Opinie

Activisten van nu lijken meer op Winnie dan op Nelson

Winnie Madikizela-Mandela was meer dan ‘de vrouw van’, vindt . Zij inspireerde op geheel eigen wijze de beweging tegen racisme.

Zuid-Afrikaanse scholieren bij een portret van Winnie Madikizela-Mandela. Foto Marco Longari / AFP

Toen ik maandag hoorde dat Winnie Mandela op 81-jarige leeftijd is overleden, moest ik aan een telefoontje van Pieter Hilhorst, vorige zomer, denken. Of ik mee wilde schrijven aan een monoloog van Nelson Mandela. „Het is natuurlijk een beetje raar dat ik alleen, als witte man, aan deze tekst ga zitten werken”, lichtte de publicist en oud-wethouder Financiën van Amsterdam toe.

Na maanden schaven en schrappen sprak een acteur deze monoloog uit in De Nieuwe Kerk: een fictieve gedachtenstroom, gebaseerd op historische gegevens over Nelson Mandela. Het betreft een cruciaal moment in zijn leven, waarin hij zich voorbereidt op een spannende afspraak met Winnie. Twee jaar nadat hij de poorten van de gevangenis samen met zijn geliefde hand in hand uitliep, staat alles op het spel. Nelson wil zijn huwelijk en het land redden. Krijgt hij Winnie mee?

In de monoloog probeert Nelson zijn Winnie politiek te versieren: „Wie machteloos is, moet soms naar wapens grijpen. We zijn niet machteloos. We kunnen de macht overnemen. Niet met autobanden en lucifers, maar met potloden en stembiljetten.” Tevergeefs. Want Winnie Madikizela-Mandela was, anders dan in vele analyses deze week, veel meer dan ‘de vrouw van’.

Ja, het is dankzij of juist vanwege de liefde voor haar man dat zij zich in eerste instantie aansloot bij de strijd tegen apartheid. Met alle gevolgen van dien. Maar Winnie was bovenal een onafhankelijk individu met een eigen politieke overtuiging. Zo vond zij dat haar Nelson de witte angst voor verandering boven de zwarte hoop plaatste. Zij laakte de concessies aan de witte minderheid. Haar onverzettelijkheid en haar gezonde wantrouwen jegens macht is een inspiratiebron voor hedendaagse activisten. Niet alleen in Zuid-Afrika, ook hier. „Weet je wat het ergste is?”, aldus Mandela in de fictieve monoloog. „Het ergste is niet dat jij ongelijk hebt. Het ergste is dat je gelijk hebt. Verzoening is niet mooi. Het is lelijk. Het onrecht ettert voort.”

Gedurende ons schrijfproces, zei Hilhorst: „Ik vind Mandela zo geniaal: niet zozeer om zijn heiligheid, maar omdat hij zo’n geweldige politicus was. Een strateeg die tot alles bereid was om zijn doel te bereiken.” Daarom lieten we de Zuid-Afrikaanse held in onze monoloog verklaren: „Ik heb meer gemeen met Machiavelli dan met Gandhi. Ik dans zo nodig met de duivel.”

In zijn dure ‘dans met de duivel’ koos Nelson Mandela voor vrede boven rechtvaardigheid

‘Kun je ze niet verslaan, sluit je dan bij hen aan’, luidt een gezegde. Enerzijds is het de onderdrukte die op tijd inziet dat hij beter vrede kan sluiten. In zijn dure ‘dans met de duivel’ koos Nelson Mandela voor vrede boven rechtvaardigheid. Anderzijds is het juist de onderdrukker die uit angst voor verzet toch maar toegeeft.

Sociale wetenschappers als Paul Mepschen, Laurens Buijs, Gert Hekma en Jan-Willem Duyvendak beschreven hoe het lhbt-activisme in Nederland ingelijfd werd door het politieke systeem. De homo-acceptatie, een proces dat zich de afgelopen decennia voltrok, legde hiervoor al een voedingsbodem. Maar tegelijkertijd werd de beweging minder radicaal. Sinds een jaar of tien spreekt men zelfs van ‘homonationalisme’: in een wanhopige zoektocht naar onze collectieve identiteit werd homo-acceptatie een nationaal symbool. Het wordt als stok gebruikt om andere minderheidsgroepen te slaan.

Deze de-radicalisering zie je terug in de Nederlandse antiracismebeweging. Diversiteit wordt mainstream. Bedrijven, media, universiteiten en politieke partijen hanteren diversiteit als pr. ‘Kijk, wij hebben twee allochtonen meer dan onze concurrent.’ En als er eenmaal iets mee gedaan is, horen de minderheden: ‘Zeur toch niet joh. Wij hebben jullie miljoenen aan subsidies gegeven, zelfs een gebedsruimte.’

Je kunt veel van Winnie Madikizela-Mandela zeggen, maar niet dat zij in al haar verzet uiteindelijk toch gezagsgetrouw bleek. Of zoals Jessica de Abreu, medeoprichter van The Black Archives, het in 2014 verwoordde: „Winnie Mandela is radicaal. Niets kan haar breken. (…) Je moet radicaal zijn in wat je wil, in je doelen en dromen.” Ze hield dit eerbetoon bij een herdenking aan Nelson omdat ze wilde voorkomen dat Winnie in de vergetelheid zou raken. Ze zei verder: „Mijn moeder heeft mij daarom geleerd te strijden, en het racisme te negeren. Racisme zodanig te negeren, te ontkrachten dat hedendaagse racisme bang voor mij moet zijn en niet meer om mijn realiteit én kracht heen kan. En zo was apartheid bang voor Winnie, ze was een terrorist, ze was een dreiging voor de Zuid-Afrikaanse samenleving. Want ze overwon te veel.”