Opinie

    • Christiaan Weijts

Vinex-bohemiens

Hoe moeilijk het is om nieuwbouwwijken te maken met íéts van sfeer er in, merk je in een vinexwijk als Schuytgraaf, Arnhem-Zuid. Strakke huizenblokken zijn hier neergezet in de natuur tussen snelweg en spoorlijn, een levensgrote maquette die heel het gebied steriel maakt.

Héél het gebied? Nee, in één uithoekje is het een uitbundige anarchie van beschilderde bouwketen en busjes. Er slingert een pad over heuveltjes, langs vijvers, een beeldentuin, een bar, een openluchtpodium, een moestuin waar net een fazant wegrent.

„Ik ben het afgelopen jaar maar één keer naar de markt geweest”, zegt beeldhouwer Arild Veld. „We zijn helemaal zelfvoorzienend. De gemeente geeft ons alleen wat water en elektra.”

Maar ook deze Kunstwerkplaats moet straks tegen de vlakte. De bouwcrisis is voorbij. De ontwikkelaar staat de popelen om hier honderden nieuwe woningen op te trekken. Op 1 juli moeten ze opgekrast zijn, de tien kunstenaars die hier zeven jaar geleden zijn neergestreken. Ook de latere verhuurateliers moeten wijken, net als de creatieve buitenschoolse opvang, die zo populair is dat ouders een petitie begonnen tegen de sloop.

Deze kunstenaarskolonie moest een broedplaats worden, die een stimulerende wisselwerking aanging met de buurtbewoners. Dat is gelukt, vertelt beeldhouwer E. Pietersen („zeg maar Piet”), bij de houtkachel in zijn keet. „Laatst gaven we hier een mancave-workshop. Gingen al die mannen los met kettingzagen in houtblokken. Pot bier na afloop. Konden ze zich lekker oer voelen.” Naast beeldend kunstenaars zijn er ook theatermakers en muzikanten, die allemaal meewerken aan dit soort spontane evenementen voor alle leeftijden.

Buiten krijg ik een rondleiding, door het grillige landschap met bruggetjes, struiken, greppeltjes, bijenkorven, een stukje bos. „Allemaal zelf aangelegd”, zegt Arild. „Dan raak je echt vergroeid met deze grond.”

Ik moet denken aan steden als Rotterdam, waar ze met veel subsidie allerlei stadswildernissen fabriceren, met huttenbouwbosjes en insectenhotels. Hier is dat allemaal al. Gratis. Je zou het moeten koesteren, zo’n anarchistisch tegenwicht tegen onze rechtlijnige hang naar smetteloos afgemeten vakjes. „Dat is steeds erger geworden”, merkt Piet. „In de jaren negentig zaten we nog op een gekraakt lapje grond van Defensie, en daarna ergens anders in Arnhem.” Toen hadden ze nog geluk met wethouders die nog begrepen dat je in een strak geordende maatschappij ook bohémiens nodig hebt: vrij, zelfredzaam, experimenteel.

Nu weet niemand waar ze straks heen moeten. De gemeente helpt ze niet in hun zoektocht naar een nieuwe locatie. „Ze behandelen ons als stadsnomaden”, zegt Arild. Piet zucht. „Straks is het hier een saaie slaapwijk, die overdag totaal verlaten is. Dan zullen ze denken: hadden we ze maar gehouden.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.
    • Christiaan Weijts