Opinie

Als criminaliteit in terreur ontaardt, mag het gezag niet stilzitten

Met de moord, vorige week, op de 41-jarige Reduan, broer van een net gerecruteerde kroongetuige voor het Openbaar Ministerie, is een grens gepasseerd. Bleef de bloedige oorlog tussen de rivaliserende drugshandelaren tot nu toe binnen het criminele milieu, nu zijn in authentieke maffiastijl ook niet betrokken, toevallige familieleden doelwit.

De inzet is dus substantieel verhoogd. Dit zijn relatief willekeurige liquidaties gepleegd als represaille voor het meewerken aan politieonderzoek. Drugscriminelen kunnen vanaf nu familie geen veiligheid meer bieden. Zij zijn zelf een veiligheidsrisico geworden voor hun naasten.

Uit een oogpunt van handhaving biedt dat kansen: de sociale druk om ‘uit te stappen’ neemt wellicht toe. Als de overheid dat met verhuizing, bescherming en nieuwe identiteiten efficiënt weet aan te bieden, zijn er meer succesvolle vervolgingen te verwachten. Zo bezien zijn vergeldingsmoorden ook ontbindingsverschijnselen – Verelendung in een crimineel wereldje dat het van rust en onderling gedogen moet hebben.

Tegelijk zijn de risico’s enorm vergroot, niet alleen voor de drugshandelaren zelf. De ‘war on drugs’ heeft nu aspecten van terreur gekregen. Daarbij nemen daders geen enkele grens in acht – ongebreideld angst aanjagen is de kern van terreur. Het plegen van aanslagen op politie en OM-functionarissen zelf is dan ook niet meer ondenkbaar. Er worden al misdaadjournalisten beveiligd. Dit doet denken aan Italiaanse toestanden, met gezagdragers in versterkte gebouwen en gepantserde auto’s. Met haastig verhuisde families van kroongetuigen, zoals vorige week gebeurde.

Dit alles vraagt van het gezag een herijking van de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. In het Kamerdebat deze week hield het kabinet de kaarten tegen de borst. De Tweede Kamer moest het doen met een herhaling van maatregelen uit het regeerakkoord. Daarin staat al een extra investering van 267 miljoen euro. En er waren wat symbolische plannen. De maximumstraffen op deelname aan georganiseerde criminaliteit verhogen van zes naar tien jaar. De strafmaat op het bezit van automatische wapens verdubbelen, het leek de minister ook een goed idee. De wens van de Kamer om agenten nog wat makkelijker in kofferbakken te laten kijken bij wapencontroles, werd voorzichtig gehonoreerd. Uiteraard ontbrak de evergreen niet: een betere informatie-uitwisseling binnen de overheid. Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) bepleitte de bekende harde aanpak, „anders zijn we overgeleverd aan de wolven”. Tegelijk verklaarde hij dat Nederland een „uitstekende politie” heeft, want „no. 7 in West-Europa” op een recente ranglijst.

Dat willen we best geloven, maar de echte kwestie is de kroongetuigeregeling. Die is inmiddels na gebleken succes in het buitenland een paar keer in Nederland toegepast. In het Passageproces werd viermaal levenslang uitgesproken, in ruil voor stevige strafkortingen voor twee kroongetuigen. Het OM ziet dit graag uitgebreid: strafkortingen van 50 procent verhogen naar 90 procent en de regeling ook toepassen op lichtere misdrijven. Bij de afloop van het Passageproces vonden wij zo’n uitbreiding nog te vroeg en ongewenst. Na deze moord is dat niet meer zo vol te houden. De kroongetuigenregeling moet nog steeds tot de allerzwaarste misdrijven beperkt blijven. Maar hogere strafkortingen zijn bespreekbaar. Als criminaliteit in terreur ontaardt dan kan het gezag niet stilzitten.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.