Wateren: het weiland is leeg en stil

Behalve gras is er weinig aan leven te vinden in de wateren rond intensieve landbouw.

Een bemest weiland in de Gelderse Vallei. Foto Daniel Niessen

De weilanden zijn uitgestrekt, groen en vlak als een biljartlaken. Er is geen weidevogel te zien, geen molshoop, geen koe, niks. Alleen gras. Ook de sloot, die parallel aan de weg loopt, staat er vol mee. „Dertig jaar geleden turfde ik in precies deze sloot oeverplanten als lisdodde, pijlkruid, stijve zegge, holpijp”, zegt Jan Roelofs, emeritus hoogleraar Aquatische ecologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Nu telt hij meestal maar één soort: Engels raaigras. „Soms wat eendenkroos.”

De Europese wateren moeten naar een ‘goede ecologische toestand’. Aldus de Europese Kader Richtlijn Water uit 2000. En dat betekent minder minder stikstof en fosfaat in het water, want die zorgen voor overbemesting en algenbloei.

En ja, er is veel verbeterd, maar nee: het is nog lang niet genoeg. Het Planbureau voor de Leefomgeving inventariseerde in 2016 dat pas 3 procent van de regionale wateren (onder beheer van waterschappen) en 15 procent van de rijkswateren (onder Rijksbeheer) aan de richtlijn voldoet. In 2027, het uiterste jaar dat lidstaten eraan moeten voldoen, zal dat 15 en 55 procent zijn, berekende het PBL op basis van verwacht beleid.

Tweedeling

IHW

Roelofs ziet die tweedeling tussen regionale en rijkswateren terug in zijn analyse van de soortenrijkdom van planten in Nederlandse wateren. Samen met Gerben van Geest van technologisch instituut Deltares is hij nog bezig de resultaten te verwerken. Maar het algehele beeld is duidelijk, zegt Roelofs. In veel natuurgebieden en in rijkswateren is de situatie verbeterd. Menig zeldzame plant is er weer algemeen. Vissen zijn teruggekeerd. Maar in wateren in de buurt van intensieve landbouw noemt hij de situatie „bedroevend”. Daarom wil Roelofs naar deze plek in het dorp Ewijk, vlakbij Nijmegen, rijden. Om dat te illustreren. Deze „lappendeken van megagrasvlaktes” laat zien hoe ver de efficiëntie in de landbouw is doorgevoerd. Veel sloten zijn gedempt – hier en daar zijn ze nog te zien als donkere lijnen in het weiland. „Daarmee maakte de boer zijn grasland groter, en kan hij meer mest uitrijden”, zegt Roelofs. Ook zijn er nergens afrasteringen. Omdat hier geen koeien komen, zegt Roelofs. Hij wijst naar een stal in de verte. „Die staan het hele jaar door binnen.” Omdat in sloten en aan akkerranden amper nog planten tot bloei komen, zijn veel insecten en insectenetende vogelsoorten verdwenen.

De 330.000 kilometer Nederlandse sloten vallen niet onder de Kader Richtlijn Water. Maar ze wateren af op beken, meren en rivieren die wel onder die richtlijn vallen. Daar kan alleen een goede ecologische toestand ontstaan als de aanvoer van stikstof en fosfor vanuit de landbouw fors wordt gereduceerd. Hans van Grinsven van het Planbureau voor de Leefomgeving ziet hier een impasse. „Nog strengere regels , betekent dat boeren meer mest moeten afvoeren, wat extra geld kost.” De waterschappen proberen het nu met ‘gebiedsarrangementen’: afspraken met boeren, industrie, natuurbeheerders en burgers.

Of dit werkt, zal moeten blijken.

    • Marcel aan de Brugh