42,195 km staat vast, op een paar meter na

Marathon van Rotterdam De start van de Rotterdamse marathon is verplaatst, maar dankzij een speciale teller is de parcourslengte onveranderd.

De Erasmusbrug is een van de blikvangers van het Rotterdamse marathonparcours. Foto Robin Utrecht/ANP

Tweeënveertig kilometer en honderdvijfennegentig meter, een curieuze afstand. En toch associeert vrijwel iedereen dat merkwaardige getal met de marathon, de beulsachtige atletiekdiscipline die toplopers – doorgaans uit Kenia en Ethiopië – net niet binnen de twee uur kunnen afleggen, maar veel recreanten ‘ooit eens gelopen willen hebben’. 42195 is bij elkaar opgeteld 21. Alsof dat getal daarmee een grens wil uitdrukken: alleen geschikt voor volwassenen.

Zondag wordt in Rotterdam voor de 38ste keer 42,195 kilometer aan straten verkeersvrij gemaakt om duizenden hardlopers een genoegen te doen. Wie bepaalt de route en op grond van welke criteria? Wie meet de juiste afstand, maar vooral hoe? Is de lengte van het parcours echt, maar dan ook écht, op de millimeter nauwkeurig, 42,195 kilometer? En wie heeft in hemelsnaam die rare afstand van 42,195 kilometer verzonnen?

PARCOURS

In Rotterdam, zegt marathon-directeur Mario Kadiks, staat de deelnemer altijd centraal. Het parcours is bewust zo vlak mogelijk gehouden om topatleten de kans op een snelle tijd te geven. Het gaat zo ver dat de kromming rond het Kralingse Bos niet rechts- maar linksom wordt gelopen; om een stukje ‘vals plat’ af- in plaats van opwaarts te kunnen rennen.

Voor de intimiteit van de Rotterdamse marathon is gekozen voor een parcours door woonwijken en niet door saaie industrieterreinen. Daar is in de beginjaren vanuit het bedrijfsleven wel voor gelobbyd, maar verzoeken zijn door de organisatie resoluut afgewezen. Er moeten mensen langs het parcours staan, bij voorkeur dusdanig gemengd dat het multiculturele karakter van de stad wordt benadrukt, zegt Kadiks. Misschien een tikje pretentieus, maar de marathon ziet de organisatie als een metafoor voor verbinding: één lang, veelkleurig lint van lopers dat saamhorigheid symboliseert.

METING

Nee, niet te voet, maar op de fiets meet Maurice Winterman nauwgezet het parcours van de marathon. ’s Nachts welteverstaan, vanwege de geringe verkeershinder. Dan nog moeten hij en zijn compagnon door politie begeleid worden; de ideale lijn verlangt soms een meting tegen de rijrichting in, vandaar. En op een fiets zonder trommel- of schijfremmen, omdat de meetapparatuur anders niet werkt. Winterman volgt dan nauwgezet een fietser van de organisatie die de route kent, en meet in de bochten met een marge van 30 centimeter ten opzichte van de weg- of stoeprand. En hij wordt altijd vergezeld door een tweede parcoursmeter.

Winterman, een Apeldoorner van 50 jaar met een cartografische opleiding, is de enige, hoogst gekwalificeerde parcoursmeter in Nederland. Hij werkt internationaal, want komende zomer is hij in Berlijn verantwoordelijk voor de meting van het EK-parcours van de marathon.

Hoe Winterman meet? Niet met een kilometerteller, zoals je zou verwachten, maar met een teller die totalen van een eenheid weergeeft. Dat klinkt raadselachtiger dan het is. Het zit zo. Voorafgaande aan zijn meting fietst Winterman in een rechte lijn vier keer een door de landmeetkundige dienst bepaalde afstand tussen de 300 en 500 meter, meestal zo’n 400 meter. In Rotterdam zijn daarvoor speciaal twee spijkers in een fietspad geslagen. Die afstand vertaalt Winterman naar de ruimte tussen de tikken op zijn teller. Hij weet dat elke tik goed is voor 9 centimeter, wat bij een gemeten afstand van 400 meter ongeveer neerkomt op zo’n 11.000 tikken voor elke kilometer. Winterman kan zo exact uitrekenen hoeveel tikken hij nodig heeft voor 42,195 kilometer. „Nee, dat gaat zelden mis”, zegt de parcoursmeter. „Mede doordat de meting met z’n tweeën wordt uitgevoerd. Bij enkele meters verschil weten we dat we goed zitten. Als je beiden op precies dezelfde afstand uitkomt, is dat landmeetkundig verdacht. Uiteindelijk houd je de kortste van de twee metingen aan.”

Helemaal tot op de millimeter nauwkeurig kan 42,195 kilometer onmogelijk gemeten worden, zegt Winterman. Daarom wordt voor de definitieve vaststelling de gemeten afstand met één promille verhoogd om onnauwkeurigheden te compenseren. In de praktijk praat je dan volgens de parcoursmeter over een paar meter extra. Dat is toegestaan, want een marathonparcours mag volgens de voorschriften wel iets langer zijn dan 42,195 kilometer, maar pertinent niet korter.

ERASMUSBRUG

Een eenmaal gemeten parcours checkt Winterman nooit. Tenzij er een verandering wordt doorgevoerd, zoals in Rotterdam, waar vanaf zondag de start definitief van de Coolsingel naar de voet van de Erasmusbrug is verplaatst. Dat impliceerde een aanpassing van zo’n 1.200 meter. Dat extraatje verwerkte Winterman bij het keerpunt op 15 kilometer op de Slinge, die nu met 600 meter is verlengd.

De reden voor verplaatsing van de finish is de herinrichting van de Coolsingel, een ingrijpend project dat in 2021 zijn beslag krijgt. Marathon-directeur Kadiks vertelt dat die verandering is aangegrepen om de start te verleggen. Het voordeel is vooral een betere doorstroming van de duizenden recreatieve lopers. De finish op de Coolsingel blijft gehandhaafd.

GPS

Winterman moet zich regelmatig de hoon van deelnemers laten welgevallen. ‘Het door jou gemeten parcours is te lang. Er klopt niets van’, luidt dan ostentatief het verwijt. De oorzaak: het global positioning system (gps), waar veel lopers gebruik van maken. De minzame respons van Winterman luidt telkens: gps is onbetrouwbaar.

De parcoursmeter zelfverzekerd: „Dat is getest in Engeland door metingen te vergelijken met gps-data. De afwijkingen blijken te variëren tussen de één en tweeëneenhalf procent. Dus als lopers tegen mij zeggen dat het parcours ‘wel 150 meter te lang is’, weet ik dat ik goed heb gemeten.

De afwijking bij gps is ook best logisch, omdat de meting gebaseerd is op verbindingen met satellieten. Tussen hoogbouw valt dat contact vaak weg en moet de satelliet de afstand berekenen. Verder kan een satellietmeting beïnvloed worden door atmosferische storingen. Ik hecht weinig waarde aan gps-metingen.”

Wat niet wegneemt dat ook Winterman zich verbaast over de onbeduidende rol van technologie bij parcoursmetingen. Er wordt wel onderzoek naar gedaan, maar vooralsnog verlangt bijvoorbeeld streetviewmeting een batterij aan camera’s en een gigantische hoeveelheid data, wat bij elkaar ook nog eens veel meettijd in beslag zal nemen. „Ik ben op mijn fietsje sneller klaar”, hoont Winterman.

LOPER

Nee, zegt Michel Butter resoluut, hij verkent nooit een marathonparcours. De toploper – een van de vier Nederlanders die, met 2.09,58 uur, onder de 2.10,00 heeft gelopen – bekijkt hooguit profielkaarten. Hij vertrouwt op de parcoursmeters. Butters houding is mede ingegeven door een slechte ervaring. Ooit verkende hij voorafgaande aan de marathon in Boston het pijnpunt Heartbreak Hill. Het hielp hem niet vanwege extreme hitte op de wedstrijddag. „Toen zag Heartbreak Hill er even iets anders uit”, gromt hij nog na.

Butter neemt de 42,195 kilometer zoals die zich voor hem uitrolt. Zijn gevoel over de aard van het parcours hangt erg af van het soort wedstrijd en van zijn gemoedstoestand. Butter: „In een tijdmarathon geef ik de voorkeur aan veel lange, rechte stukken. In een strijdmarathon kom ik het best tot mijn recht op een bochtig, heuvelachtig parcours, zoals vorig jaar bleek met mijn zesde plaats in New York. Mijn mood hangt af van het wedstrijdverloop. Als het moeizaam gaat, heb ik graag een bochtig parcours. Van punt tot punt anticiperen is dan prettig.”

Afsnijden? Butter zal het niet nalaten, als een situatie zich ervoor leent, maar planmatig is het nooit. Niet altijd handig, heeft hij ervaren. In New York sneed hij af via een stoepje, om contact met de kopgroep te houden. Bleek hoger dan hij had ingeschat, waarna Butter de kramp in zijn hamstring voelde opkomen.

Punt van discussie vindt hij wel de vaststelling van de limiettijd voor deelname aan de Olympische Spelen. Een pijnpunt nadat Butter in 2015 tijdens de Amsterdam Marathon uitzending naar de Spelen van Rio de Janeiro op acht seconden had gemist. Parcoursmeter Winterman pleit, analoog aan de meettoevoeging, voor een marge van één promille bij de limiettijd.

Volgens zijn berekening zou Butter zich ondanks die acht seconden overschrijding hebben gekwalificeerd. Wat de marathonloper daarvan vindt? Hij is een voorstander, natuurlijk. Butter vertelt dat de Atletiekunie poogt sportkoepel NOC*NSF tot zo’n koerswijziging te bewegen.

HISTORIE

Waarom is een marathon toch 42,195 kilometer? Wie heeft dat bedacht? Een speciaal verhaal. Voor de eerste moderne Olympische Spelen van 1896 in Athene bedacht de organisatie een wedstrijd over 40 kilometer en noemde die de marathon, gebaseerd op de legende dat de Griekse boodschapper Pheidippides 2.386 jaar eerder die afstand vanuit Marathon naar Athene was gerend om het nieuws over een militaire overwinning op de Perzen te brengen. Bij aankomst viel hij dood neer.

In 1908, bij de vierde Spelen in Londen, werd op aandringen van koning Edward VII en koningin Alexandra de startlijn van de marathon getrokken voor kasteel Windsor, zodat hun kinderen die vanuit hun slaapkamer konden bekijken En de finish in het Olympisch Stadion werd op Edwards dwingende verzoek verlegd tot recht voor de royal box. Het gevolg van die ingrepen was dat de marathon werd verlengd tot 42,195 kilometer. En die afstand is sindsdien nooit meer aangepast.

    • Henk Stouwdam