Zwemwater : Altijd loert de blauwalg

Dankzij de voedingstoffen uit mest neemen blauwalgen de Nederlandse zwemwateren over.

Zwemwater te Nieuwersluis. Foto Daniel Niessen

De blauwalgen kwamen vorig jaar augustus tóch weer opzetten in de Sloterplas in Amsterdam. Elf dagen lang werd het zwemmen geheel ontraden. Nog eens 35 dagen werd er gewaarschuwd voor mogelijke blauwalgen – allemaal omdat deze algen gifstoffen kunnen uitscheiden die tot een geïrriteerde huid, hoofdpijn, maagklachten en erger kunnen leiden. „Het leek hier juist goed te gaan. Het strand was net het jaar daarvoor flink uitgebreid”, zegt Jasper Stroom, ecoloog bij Waternet, het regionale waterbedrijf.

Nederland telt ruim 200 zwemwateren – meren en plassen. Het merendeel kampt met terugkerende bloei van blauwalgen. De belangrijkste oorzaak is een overvloedige aanvoer van nutriënten, in de vorm van stikstof en fosfor. Die voedingstoffen kunnen komen van het voer dat vissers in het water gooien, of de ontlasting van honden, mensen, vogels die in het water raakt. Maar de grootste aanvoer komt via de mest uit de landbouw, die zich via sloten, beken en rivieren verspreidt. Gemiddeld de helft van alle stikstof en fosfor in de oppervlaktewateren komt daar vandaan. Mest kan in dit geval dierlijke mest én kunstmest zijn. Maar het gebruik van kunstmest in Nederland is sterk gedaald. Van alle op het land aangebrachte mest, is nu nog een kwart kunstmest.

Die overvloed aan nutriënten heeft zijn effect gehad, zegt Dedmer van de Waal, ecoloog bij het Nederlands Instituut voor Ecologie in Wageningen. De ooit heldere, door waterplanten gedomineerde meren werden in de jaren 60 en 70 een voor een troebele plassen waar algen de overhand hebben. Waterplanten redden het niet of nauwelijks, door een gebrek aan zonlicht. De snoek, een jager die helder water nodig heeft, verdween, ten gunste van de brasems, die de bodem omwoelen op zoek naar voedsel.

Blauwalgen komen vooral tot bloei in dat troebele, voedselrijke systeem, zegt Van de Waal. „Met name ’s zomers, in warme, windstille periodes.”

Beheerders van meren en plassen proberen van alles om de blauwalgen te bestrijden. Soms wordt een sterk verdunde waterstofperoxide-oplossing in het water gepompt. In de Zoetermeerse Plas loopt een experiment met ultrasoon geluid. In Zwemlust bij Nieuwersluis leidt Waternet opgepompt diep grondwater eerst door een bak met ijzerzand – ijzer bindt het fosfaat uit het water. Een uniforme oplossing is er niet, zegt Stroom van Waternet. „Elk waterysteem is anders, vraagt maatwerk.” En hoewel er al veel kennis is in het bestrijden van blauwalgen, duiken ze soms toch weer op. Stroom: „De ecologie kan onverwacht reageren.”

Hoeveel geld de waterbeheerders exact aan maatregelen uitgeven is niet bekend. De overkoepelende Unie van Waterschappen laat weten zulke cijfers niet te hebben. Stroom kan wat betreft de kosten wel een indicatie geven voor de Sloterplas. Bij het zwemstrand zijn enkele tientallen meters van de oever tussen 2013 en 2015 als tijdelijke maatregel zeilen geplaatst, tot aan de bodem. In het zo gecreëerde „strandbad” pompten ze continu vers, diep water. Al met al kostte dat 150.000 euro per jaar, schat Stroom. Of het voor alle meren in Nederland elk jaar om zulke bedragen gaat, weet hij niet.

Soms proberen waterbeheerders het drastischer. Ze baggeren een meer uit. Om zo de stikstof en fosfor te verwijderen dat zich over de jaren in de meerbodem heeft verzameld, en daar geleidelijk uit vrijkomt, zodat algenbloei gestimuleerd blijft worden. „Baggeren is een hele kostbare maatregel”, zegt Stroom. „Dat kost al gauw miljoenen.” Maar ook die maatregel geeft geen garantie dat er geen blauwalgen meer zullen komen als er nog relevante bronnen van nutriënten overblijven, zegt hij. Zo kunnen rivieren voedingsstoffen blijven aanvoeren.

En die aanvoer zal naar verwachting nog vele decennia hoog blijven. Want in de akkers en weilanden hebben stikstof en met name fosfor zich opgehoopt door jarenlange overmatige mesttoediening. „We zitten opgescheept met een langdurige erfenis”, zegt Van de Waal.

    • Marcel aan de Brugh