Recensie

Bij vlagen lyrische ‘Mecenas Suite’ op Classical Encounters

Klassiek Het Haagse kamermuziekfestival Classical Encounters staat in het teken van het mecenaat. Martijn Padding componeerde een theatrale ‘Mecenas Suite’: dwars, geestig en inclusief bier.

Naast de première van Martijn Paddings ‘Mecenas Suite’ werden op de openingsavond van Classical Encounters stukken van Debussy en Schuberts gespeeld. Foto Leo Samama

Classical Encounters is de nieuwe naam van het Kamermuziekfestival Den Haag, dat zijn vijftiende verjaardag viert. Tot en met zondag vinden op bijzondere locaties in en om Den Haag intieme concerten plaats. Oprichter en artistiek leider Eva Stegeman kreeg woensdagavond tijdens het openingsconcert de Haagse Stadspenning uit handen van cultuurwethouder Joris Wijsmuller, die haar verdiensten voor de stad roemde.

Het was een toepasselijke erkenning, aangezien deze jubileumeditie in het teken staat van het mecenaat: wat is de muziek u waard? Dat thema kreeg niet alleen gestalte in de wereldpremière van Martijn Paddings theatrale en uitgesproken Mecenas Suite, maar ook in een heuse veiling: het publiek kon bieden op zeven miniatuurtjes die Padding ter plekke op het podium componeerde voor de zeven musici van zijn Suite. De opbrengst ging naar de financiering van het festival. Contrabassist Dominic Seldis, bekend van tv-programma Maestro, speelde op karakteristieke wijze voor veilingmeester: komisch en nogal bot. Succesvol ook: alle stukjes werden verkocht en een mysterieuze telefonische bieder telde zelfs 500 euro neer voor de maten die Padding voor Eva Stegeman schreef.

De Mecenas Suite was een echte Padding: dwars zonder zwaar op de hand te worden, doortrokken van stijlcitaten, bij vlagen lyrisch maar steeds met een twist, en geestig op een ernstige manier. In de negendelige suite voerde hij een mecenaskarikatuur ten tonele, die zijn financiële ondersteuning van de kunsten ‘verzet tegen de vergankelijkheid’ noemde. De tekst, door Padding zelf moeilijk verstaanbaar voorgedragen door een megafoon, overtuigde maar half – de veelkantige muziek des te meer. Er waren mooie muzikale portretten van échte mecenassen, zoals Joop van den Ende, en een heerlijke, schor zwalkende ‘Mecenas Shuffle’. In de sardonische, kaalgeslagen ‘Mars der Beschaving (kratje bier)’ bliezen de musici een hees akkoord uit hun bierflesjes.

Twee totaal verschillende vroege werken completeerden het openingsprogramma: het onherkenbaar romantische Trio van de 18-jarige Debussy en Schuberts geliefde Forellenkwintet. Vooral in het eerste deel van Schuberts kwintet zaten wat slordigheden, maar daarna groeide het esprit en won het samenspel aan gloed, vooral in het pittige ‘Scherzo’ en het vet aangezette ‘Allegretto’.

    • Joep Stapel