Brieven

Brieven

Foto ANP

In uw Commentaar (Nu een transparant vervolg op het gasbesluit van Rutte III, 3/4) wordt het besluit om een einde te maken aan de Groningse gaswinning ‘opmerkelijk’ genoemd, omdat de consequenties vermoedelijk „even groot als moeilijk in te schatten zijn”. Tevens ziet u het als ‘plotseling’, gerelateerd aan het regeerakkoord en het eerder optreden van de premier en zijn partij. Oorzaak moet volgens u gezocht worden in de schok van Zeerijp, waar de aarde „kennelijk” zo fors schudde dat de politieke naschokken in Den Haag werden gevoeld. Ik ben met u eens dat je het kunt zien als opmerkelijk en plotseling, wanneer het besluit direct wordt gerelateerd aan eerder handelen van de VVD, de verantwoordelijk minister en de premier. U besluit uw commentaar echter met een specifieke kwalificatie; u suggereert dat hier sprake is van grillig bestuur, omdat de consequenties niet te overzien zouden zijn.

Misschien kunt u uw kwalificatie heroverwegen, als ik u in herinnering breng dat al in 2015 het College voor de Rechten van de Mens de Nederlandse overheid op de vingers tikte inzake dit dossier? Vindt u het werkelijk grillig om te hechten aan de rechtsstaat, waar burgers mogen rekenen op bescherming van hun lijf, goed en mensenrechten? In relatie tot herstel van de rechtsstaat gaat het hier niet om opmerkelijk, maar om noodzakelijk handelen, niet om een plotseling besluit, maar om een eíndelijk genomen beslissing na jaren van ongehoorde ontkenning, niet om een ‘kennelijk’ forse beving maar om een gekende, gevoelde en feitelijke beving. Het is evident dat de consequenties van het stoppen met winnen van Gronings gas nader aandacht behoeven. Toch wekt uw commentaar de suggestie dat de aarde – kennelijk – nog niet zo fors geschud heeft dat de volle omvang van de consequenties van gaswinning voor medeburgers in Nederland is doorgedrongen tot de verbaasde Randstedelijke redactie van NRC.