IS was afgeschreven maar blijkt nog lang niet dood

Syrië en Irak

Islamitische Staat is op veel plaatsen niet verslagen, maar hergroepeert zich. De Turkse actie bij Afrin speelt IS in de kaart. Verdere steun van de VS in de strijd tegen de beweging is onzeker.

Inwoners van het Noord-Syrische Afrin bij een tank van het Turkse leger, op 22 maart, om voedsel te ontvangen. Foto Khalil Ashawi/Reuters

Tijdens de verkiezingscampagne in 2016 legde Donald Trump regelmatig de schuld voor het ontstaan van Islamitische Staat bij de toenmalige president Obama. Die had door zijn terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak in 2010 een vacuüm gecreëerd waarin de extremistische groepering kon gedijen.

Trump lijkt nu als president bereid diezelfde fout te maken. Deze week kondigde hij aan dat hij de Amerikaanse troepen uit Syrië wil terugtrekken – precies op het moment dat velen waarschuwen dat IS zich aan het hergroeperen is.

Zo’n vaart zal het wellicht niet lopen: Trumps raadgevers lijken hem te hebben overtuigd om de naar schatting 2.000 Amerikaanse militairen in Noordoost- Syrië voorlopig ter plaatse te laten. Maar het is niet alleen Trumps wispelturigheid die het de Amerikaanse raadgevers in Syrië moeilijk maakt.

Lees ook: Eindspel om Syrië wordt grimmiger

De VS hebben momenteel de grootste moeite de coalitie bijeen te houden die eind vorig jaar Raqqa, de voormalige hoofdstad van het kalifaat, veroverde op IS. Het gros van de Syrian Democratic Forces (SDF) bestaat uit strijders van de Koerdische YPG. Maar die zijn momenteel druk met de Turkse invasie van Afrin in Noordwest-Syrië. Turkije beschouwt de YPG als terroristen wegens hun verwantschap aan de PKK.

„Wij zijn zeer bezorgd over het effect van de gevechten [in Afrin] op onze inspanningen tegen IS, en we zouden graag een einde zien aan de vijandelijkheden voordat IS de gelegenheid krijgt zich te hergroeperen in Oost-Syrië”, zei Pentagon-woordvoerder Rob Manning in maart.

De SDF trok aanvankelijk 1.700 strijders weg van de frontlinie met resterende IS-strijders rond Deir Es-Zor om in Afrin te vechten tegen Turkije. Nu Afrin in Turkse handen is gevallen, vechten de Syrische Koerden op twee fronten tegelijk.

Poging van IS Irak binnen te gaan

„IS heeft geprofiteerd van Afrin om opnieuw terrein te winnen in de regio”, zei Syrisch-Koerdisch politicus Aldar Xelil deze week tegen het persbureau Reuters. Omdat duurzame Amerikaanse steun voor de strijd tegen IS nu onzeker is geworden, suggereert Xelil om in plaats daarvan een samenwerking met het Iraakse leger. „IS is aanwezig in het grensgebied tussen ons”, aldus politicus Xelil. „Die situatie kan de weg vrijmaken voor gezamenlijke operaties tegen IS.”

Vorige maand hebben IS-strijders inderdaad geprobeerd om vanuit Syrië opnieuw door te steken naar Iraaks grondgebied. Zij werden teruggeslagen door strijders van Al-Hashd al-Shaabi, de shi’itische volksmilities die sinds kort officieel zijn opgenomen in de Iraakse strijdkrachten.

Troepen van Syrië, oppositie, Turkije, Koerden, en strijders IS

In Irak verklaarde premier Abadi in december dat het land gezuiverd was van IS. Maar dat was een politiek statement: volgende maand zijn er verkiezingen, en Abadi trekt naar de stembus als de man die IS heeft verslagen. In werkelijkheid zijn veel IS-strijders slechts ondergedoken. Vooral in de regio Hawija, bezuiden Kirkuk, zijn er de laatste maanden voortdurend berichten van confrontaties tussen de extremisten en de Iraakse strijdkrachten. Volgens een verslaggever van Buzzfeed die recentelijk in het gebied was, heeft een deel van de IS’ers zichzelf een nieuwe naam gegeven: de Witte Vlaggen.

Of de extremisten opnieuw een voedingsbodem vinden in Irak is ook afhangen van hoe de Iraakse overheid de sunnitische minderheid behandelt. Sinds de Amerikaanse invasie van 2003 voelen de Iraakse sunnieten zich gemarginaliseerd. Dat maakte hen vatbaar voor eerst Al- Qaeda en later IS.

Heropbouw

Sunnitische steden als Ramadi en Mosul zijn verwoest in de strijd tegen IS, en de heropbouw komt maar traag op gang. Sunnitische politici hebben gevraagd om uitstel van de verkiezingen omdat de helft van de sunnitische kiezers in kampen woont. Bagdad heeft daar geen gehoor aan gegeven.

Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat de Iraakse gevangenissen opnieuw een broedplaats van extremisme kunnen worden. Naar schatting 19.000 mensen zitten momenteel in de cel op verdenking van IS-lidmaatschap, en meer dan drieduizend zijn ter dood veroordeeld. Maar de rechtsgang is allesbehalve secuur: processen duren vaak niet langer dan een half uur.

Lees ook over de noodsituatie in Oost-Ghouta: Elke dag bommen en veevoer

In regeringsgebied in Syrië heeft IS dan weer geprofiteerd van de strijd tegen andere gewapende groepen. Toen strijders van Hayat Tahrir al-Sham, het gewezen Al- Qaeda-filiaal in Syrië, vorige maand ingingen op een evacuatiedeal met het regime in Zuid-Damascus, profiteerde IS daarvan om hun gebied in te palmen.

Het regime en Rusland waren de voorbije maand druk met het bombarderen van Oost-Ghouta. Nu ook de laatste rebellengroep daar, Jaish al-Islam, akkoord is gegaan met een evacuatie naar oppositiegebied in Noord-Syrië, lijkt het regeringsleger eindelijk korte metten te willen maken met de aanwezigheid van IS in Zuid-Damascus.

Zowel het Syrian Observatory for Human Rights (SOHR) in Groot-Brittannië als pro-regime-media zeggen dat sinds zondag troepen worden aangevoerd om Yarmouk te heroveren op IS. Daarbij zouden in de eerste plaats Palestijnse strijders worden ingezet.

Yarmouk is een Palestijns vluchtelingenkamp dat gaandeweg een stadswijk van Damascus is geworden. Sinds 2015 betwistten IS en Al-Qaeda elkaar de controle over de wijk. Als IS in Yarmouk is verslagen, zal het regime opnieuw de volledige controle hebben over Damascus en al zijn buitenwijken. Elders in het land, onder meer op de grens met Israël, controleert IS nog wel kleine stukken grondgebied.

Correctie: in een eerdere versie van dit verhaal stond dat Trump de naar schatting 2.000 Amerikaanse raadgevers in Noordoost- Syrië voorlopig ter plaatse laat. Dit ging echter over militairen. De fout is aangepast.

    • Gert Van Langendonck