Francis Alÿs: ‘Mijn films zijn als kinderspelletjes’

EYE Prize De Belgisch-Mexicaanse kunstenaar Francis Alÿs is de winnaar van de EYE Art & Film Prize 2018. Hoewel hij al twintig jaar films maakt, durft hij zich geen filmmaker te noemen. „Ik heb geen opleiding, ik ga gewoon aan de slag.”

Veel van de films van Francis Alÿs (rechts) spelen zich af op grenslocaties en in conflictgebieden: in 2016 reisde hij embedded mee met Koerdische troepen naar Mosul in Irak. Courtesy the artist and Jan Mot, Brussels Photo Akam Shex Hadi

„Vind je het goed als we Engels praten?”, vraagt kunstenaar Francis Alÿs, aan de telefoon vanuit zijn studio in Mexico-Stad. Hij mag dan in Antwerpen geboren zijn als Francis de Smedt, na ruim dertig jaar in Mexico is zijn Nederlands wat roestig geworden. Alÿs (1959) kwam er in 1986 terecht, toen hij als architect ging helpen bij de wederopbouw na een verwoestende aardbeving. Hij is er nooit meer weggegaan.

Wandelend door het oude centrum van Mexico-Stad begon hij vanaf 1989 het dagelijks leven vast te leggen in foto’s en films. Zo werd Alÿs „al spelenderwijs” een kunstenaar. Nu is hij, „een van de belangrijkste kunstenaars van zijn generatie”, aldus de jury, bekroond met de EYE Art & Film Prize. Juryvoorzitter Sandra den Hamer roemt zijn „oprechte en gevoelige werk dat zijn persoonlijke en soms speelse verkenning van steden en stedelijke gebieden toont”. De prijs, ruim 28.000 euro, is bestemd voor een kunstenaar of filmmaker die werkt op het grensgebied van film en beeldende kunst. Eerdere winnaars waren Hito Steyerl, Ben Rivers en Wang Bing.

In Eye Filmmuseum zijn op dit moment werken van de eerdere winnaars van de EYE Prize te zien. Lees ook: Deze films zijn als kunstwerken

Alÿs voelt zich vereerd, zegt hij, om te mogen aansluiten in dat rijtje. „Al voel ik mij wel een beetje een indringer. Zij zijn echte filmmakers, ik durf mijzelf niet zo te noemen. Door deze prijs realiseer ik me wel dat ik alweer een jaar of twintig films maak. Het was een onbewuste keuze, die op de een of andere manier zo gegroeid is. Film bleek het meest geschikte medium om sommige van mijn projecten naar buiten te brengen. Het filmen heb ik mezelf aangeleerd, gewoon door te beginnen. Maar dat geldt voor alle media die ik gebruik. Ik heb geen kunstopleiding gevolgd, ik ga gewoon aan de slag.”

Oneliners

Ook schilderen leerde Alÿs gaandeweg, door samen te werken met commerciële Mexicaanse reclameschilders. „Zij leerden mij hoe ik kon communiceren met beelden. Dat je precies genoeg informatie moet overbrengen, maar nooit te veel. Want dan raak je de aandacht van de kijker kwijt. Diezelfde lessen gebruik ik nu in mijn films. Ook daarin draait het altijd om de essentie. Al het overbodige laat ik weg.” Idealiter, zegt Alÿs, kunnen zijn films in tien woorden worden naverteld. Zoals: man duwt een blok ijs door de straat tot het gesmolten is. Of: man koopt geladen pistool in een winkel en loopt ermee over straat tot hij wordt opgepakt. „Ik maak oneliners.”

Dat de jury zijn werk nu prijst om het ‘speelse’ karakter, vervult hem met trots. „Mijn werk is zeer geïnspireerd door kinderspelletjes. Ik werk niet zoals andere filmmakers, die een verhaal vertellen met een aanloop, een confrontatie of conflict, en een climax. Ik schrijf geen scenario’s, ik richt mijn camera op een specifieke situatie of probleem. Dat kan een reis zijn, of een uitdaging. Vervolgens zie ik wel hoe die situatie zich ontwikkelt. Vergelijk het met de regels van een spel. Eerst zeg je wat je wel en niet mag doen, en dan ga je spelen. In mijn films is de uitkomst nooit helder. Maar ik heb wel duidelijke parameters waarbinnen het verhaal zich moet afspelen.”

Oude spelletjes

Sinds 1999 documenteert Alÿs overal ter wereld kinderspelletjes, van hoepelen tot elastieken en steentjes ketsen over het water. „Sommige van die spelletjes bestaan al duizenden jaren. Maar wie ze bedacht heeft, weet niemand. Vaak zijn die spelletjes wonderbaarlijk universeel: in Argentinië wordt er net zo gehinkeld als in India of een Iraaks vluchtelingenkamp. Ik wil die oude spelletjes vastleggen voordat ze verdwijnen. Vooral in westerse landen dreigt dat snel te gebeuren, omdat iedereen nu computergames speelt.”

„Ik houd mij meer bezig met ethiek dan met politiek”

Veel van Alÿs’ films spelen zich af op grenslocaties en in conflictgebieden. Zo liep hij voor The Green Line (2004) met een pot groene verf dwars door Jeruzalem, een groen spoor achterlatend op de oude grenslijn uit 1949. In het Iraakse paviljoen op de Biënnale van Venetië liet hij vorig jaar een film zien die hij had gemaakt toen hij embedded meereisde met Koerdische Peshmerga-troepen naar Mosul. Eerder al werkte hij in Afghanistan, in de Straat van Gibraltar en in de gewelddadige Mexicaanse grensstad Ciudad Juárez. Alÿs: „Ik zie grenzen als een soort karikatuur van veel grotere fenomenen. Helaas wordt de kloof tussen de arme kant en de rijke kant alleen maar groter. En dat is een wereldwijde ontwikkeling.”

Verslaggever

Dankzij Donald Trump en zijn ‘wall’ is het grensthema alleen maar urgenter geworden, zegt Alÿs. „Die muur gaat de levens van miljoenen Mexicanen aan. Het heeft niet alleen een groot effect op de economie, maar ook op de identiteit van het land. Mexico voelde zich altijd zeer aangetrokken door het noorden. Nu zien we een verschuiving in die relatie. Voor het eerst kijken veel Mexicanen richting het zuiden, naar Chili, Colombia, Brazilië. Dat is een grote culturele verandering, maar wel een gezonde beweging, denk ik.”

Voelt hij als kunstenaar een verantwoordelijkheid om die politieke problemen zichtbaar te maken? „Als hedendaagse kunstenaar maak ik een portret van de maatschappij waarin we leven. Ik reflecteer op onze dromen, onze verlangens, onze angsten, onze hoop. Politiek hoort daar ook bij, als een van de vele ingrediënten. De politieke situatie is vaak zeer aanwezig op de plekken waar ik werk. Die sijpelt automatisch door in mijn films. Maar ik wil niets opdringen, ik ben geen militant. Ik houd mij meer bezig met ethiek dan met politiek.”

In feite, zegt Alÿs, verschilt zijn werkwijze niet veel van die van een verslaggever. „Al hebben kunstenaars wel meer vrijheden. Kunstenaars kijken vaak naar de vergeten invalshoeken in een verhaal, we hebben een soort getrainde obsessie met de meest absurde details. Als journalist of wetenschapper moet je je voortdurend verantwoorden. Wij kunstenaars mogen alles zeggen en ons onverantwoordelijk gedragen. Dat is tot op zekere hoogte geaccepteerd. Een beetje zoals kinderen.”

    • Sandra Smallenburg