Opinie

    • Ellen Deckwitz

Leeg nest

Omdat mijn zus in Australië zat, logeerden haar zoons (10, 12) de afgelopen drie weken bij me en dat was stiekem erg geweldig. Natuurlijk betrof dit de cafeïnevrije versie van ouderschap, maar het was feest: de verhalen na een schooldag, zaterdagavond bankhangen met bakje chips, het feit dat je dagelijks gewoon vaste targets te halen hebt (nageslacht naar school schoppen, voeden en gelukkig houden).

Gisteren haalden we mijn zus op van Schiphol, mét spandoek want mijn neefjes zijn attent maar vooral doortrapt. De oudste wreef zich van tevoren vergenoegd in de handen. „Wedden dat ze hier helemaal stuk van gaat?”, grijnsde hij. Het werkte: de hereniging had zo op All You Need Is Love gekund. Mijn zus, die haar zoons regelmatig de Monsters noemt, nam ze jankend in haar armen. Ik stond erbij, het spandoek met ‘Welkom terug lieve mama we houden van jou’ slap in mijn armen.

We gingen naar huis, bestelden wat te eten. Mijn zus was nog high van de reis/jetlag en liep door haar woonkamer alsof ze tien jaar in Guantánamo Bay had gezeten, in plaats van vijf dagen congres en twee weken backpacken.

„Jeetje, die vaas!” zei ze terwijl ze de vaas die ze van onze grootmoeder had gekregen (en die ze vroeger zo lelijk vond dat ze weleens zei dat het ding haar een ooghernia gaf) in haar armen nam en knuffelde.

„En o ja, de huisdieren!”, juichte ze vervolgens, terwijl haar vier cavia’s en leguaan chagrijnig terugkeken.

Nadat ze de Monsters een nachtzoen had gegeven, plofte ze naast me op de bank, rekte zich uit, gaapte en toen wist ik dat ik naar huis moest.

Ik had de metro kunnen nemen, maar besloot te wandelen. Ik betrapte mezelf erop dat ik mijn thuiskomst aan het uitstellen was. Het huis zou zo leeg zijn. Ik liep nog een blokje om. Dat ik zelf geen kinderen kan krijgen, gaf me altijd een excuus om niet echt over het ouderschap te hoeven nadenken. Mijn kneuzige lichaam had die keuze al voor me gemaakt, maar door de fijne weken met de neefjes was ik toch even adoptie aan het overwegen.

Eenmaal thuis viel alles mee. Het was wat stil, maar er lagen ook niet overal spullen. Ik hoefde niet om tien uur naar bed omdat de wekker alweer om zeven uur zou gaan. En er zou ’s nachts ook geen paniekerige twaalfjarige naast mijn bed staan, over hoe dat nou moest met de plastic soep en de toekomst van de tonijn.

Vlak voor ik in slaap viel kreeg ik nog een appje van mijn zus, of ik het lege nest een beetje aankon. Ja, dacht ik. En ook: het is niet leeg, want ik ben er.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.
    • Ellen Deckwitz