Nederland is overbemest, van de lucht tot het grondwater

Woensdag besloot Brussel dat Nederland in ieder geval nog twee jaar veel meer mest mag blijven uitrijden dan andere landen. Maar wat voor consequenties heeft al die mest eigenlijk?

Foto Daniël Niessen

Er is geen land met zo’n hoge veedichtheid als Nederland. En er is geen land, in ieder geval in de Europese Unie, dat gemiddeld per hectare zoveel mest op de akkers en weilanden mag uitrijden als Nederland. Dat heeft zijn gevolgen.

De effecten van mest zijn overal merkbaar. In de lucht die we inademen, in het grondwater waar de helft van Nederland zijn drinkwater uit haalt, in het zwemwater, in de natuur. Mest leidt, direct of indirect, tot de vorming van fijnstof, tot blauwalgenbloei, en afname van de soortenrijkdom in de natuur. Het zijn maatschappelijke kosten waarvan de precieze omvang lastig is vast te stellen. Het Planbureau voor de Leefomgeving, dat elke vijf jaar het mestbeleid evalueert, raamde ze in zijn eennalaatste evaluatie (2012) op 300 miljoen tot 1 miljard euro per jaar. Daarnaast kost het veeboeren jaarlijks een half miljard euro om hun mestoverschot weggewerkt te krijgen.

De Nederlandse boeren – hoofdzakelijk de melkveehouders – mogen zoveel mest uitrijden omdat de politiek al jaren een uitzonderingspositie (‘derogatie’) bedingt in Brussel. Die positie lag onder vuur, door de mestfraude die eind vorig jaar aan het licht kwam. Brussel heeft woensdag bepaald dat Nederland de derogatie toch houdt. Voorlopig voor twee jaar.

Lees ook de longread over het Mestcomplot

Bij de effecten van mest draait het grofweg om twee ingrediënten, stikstof (N) en fosfor (P). Op de akker zijn ze nodig om gewassen te laten groeien. Maar daarbuiten kunnen ze, zeker in de hoge concentraties waarin ze nog steeds worden aangetroffen, schadelijk zijn.

Fosfor doet dat hoofdzakelijk in de vorm van fosfaat, en vormt vooral een probleem in wateren. Stikstof kan verschillende chemische gedaanten aannemen. Als nitraat spoelt het via de bodem uit naar het grondwater, en kan zo in drinkwater terecht komen. Als ammoniak is het vluchtig, en draagt het in de lucht bij aan de vorming van fijnstof, dat schadelijk is voor de luchtwegen.

Boeren wijzen vaak op wat ze allemaal al gedaan hebben de afgelopen decennia. En aan hoeveel regels ze wel niet moeten voldoen. Dat klopt. Zo erg als het was in de jaren 70 en 80 is het al lang niet meer. Het mestbeleid dat er sinds 1986 is, heeft de hoeveelheid mest die boeren mogen uitrijden steeds verder verlaagd, net als de periode waarin ze dat mogen doen (een verbod van 1 september tot 1 februari), en bij welke weersomstandigheden (bijvoorbeeld niet bij vorst). Er kwamen allerlei regels om de vervluchtiging van ammoniak uit mest terug te dringen.

Maar de aanscherpingen van de afgelopen 10 jaar lijken weinig effectief meer. Dat schreef de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet, die de ministeries van Landbouw en van Milieu adviseert over het mestbeleid, twee jaar geleden. Vooral de eerste twintig jaar is het beleid succesvol geweest, schrijft de commissie. „De laatste 10 jaar zijn weinig vorderingen meer gemaakt”, zegt Oene Oenema, voorzitter van die commissie, en hoogleraar Duurzaam bodembeheer aan de Wageningen UR.

Internationale markt

Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kwam in haar laatste rapport (gepubliceerd in maart 2017) tot die conclusie. „Het huidige beleid loopt tegen zijn grenzen”, zegt Hans van Grinsven, senior onderzoeker landbouw en milieu bij het PBL. Nóg strengere mestregels betekent voor boeren nog meer kosten. Terwijl ze moeten concurreren op een internationale markt met druk op de marges. Meer regels zal volgens Van Grinsven stuiten op groeiende onwil, terwijl er nu al sprake is van fraude.

En dat terwijl het mestprobleem nog veel verder moet worden teruggedrongen. Want er zit nog steeds te veel fijnstof in de lucht, er spoelt te veel fosfaat uit naar plassen en meren, er daalt veel te veel ammoniak neer op natuurgebieden.

Dus, hoe moet het verder? Moet de veestapel drastisch inkrimpen? Of moeten we de natuur opgeven? En accepteren we dan ook al die verloren levensjaren door fijnstof?

En het probleem is: mest is overal. In de lucht, als fijnstof – misschien wel het ernstigste gezondheidsgevolg van onze overbemesting. Maar de mest zit ook in het grondwater, het oppervlaktewater en natuurlijk: in de grond. Een overzicht.

    • Marcel aan de Brugh