Column

Facebook

‘Hé, je bent er nog!” – KRANKZINNIGE SMILEY – Shit. Ze hebben me gezien. Ja, nogal wiedes natuurlijk. Ik heb net een foto van mijn paasontbijt gepost. ‘Ik dacht dat jij van Facebook af was?’ – HAUTAINE SMILEY – godver. Ik reageer gewoon niet. De groeten hoor. Argh, zo vervelend. Dat iedereen je zo in de gaten houdt. En niemand die iets zegt over mijn tafelkleed!

Anderhalve week geleden was ik zo iemand die aankondigde te stoppen met Facebook. Op Facebook. Ja, zo een. Een groots, overtuigend vaarwel was het. Met een snik. Ik wist ook niet dat ik het in me had. Ja, ik dacht er al jaren over, zei ik, en dat is ook zo. Het was wel klaar, ik had mijn archief opgevraagd en dat was jammer maar het was niet anders. Vaarwel en kijk eens op Twitter. Nu was Twitter nou net het medium waarop ik me had laten ophitsen.

Na jaren het gevoel gehad te hebben door Facebook te worden afgeluisterd, was er Cambridge Analytica. Maar ik vond het ook gewoon niet interessant, dat hele Facebook. En toch zat ik er zo’n tachtig keer per dag geitenfilmpjes te liken. Het is als roken, het smaakt je al lang niet meer, je weet dat het niet goed is, dat er ellende van komt, je er een verderfelijke industrie mee overeind houdt, maar je móét het doen en terwijl je het doet voel je je vies, vunzig en zwak. Weg ermee.

#DeleteFacebookNow!, wat zou Mark Zuckerberg op zijn neus kijken

Die alleenheerschappij van die enge Mark Zuckerberg zat me ook niet lekker en ik verkneukelde me erover om deel te zijn van de eerste grote groep verlaters. Om anderen ervan te overtuigen dat het niet meer hoeft, al die persoonlijkheidstesten, dat je ook op Instagram ongelukkig kunt worden van vakantiefoto’s van anderen, dat je met een beetje goede wil, een plaksnor of een lippenstift zelf ook wel uit kan vinden hoe je er als man of vrouw uitziet. Och, wat zou Mark Zuckerberg op zijn neus kijken. Ook op Twitter kondigde ik mijn vertrek aan. #DeleteFacebookNow!

Ik had er meteen spijt van. Niet in de laatste plaats omdat ik op Facebook, waar ik ging kijken naar alle reacties op mijn vertrek, een filmpje zag van een hond die van Antwerpen naar Amsterdam ontvoerd was en herenigd werd met zijn baasje. Ik móést hem delen! Ook trof ik in de reacties mensen die ik al weet ik hoe lang niet gesproken had, maar wel al jaren op grote afstand volg. Mensen uit Engeland, Amerika, Duitsland. Ze zouden de foto’s van mijn dochter gaan missen. Die plaats ik alleen op Facebook, omdat ik daar slechts contact heb met familieleden, vrienden, mensen die ik écht ken. Ja, en met Mark Zuckerberg dus. We konden appgroepen doen, opperde ik, want ik zou hun hond ook missen. ‘WhatsApp is ook van Facebook.’ Argh, grmbl! In mijn archief trof ik niets schokkends aan. Op AD.nl en nog wat sites stond al te lezen dat ik er vanaf zou gaan. Misschien was cold turkey geen goed idee, moest ik iets met pleisters of – O! Wat een énig filmpje van Björk en Arvo Pärt! – SHARE.

Facebooken anno 2018, hoe doet de Nederlander dat? NRC typeert vijf typen gebruikers.