Recensie

‘In alles wat ik schrijf creëer ik een schaduw van mijn broer’

Jesmyn Ward

De nieuwe roman van deze bekroonde schrijfster is een duistere roadtrip door het arme zuiden van de VS, waar de zwarte bevolking een erbarmelijk bestaan lijdt. ‘Er moet iets van schoonheid zijn, anders zijn de feiten niet te verdragen’.

Foto Mathieu Bourgois/Hollandse Hoogte

‘Om de wereld te begrijpen, moet iemand eerst Mississippi begrijpen,’ schreef William Faulkner. Het is een van de lievelingscitaten van schrijfster Jesmyn Ward (1977).

Haar boeken handelen allemaal over het zware leven in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Haar proza is duister en tegelijkertijd lyrisch. Ze won twee keer de National Book Award en kreeg vorig jaar de MacArthur Genius Grant toegekend, een werkbeurs van 625.000 dollar, uitgekeerd over vijf jaren. Haar laatste boek, Sing, Unburied, Sing, is nu in het Nederlands vertaald als Het lied van de geesten. Ik ontmoet haar in een café vlakbij haar lievelingsboekhandel in New Orleans. Op een uur rijden van haar woonplaats DeLisle, Mississippi.

Na het lezen van ‘Sing, Unburied, Sing’ geloof ik dat ik het leven in Amerika’s armste staat iets beter begrijp. Wilde u dat bereiken met dit boek?

„Hier liggen verhalen die niet gehoord worden. Ik wil de vergeten verhalen vertellen. Dat is ook waarom ik dit boek moest schrijven.”

Jesmyn Ward vertelt het verhaal van Leonie, een drugsverslaafde zwarte moeder van twee interraciale kinderen: Jojo en Kayla in Mississippi. Ze zorgt niet goed voor hen, dat is eerder de taak van haar ouders. Leonie neemt haar kinderen mee op een roadtrip, om hun witte vader Michael op te halen uit Parchman Farm Prison. Dit tegen de wil van opa en oma, omdat het tijdens schooldagen is. Het verhaal wordt afwisselend verteld vanuit drie perspectieven: Jojo, Leonie en Richie, de geest van een overleden kind.

Hoe ontstond het idee voor dit verhaal?

„Ik wilde een roadtrip door modern Mississippi beschrijven, waarin een familie vreemde zaken zou overkomen. Bij mijn research stuitte ik op Parchman. Mijn aanvankelijke verhaal was niet waar het vuur zat, dat zat in Parchman, een gevangenis waar voornamelijk zwarte mensen onder het mom van straf opnieuw tot slaaf werden gemaakt. Voor de kleinste dingen waren ze opgepakt, soms zelfs omdat ze op straat rondzwierven. Onder hen waren veel kinderen, zoals Richie. Ik moest over hen schrijven, dat wist ik meteen.”

Richie is een geest uit het verleden die als kind bruut werd vermoord, zoals vele gevangenen. Hij reist mee terug nadat de familie Michael heeft opgehaald. Hoe was het om in zijn huid te kruipen?

„Ik wilde hem een stem geven, ik wilde dat het geloofwaardig was, dat het zich in het hier en nu afspeelde. Om dat voor elkaar te krijgen móést hij een geest zijn. Ik moest een wereld construeren waarin geesten bestaan. Zo echt en levendig mogelijk. Nooit eerder had ik magische elementen gebruikt, maar nu kon het niet anders. Ik wilde duidelijk maken dat het verleden doorklinkt in het heden. Maar pas na de tiende versie durfde ik een geest van hem te maken.”

Waarom toen pas?

„Ik moest me inleven in een kind dat echt bestaan heeft, dat martelpraktijken heeft meegemaakt en vermoord is. Dáár moest ik recht aan doen. Persoonlijk was het extra moeilijk vanwege mijn broer [die op 19-jarige leeftijd werd doodgereden door een witte man die dronken achter het stuur zat. Ze schreef erover in de memoir Men We Reaped, red.] In alles wat ik schrijf creëer ik een schaduw van mijn broer, eigenlijk om hem op een bepaalde manier in leven te houden. Als ik niet over hem schrijf, wie doet het dan? Voor mij is Richie het belangrijkste personage. Hij brengt het heden en het verleden samen.”

Dit verhaal heeft u uiteindelijk vijftien keer herschreven. Wat verandert er bij elke versie?

„Eerst schrijf ik een ruwe versie. Zelfs als ik na vier hoofdstukken ontdek dat er iets anders moet, schrijf ik eerst helemaal door. Dan laat ik het twee of drie weken liggen, lees ik het weer en maak een lijst met dingen die verbeterd kunnen worden. Die ga ik één voor één af. Ik werk het hele boek door en concentreer me alleen op dat ene punt. Zo doe ik dat met elke verbetering, om niets over het hoofd te zien. Daarna laat ik het aan anderen lezen. Ik heb een groep van schrijversvrienden die altijd mijn werk lezen. Ik geef ze drie maanden de tijd. Bij Salvage the Bones waren er maar weinig opmerkingen, ik had geluk. Zo ging dat niet bij Sing. Op elke pagina stond wel een opmerking. Ik vrees bij ieder boek: gaat het me wel lukken? Ik ben niet erg zelfverzekerd, vooral niet als het op mijn schrijven aankomt.”

U heeft prijzen gewonnen, krijgt de MacArthur Genius Grant. Hoe kan het dat u zich nog onzeker voelt?

„Het zit in mijn karakter. Maar de noodzaak om verhalen te vertellen is zo groot. De wil om ze te vertellen is groter dan mijn onzekerheid. Die wint.”

Op de terugreis van de roadtrip wordt de familie aangehouden door de politie. Bijna alles wat mis kan gaan, gaat mis. Hoe ontstond dit hoofdstuk?

„Toen ik dit boek schreef werd er elke maand wel een zwarte man vermoord door de politie. Ik wist dat de familie sowieso door de politie zou worden aangehouden. Ze rijden in een barrel, zien er arm uit, de moeder is zwart. Toch was ik emotioneel niet voorbereid op die scène. Ik schrijf van tevoren geen plot uit. Ik wist niet wat er zou gaan gebeuren, net zomin als de lezer. Misschien zou Jojo wel sterven. Niets stond vast, ik liet me door de personages leiden. Ik denk dat de lezer dat voelt.”

De tegenstelling tussen uw poëtische proza en de harde omgeving van uw verhaal is opvallend. Is dat een bewuste keuze?

„Zeker. Ik weet niet of dit in Nederland ook zo is, maar in de VS heerst er onder fictieschrijvers een trend van kaal, direct, onopgesmukt proza. Geen metaforen, en bijvoeglijke naamwoorden zijn uit den boze. Maar die maken juist dat ik van schrijven en van lezen houd. Ik denk dat mijn werk heel moeilijk te lezen was als het ingetogen was. Er moet iets van schoonheid zijn, anders zijn de feiten niet te verdragen. Ergens toon ik daarmee ook dat er schoonheid te vinden is in de levens van mijn personages. Leonie is een slechte moeder, en toch ligt in het diepste van haar ziel de liefde voor haar broer.”

Hoewel Leonie haar kinderen verwaarloost, hield ik toch sympathie voor haar. Hoe was dat voor u?

„Aanvankelijk had ik veel moeite om vanuit haar te schrijven. Jojo verging me het makkelijkste. Hij doemde als eerste bij me op en eiste zowat dat ik zijn verhaal vertelde. Leonie is vreselijk tegen de mensen van wie ze houdt. Toch kan ik haar ook niet veranderen, ze is wie ze is. Ik dacht: wat als ze een broer heeft verloren? Zou het kunnen dat ze zo akelig doet omdat ze niet met rouw kan omgaan? Ik werkte het leven van haar overleden broer uit en dat leek te kloppen. Leonie kan rouw als deel van het leven niet accepteren. Het doet haar te veel pijn, dus rent ze ervan weg. Iedereen die iemand verloren heeft, weet dat het niet overgaat. Het enige wat je kunt doen is de pijn aanvaarden. Je moet pijn lijden, je moet huilen.”

U zegt dat u Leonie niet kunt veranderen, terwijl u toch de schrijver bent. Hoe werkt dat?

„Het is lastig uit te leggen. Een personage dient zich aan. Als schrijver kan ik verder bouwen, maar de essentie van wie ze zijn zal altijd hetzelfde blijven.”

Kent u veel vrouwen zoals Leonie?

„Helaas wel. Ik kom uit een kleine plaats in Mississippi waar voornamelijk arme mensen wonen. Het is een hechte gemeenschap, families blijven er generaties achtereen wonen. Velen moeten er ploeteren om te overleven. Ze overleven door te hosselen, maar blijven toch hongerig en arm. Verslaving ligt op de loer. Ik zie het bij tieners en bij ouderen. Alles komt later aan in Mississippi: heel lang was het crack-cocaïne, nu zijn het meth en opiaten, wat in de rest van de VS al in de jaren negentig werd gebruikt. Het is niet makkelijk op te lossen. Armoede, de stress van racisme, slechte educatie, er zijn zoveel factoren. Drugs zijn een heimelijke verlossing. Zo werkt het ook voor Leonie.”

In het dankwoord voor uw tweede National Book Award haalde u een afwijzing van een uitgever aan uit het begin van uw carrière: ‘Mensen lezen uw werk niet, omdat het geen universele verhalen zijn.’ Inmiddels lezen miljoenen mensen uw boeken en wordt u in tientallen landen vertaald. Wat maakt uw verhalen toch universeel?

„De publicatie van mijn eerste boek was een gevecht. De eerste reactie was vaak: waarom is dit relevant? Als je personages niet lijken op de meerderheid, is je werk niet herkenbaar. Mensen zouden zoeken naar gelijkenissen. Na mijn eerste National Book Award begonnen meer mensen te zien dat er iets in mijn werk zat. Wat betekent het om een mens te zijn? Wat betekent het om verbindingen met anderen aan te gaan? Wat betekent het om van iemand te houden en die te verliezen? Ja, het zijn verhalen over arme zwarte mensen. Die kunnen net zo goed universeel zijn.”

    • Alma Mathijsen