Zit! Blijf! En eet vegan!

Dieren Niet iedereen geeft zijn huisdier vlees. Sommige eigenaren geven hun hond of kat veganistisch voer. Is dat goed voor ze?

De veganistische Rani. Rani is de hond van Rick Scholtes, eigenaar van VegaVriend Foto Merlijn Doomernik

Ze kon het bijna niet geloven toen iemand die een hond kwam adopteren haar vroeg of het dier ook veganistisch voer mocht. „Bestáát dat dan?” vroeg Renée Krommedijk, dierenverzorger bij dierenopvang Amsterdam en daarvoor werkzaam bij Artis. Ze vindt: „Als je vegetariër of vegan bent, is dat nog geen reden om je hond of kat dat ook door de strot te duwen.”

Honden en katten horen gewoon vlees te eten – tenzij honden een allergie hebben, vindt ze. „Ik heb zelf een slang als huisdier, daar ga ik ook geen krop sla aan geven.”

Maar vegan honden- en kattenvoer bestaat dus wel, en het wordt steeds meer verkocht. In Nederland is het aantal veganisten (mensen die geen dierlijke producten eten of gebruiken) in twintig jaar gestegen van 16.000 naar 100.000, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Vereniging voor Veganisme. En de verkoop van vegan producten stijgt mee, weet Rick Scholtes. Hij is sinds 2015 eigenaar van VegaVriend, een webshop voor ‘vega huisdieren’. Scholtes is de grootste aanbieder van vegan voer in Nederland – voer dat in prijs te vergelijken is met biologisch huisdierenvoer.

Toen hij net begon kreeg hij twee bestellingen per week. Dat zijn er inmiddels zo’n vijftig en de vraag blijft toenemen, zegt hij. Dat herkennen ze bij Vega-Life, een vegan winkel in Amsterdam die behalve schoenen, tassen en kookboeken ook vegan voer verkoopt. „Iedere dag vraagt er wel iemand naar”, zegt medewerker Mirjam Kramer. „ Een paar jaar geleden was dat nog zeldzaam. Het aanbod is ook gestegen. „Jarenlang waren er drie merken vegan voer, dat zijn er nu negen.”

Op de site van Scholtes staat de aanbieding ‘Vegan Rakker Snackpakket’ met plantaardige botjes en snoep, geïllustreerd met een plaatje van een vrolijke jack russell met een wortel in z’n bek. De zaken lopen goed, maar er is ook kritiek. „Ik hoor vaak dat vegan voer niet natuurlijk is”, zegt Scholtes. Daar kan hij best inkomen. „Maar als iets ‘onnatuurlijk’ is, betekent dat nog niet dat het fout is. We doen heel veel dingen die niet natuurlijk zijn voor huisdieren, zoals bezoekjes brengen aan de dierenarts.”

De echte vraag is volgens hem of een dier een gezond en gelukkig leven leidt. En of de voeding alles bevat wat het nodig heeft. „En dat is zo: de dierlijke voedingsstoffen die honden en katten nodig hebben, worden in een synthetische variant toegevoegd aan het vegan voer.”

Afbreuk

Prima, zou je zeggen. Toch is niet iedereen het daarmee eens. Zoals Wouter Hendriks, hoogleraar diervoeding aan Wageningen University & Research. Volgens Hendriks doet het vegan voedsel afbreuk aan de smaak, de structuur en de sensatie van eten. „En dus aan het welzijn van het dier. Je kan zelf ook je ontbijt door de blender gooien en met een rietje naar binnen werken, maar dat willen we liever niet.”

Bovendien, zegt hij, kunnen dieren in het vegan voer mogelijk waardevolle voedingsstoffen missen. „Dat hebben we eerder gezien bij katten die klinisch blind werden en vergrote harten kregen.” Na langdurig onderzoek kwamen experts erachter dat de katten de stof taurine misten, die praktisch alleen in dierlijk weefsel voorkomt. En: „Dierlijke eiwitten zorgen van nature voor een optimale zuurtegraad van de urine. Een recente wetenschappelijke publicatie stelt dat er specifieke componenten aan vegan voeders moeten worden toegevoegd om die zuurtegraad te verlagen. En dat gebeurt in veel gevallen niet.”

Aan het veganistische voer van een kat moeten dus de nodige synthetische stoffen worden toegevoegd, zegt Esther Hagen-Plantinga, universitair docent diervoeding aan de Universiteit Utrecht. „Maar de langetermijneffecten op de gezondheid van de katten die vegan eten is nog onvoldoende getest. Dus we weten niet of dit goed is.” En zolang dat onduidelijk is, „blijf ik er gereserveerd over. Ik ben geen ethicus, maar ik heb er moeite mee wanneer we met allerlei kunst- en vliegwerk onze huisdieren gaan aanpassen aan ónze wensen.”

Honden kunnen net iets beter zonder vlees dan katten

Toch voelt dat voor veganist Liesbeth van Aalst uit Hazerswoude-Rijndijk niet zo. Haar bijna elfjarige labrador Spike krijgt al twee jaar geen vlees. „Hij was altijd al gek op worteltjes en stukjes appel, dus ik dacht: waarom ook niet?” Over het veganistische voer is volgens haar goed nagedacht. „Alles wat hij nodig heeft zit erin. Hij eet en poept ook gewoon goed.”

Overigens is vegan voedsel voor honden minder erg dan voor katten. De hond is een ‘adaptieve carnivoor’: door het dieet van de wolf, zijn directe voorouder, en specifieke aanpassingen die tijdens de domesticatie zijn opgetreden, heeft de hond een flexibelere stofwisseling, zegt hoogleraar Hendriks. „Een kat daarentegen is een ‘obligate carnivoor’ met een grote behoefte aan bijvoorbeeld eiwit en specifieke voedingsstoffen als taurine.” Anders gezegd: honden kunnen dus nog net iets beter zonder vlees dan katten.

En voor sommige honden kan het wel degelijk goed zijn om ze vegan voedsel te geven, zegt Hagen-Plantinga. Er zijn honden die overgevoelig zijn voor dierlijke eiwitten, voor hen is vegan juist een uitkomst.

Verspilling

Naast de discussie of het vegan voer wel écht alle essentiële voedingsstoffen bevat, is er nóg een punt om over te twisten: verspilling. „Wanneer wij een stukje vlees of een boterham eten, genereren we allerlei bijproducten die wij niet meer gebruiken, denk aan slachtafval zoals orgaanvlees”, zegt Wouter Hendriks van Wageningen University. „Die bijproducten worden onder meer gebruikt om diervoeders mee te maken.”

Rick Scholtes vindt dit geen goed argument. Volgens hem wordt ontzettend veel vlees geconsumeerd door honden en katten, ook vlees dat geen restproduct is. „Bovendien, wanneer is iets slachtafval? Je zou denken: iets wat in de vuilnisbak belandt. Maar het ‘slachtafval’ dat Hendriks noemt heeft wel degelijk waarde en er wordt gewoon nog geld mee verdiend.”

De impact van de vleesindustrie op het milieu en dierenwelzijn waren voor Scholtes de belangrijkste redenen om op zijn negentiende vegan te worden (hij is nu veertig) en uiteindelijk vegan diervoeding te gaan verkopen. Hij heeft zelf twee honden en twee katten, die eten allemaal vegan. „Vleesconsumptie belast de aarde enorm.” Bovendien: hondeneigenaren willen dat hun dier het goed heeft en dat hij of zij niet lijdt. „Maar ook varkens, koeien, kippen en vissen hebben hersenen en een zenuwstelsel en kunnen dus lijden. Deze dieren zouden we net zo goed moeten behandelen als onze huisdieren.”

Boerendochter Marloes Boere werd veganist: ‘Ik zal meemaken dat we allemaal veganist zijn’

De katten van Scholtes krijgen al twaalf jaar vegan voedsel mét de vereiste taurine, vertelt hij, en dat gaat prima: „Hannah is bijna dertien en Snoopy is al vijftien jaar oud.” Zijn dierenarts, Erik Heylen van praktijk DierenDokters in Hilversum, bevestigt dat de dieren gezond zijn. Hij heeft tal van dieren in de praktijk die vegan eten. De bazen lezen zich goed in, vertelt hij. „Elk jaar checken we van kop tot teen en van bloed tot urine hoe het met de patiënten gaat. De eigenaren kunnen het verpakte vegan voer ook meenemen naar de praktijk en dan beoordeel ik de waarden en de samenstelling. Tot nu toe zie ik geen nadelen.” Heylen heeft zelf een egel als huisdier, die hij kattenbrokjes voert – niet vegan.

Bij dierenwinkel Ambulia in de Amsterdamse volkswijk Vogelbuurt is er maar weinig animo voor vegan honden- of kattenvoer, zegt eigenaar Dennis van den Burg. „Mijn type klant doet daar niet aan.” Ook Van den Burg zelf zou zijn hond niet vegan willen voeren. „Mijn hond is achttien en eet wat de pot schaft. Of het nou zuurkool is of haring. Ik vind: geef die beesten toch gewoon een lekker stukje vlees of vis. Zo werkt de natuur ook, een papegaai zou nog een kippenpoot eten als het moet.”

Correctie 6-4-2018: In eerdere versie van dit stuk stond dat Renée Krommedijk vindt dat honden en katten gewoon vlees horen te eten, tenzij ze een allergie hebben. Dat is verkeerd geciteerd. Krommedijk zei dat honden en katten gewoon vlees horen te eten, behalve als honden een allergie hebben. Katten horen volgens haar gewoon vlees te eten. Dit is aangepast.