Katten zijn onze maatjes, en wel hierom

Katten leven al duizenden jaren met mensen samen, maar volgens Abigail Tucker, die een boek schreef over katten, hebben de beestjes vooral ons getemd in plaats van andersom.

Foto Koen van Weel/ANP

In Nederland lopen er zo’n drie miljoen rond en het internet staat er vol mee. Katten leven al duizenden jaren met mensen samen maar volgens Abigail Tucker, die een boek schreef over katten, hebben de beestjes vooral ons getemd in plaats van andersom. Tucker, auteur van The Lion in the Living Room, legt in een zes minuten durende video van The New Yorker uit waarom mensen zo graag met katten samenleven.

Ronde kopjes, grote ogen

Een belangrijke reden daarvoor is hun schattigheidsgehalte: de beestjes hebben babyachtige trekjes waardoor ze voor de hand liggende objecten van affectie zijn. Ronde kopjes, brede wangen en grote ogen. Bovendien hebben katten als geen ander huisdier aangeleerd om zichzelf verstaanbaar te maken aan de mens. Hun miauw heeft wat weg van het gekir van een baby, een geluid dat ze overigens speciaal voor mensen maken. Onderling miauwen katten zelden.

Saskia Arndt, hoogleraar Diergedrag aan de Universiteit van Utrecht, noemt dit hun ‘aaibaarheidsfactor’. Mede daarom houden we tegenwoordig meer katten dan ooit als huisdier. Waar we ze vroeger in huis haalden om muizen te vangen, kiezen we nu vaak om emotionele redenen een kat als huisgenoot:

“Hun vacht is zacht, ze worden door vele mensen als elegant ervaren, ze zijn - anders dan bijvoorbeeld honden - eigenwijs en stralen door hun gedrag en spinnen rust uit. Er zijn studies gedaan die aantonen dat katten rustgevend voor mensen kunnen zijn. Nu al worden de eerste kattenrobots ingezet voor mensen met dementie die vroeger een kat hadden.”

Schattig zijn ze, maar in menig kat schuilt een nauwelijks getemd roofdier. Nederlandse katten zouden jaarlijks 100 miljoen vogels doden. Klopt dat?

Maar we houden ook om een meer lugubere reden van katten, zegt Tucker. Veel katten zijn de gastheer van Toxoplasma gondii, een eencellige parasiet die inmiddels ook in de lichamen van een op de drie mensen huishoudt. Volgens sommige wetenschappers kan die parasiet schizofrenie bij mensen veroorzaken, maar doet deze ook iets geks met onze perceptie van katten.

Natuurlijke angst verliezen

Zo verliezen besmette ratten hun natuurlijke angst als ze aan kattenurine worden blootgesteld, want dat is positief voor het voortbestaan van de parasiet. Besmette chimpansees raken op die manier bovendien hun aangeboren afkeer kwijt van de geur van luipaarden, hun natuurlijke vijanden. Een ‘adaptief mechanisme’, aldus Arndt:

“De parasiet leeft in de darm van de kat en is dus op de kat aangewezen. Als prooidieren zoals de rat niet meer bang zijn voor de kat, dan kan deze de rat makkelijker vangen. Dan gaat het goed, zowel met de kat als met de parasiet.”

Dus, speculeren wetenschappers, is het goed mogelijk dat onze voorliefde voor katten deels te wijten valt aan een parasiet. Als dragers van de parasiet zouden we katten meer als knuffel- in plaats van roofdier zijn gaan beschouwen. Zo worden we zonder dat we het weten, zegt Tucker, dagelijks gemanipuleerd.

Lees ook het opiniestuk van Tucker voor The New York Times, Hoe katten het internet overnamen.
    • Maartje Geels