Brieven

Brieven

Afgelopen weekend besteedde NRC aandacht aan krimpende gemeentes (Krimpgemeenten heten liever krachtgemeenten, 30/3). Maar een belangrijke oorzaak van krimp wordt nog niet herkend: veel geld verdwijnt naar waar dat meer oplevert. Het spaargeld van de bewoners, de inkomsten uit vastgoed en bedrijvigheid– het gaat naar elders, meestal via de beleggingen van de banken. De lokale voorzieningen vermageren: bibliotheek en disco weg, winkels sluiten, de school voor voortgezet onderwijs verdwijnt. De naburige stad profiteert ervan, tot ook deze weer verliest van 'elders'. De bewoners volgen. De Ierse econoom Richard Douthwaite vatte dit proces samen met de zin: „De kinderen reizen het spaargeld van hun ouders achterna.” De oplossing? Een lokale munt, complementair aan de nationale. De plaatsgebonden circulatie stimuleert de lokale bedrijvigheid en kan de money drain keren. Hoe groter de deelname, hoe meer winkels, bedrijfjes en voorzieningen overeind blijven. Een bekend voorbeeld is de Bristol pound, waarin zelfs de burgemeester van de stad een deel van zijn salaris krijgt uitbetaald. Hoewel geen krimpgebied, is ook in mijn stad een Utrechtse euro aan het ontluiken. De eigen bedrijvigheid blijft binnen, en de niet altijd gewaardeerde invloed van het grote geld buiten.