkiezingsnederlaag, leerde Orbán een nieuwe les: „Hij was niet sterk genoeg geweest en had zijn oppositie te veel ruimte gegeven.” Jaren van politieke incompetentie en economische crisis sloopten Hongaars links en gaven Orbán een tweede kans. In 2010 zou hij zijn tweederde meerderheid in het parlement gebruiken om de grondwet te herschrijven en het politieke systeem op de schop te nemen.

Om het „morele verval veroorzaakt door de socialisten” terug te draaien, plaatste Fidesz nieuwe mensen in alle lagen van de elite. „Orbán houdt van actie”, zegt Bozóki. „Hij wil de agenda bepalen, tegenstanders niet laten ademen.” Met één partij aan alle knoppen werd Hongarije een land waar velen politieke trouw als voorwaarde voor succes zien.

Bedrijven, culturele organisaties en kerkgenootschappen die zich loyaal opstellen, worden overladen met fondsen. Kritische mensenrechtenorganisaties krijgen te maken met initiatieven zoals het nieuwe ‘Stop Soros’-wetsvoorstel. Dat voorziet in financiële sancties of een werkverbod voor clubs die een bedreiging voor de „nationale veiligheid” zouden vormen door mee te werken aan migratie.

De Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros wordt intens gehaat in rechts-nationalistisch Europa. Lees daarover: De lange arm van George Soros

De publieke omroep en een groeiend aantal commerciële tv-kanalen, radiozenders, kranten en websites in handen van Orbán-getrouwen, versterken het Fidesz-geluid maximaal.

Zo bedient de anti-communistische premier zich van soft-communistische methodes om tegenstanders te fnuiken, stellen liberale critici. Onzin, volgens zijn bondgenoten. „Orbáns hele leven stond in het teken van de vernietiging van alles wat met communisme te maken heeft”, zegt András Lanczi, rector van de Corvinus-universiteit in Boedapest en prominent intellectueel in Orbáns entourage. „De notie groeit dat het liberalisme meer op het communisme is gaan lijken.” In zijn hedendaagse redes gaat Orbán niet langer tekeer tegen Moskou, maar tegen „Brusselse bureaucraten” die met vluchtelingenquota en kritiek op de Hongaarse rechtsstaat de EU zouden „sovjetiseren”.

„Je weet nooit wat hij serieus neemt en wat hij alleen omarmt om propaganda-redenen”, zegt Hegedüs. „Maar ik geloof niet dat hij alleen handelt uit machtshonger. Hij wordt vaak gedreven door ideologie. Wat hem echter interessant maakt, is zijn vermogen om te geloven in het omgekeerde van wat hij voordien geloofde.”

Pauwendans

In zijn strijd voor nationale soevereiniteit gaat Orbán retorisch te keer, aan de onderhandelingstafel is hij inschikkelijker. In wat hij zelf een „pauwendans” noemt drukt hij meer controversiële maatregelen door dan nodig, om een stap terug te zetten als Europese partners dat eisen. Netto krijgt hij vaak wat hij wil.

Zijn gevoel voor compromis is ook zichtbaar in de manier waarop hij het Hongaarse NAVO- en EU-lidmaatschap combineert met toenadering tot grootmachten als China en historische vijand Rusland. In 2014 tekende zijn regering een akkoord met het Russische staatsbedrijf Rosatom om nieuwe kernreactors te bouwen met 10 miljard aan Russische leningen. De deal versterkte de controversiële band tussen Orbán en Poetin, die de afgelopen jaren meermaals Boedapest bezocht. Met onder meer zijn pleidooi voor het opheffen van economische sancties tegen Rusland wekte Orbán het wantrouwen van westerse bondgenoten.

„Hij vecht op alle fronten en denkt dat hij de man is die Poetin en Brussel gebruikt”, zegt Hegedüs. Het geschipper tussen internationale allianties is vaak gericht op het verstevigen van zijn binnenlandse macht, volgens Hegedüs. „Orbán heeft een talent om zijn persoonlijk voordeel gelijk te laten lopen met het nationale belang.”

Dat geldt volgens critici ook voor de klasse van ‘patriottische’ magnaten die Orbán om zich heen verzamelde. Zij plaatsen strategische industrieën zoals de media en de energiesector terug in Hongaars bezit. Tegelijk vergaarden ze een fortuin met overheidsgeld en overvloedige Europese fondsen. Steeds meer zakenlui uit de entourage van de premier worden achtervolgd door corruptie-schandalen, tot vervolging komt het zelden. Politicoloog Bozóki gelooft niet dat het Hongaarse Openbare Ministerie, gerund door een voormalig Fidesz-politicus, fraude op hoog niveau wil onderzoeken. „Fidesz heeft corruptie gelegaliseerd.”

Dat Orbán favoriet is om de verkiezingen te winnen, wijt de oppositie graag aan zijn media-overwicht, cliëntelisme en trucs, zoals het herschrijven van het kiessysteem in het voordeel van zijn partij. Daarbij gaan ze voorbij aan de aantrekkingskracht die Orbán heeft op zijn basis, ruwweg een kwart van de bevolking.

Orbán gebruikte milde economische groei voor uitgaven die de Hongaarse middenklasse en bejaarden ten goede komen. Hij biedt zijn electoraat stabiliteit na decennia van sociale omwentelingen en economische crises. En hij belooft de gekrenkte nationale trots te herstellen.

„Niet sinds Trianon stond onze natie zo dicht bij het herwinnen van zijn zelfvertrouwen en vitaliteit”, zegt Orbán op de zomeruniversiteit in Roemenië. Het verdrag van Trianon leidde in 1920 tot de verdeling van 70 procent van het Hongaarse grondgebied, inclusief Tusnadfurdo, onder de buurlanden. Vlaggen, kaarten en bumperstickers met de contouren van het pre-Trianon Hongarije confronteren de Hongaren nog dagelijks met hun verlies. Maar als kiezers zich een speelbal voelen van oncontroleerbare internationale krachten, verzekert Orbán hen dat ze in hem een beschermheer hebben.

Grootste veldslag

„In de afgelopen dertig jaar hebben we veel grote veldslagen gevochten”, verklaarde Orbán aan de vooravond van de verkiezingen. „Maar onze grootste veldslag gaat nu beginnen.”

De Hongaarse politiek is de oppermachtige Orbán gaan vervelen, luidt een populaire analyse onder politieke insiders in Boedapest. Volgens hen kan alleen een grotere rol op het internationale toneel zijn ambities bevredigen. Het rijzende nationalistische tij zou hem daarin sterken. Rector Lánczi: „Hij stond alleen met zijn grensmuur. Die herinnerde Oostenrijkse politici zelfs aan de ‘nazi-tijden’. Maar kijk nu: de Oostenrijkse verkiezingen werden gewonnen door Sebastian Kurz, die het in veel opzichten met Orbán eens is.”

Maar als premier van een middelgroot EU-land was Orbán tot nu meestal slechts een horzel in de pels van de Europese grootmachten. Of hij die status kan overstijgen, blijft de vraag.

Zijn greep op de Hongaarse samenleving zal hij niet losser maken, vrezen zijn tegenstanders. In een rede voor de verkiezingen richtte Orbán het woord tot hen. „We zijn kalme en goedgehumeurde mensen, maar we zijn blind noch naïef. Na de verkiezingen zullen we natuurlijk genoegdoening zoeken: morele, politieke en legale genoegdoening.” Veel Hongaren lazen het als waarschuwing dat er na 8 april harde klappen zullen vallen. „Orbáns instinct is om te blijven vechten”, zegt voormalige bondgenoot Hegedüs. „Ik ben bang dat hij niet meer kan ophouden.”

    • Roeland Termote