Opinie

    • Arjen Fortuin

De autistische jongen en de robot die hem helpt

Zap In de documentaire ‘Scenario’s voor een normaal leven’ is te zien hoe de autistische Jonathan (8) hulp krijgt van de robot Kaspar. De interactie tussen Jonathan en Kaspar zet de kijker aan het denken.

De achtjarige Jonathan met robot Kaspar in Scenario’s voor een normaal leven (KRO-NCRV)

‘Meisje! Zullen we richting het station gaan?” De achtjarige Jonathan heeft Aukje pas net ontmoet. Ze fietsen rondjes om de speeltuin als de jongen zijn stoutmoedige plan openbaart. Maar tussen droom en daad staat Jonathans moeder in de weg. En zijn zijwieltjes.

Er staat wel meer in de weg in Jonathans leven, blijkt binnen een paar minuten in het woensdagavond door KRO-NCRV uitgezonden Scenario’s voor een normaal leven. Jonathan is autistisch en zeer snel uit zijn evenwicht gebracht, vooral door geluid. Als in de tuin van zijn dagverblijf de wind door de bomen waait, is het ruisen ondraaglijk voor hem en vlucht hij naar binnen. Daar is hij vervolgens amper in de hand te houden.

Zie daar nog maar eens een ‘scenario voor een normaal leven’ bij te verzinnen. Daarmee komen we bij Kaspar. Kaspar lijkt een beetje op Ajax-aanvaller Kasper Dolberg, maar dat zal toeval zijn. Hij is een robot, die speciaal is geprogrammeerd om te communiceren met Jonathan.

Het idee is daarbij niet dat Kaspar dingen even goed kan als een mens, maar dat hij ze beter kan. Immers, mensen zenden onophoudelijk non-verbale signalen uit waar een jongen als Jonathan niets mee kan. Kaspar is de robot die alles goed moet maken, die hem moet leren in contact te komen met mensen.

De scènes waarin Jonathan kennis maakt met Kaspar zijn om in te lijsten. Eerst brengt hij nog van de zenuwen de handen naar zijn oren, maar Kaspar weet het ijs te breken door te niezen. Jonathan giert het uit, nepniest zelf zodat Kaspar hem weer na kan doen. Dan zingen ze samen ‘Hoofd, schouders, knie en teen’.

De jongen brengt zijn wang naar de handen van het apparaat. Kaspar vraagt hem wie zijn beste vriend is en Jonathan klapt in zijn handen: „Jij.” Je hart springt op en breekt tegelijk – want hoe mooi de verbinding tussen het eenzame kind en Kaspar ook is: de robot blijft een apparaat.

We zien voortgang in kleine stapjes, bijvoorbeeld wanneer de robot Jonathan eindeloos aanspoort om een schoolwerkje te maken: „Ga door. Maak het werkje af.” Een mens zou het niet zo vaak zo monotoon kunnen en we hebben al gezien hoe kwaad Jonathan kan worden als hij zich onder druk gezet voelt. Het goede nieuws: Jonathan wordt niet boos op Kaspar. De keerzijde: het werkje maakt hij óók niet.

De interactie tussen Jonathan en Kaspar zet je ook aan het denken. Over hoe ouders, docenten en verzorgers misschien wel de robot in zichzelf moeten vinden. Over de vraag of Jonathan niet te afhankelijk van de robot kan worden; hij zal ook weer afscheid van Kaspar moeten nemen. Aan de andere kant: mensen gaan ook wel eens stuk.

Regisseur Sander Burger verdient een groot compliment voor de wijze waarop hij de spectaculaire robotscènes heeft ingebed in een veel bredere schets van de situatie van Jonathan. Met veel oog voor zijn onrust en onmacht, maar ook voor de collectieve inspanningen om tot die ‘scenario’s voor een normaal leven’ te komen.

Tegen het einde van de film blijkt dat als Jonathan op school intellectueel meer wordt uitgedaagd (wat goed is, want de kleutertaakjes die hij krijgt, maakt hij in een vloek en een zucht), hij thuis onhandelbaarder wordt.

Gelukkig zien we in de laatste scène een nieuwe gast in Jonathans woonkamer staan. Kaspar: „Hallo Jonathan. Weet je nog wie ik ben?” Het kind springt van vreugde op en neer.

    • Arjen Fortuin