Zo’n grove Hollandse grap kan hard vallen

Studenten Buitenlandse studenten in Groningen zijn vaak mikpunt van stereotyperende opmerkingen. „Alleen Nederlanders zeggen hardop wat anderen denken.”

Buitenlandse studenten in Groningen. V.l.n.r. Daniel Nsengiyumva, Julia Volkmar, Stefan Bullivant, Sona Kim, Philipp Muehl Foto Kees van de Veen

Julia Volkmar (21), studente uit Duitsland, heeft het al een paar keer gehoord in Groningen: „Wanneer geven jullie die fietsen nu eens terug?” Twee andere Duitse studenten, Philipp Muehl (23) en Daniel Nsengiyumva (21) herkennen dat. Grappen die telkens weer terugkeren. Toch storen ze zich er niet aan, want de sfeer in de stad vinden ze „open” en „charming”. Iedereen spreekt Engels, ook op de markt.

„Ik ben inmiddels gewend aan grappen over de Tweede Wereldoorlog”, zegt Julia in goed Nederlands. Meerdere internationals voelen zich gediscrimineerd of bespot maar zeggen vaak ook dat dit niet met slechte bedoelingen is gebeurd. „Nederlanders zijn zich niet bewust hoe andere mensen het ervaren”, zegt Muehl die als Noord-Duitser deze Nederlandse directheid wel kan plaatsen.

Vijf buitenlandse bachelorstudenten bespreken in een kantoortje van een studentenorganisatie een artikel in de Groningse universiteitskrant over grappen die Nederlanders maken ten koste van internationale studenten. De opmerkingen zijn vaak stereotyperend. Het toont de groeipijnen van een universiteit die zich als internationaal afficheert en waarvan het aantal internationale studenten snel groeit – van de in totaal 30.000 studenten komen er 6.300 uit het buitenland.

Het hardop zeggen

De schrijfster van het stuk over grof Nederlands gedrag is de Amerikaanse Megan Embry (32). Ze kreeg na het verspreiden van enquêteformulieren in en rond de universiteit ruim 300 reacties. Vaak wilden de respondenten alleen in vertrouwen vertellen wat hen dwarszat, omdat ze zich ervoor schaamden.

„Alleen Nederlanders zeggen hardop wat anderen misschien over een andere cultuur denken”, merkt Embry op. Student Nsengiyumva, deels van Burundese afkomst, vindt racisme „een zwaar woord” voor de grappen. „De Nederlandse humor is net als de Duitse erg direct en sommigen zijn erdoor beledigd.” De Brit Stefan Bullivant (20), student Europees en internationaal recht, zegt het zo: „De Britten maken grappen over zichzelf en de Nederlanders maken grappen over anderen om contact te maken.”

Embry woonde lange tijd in het Canadese Toronto, een internationale stad, vindt zij, omdat „daar geen overheersende cultuur is”. Zij vindt de situatie in Groningen meer lijken op die in de University of Texas, waar ze zelf studeerde.

Veel storender dan de grappen vinden de buitenlandse studenten de discriminatie bij het vinden van een kamer. De voorkeur van huisbazen gaat uit naar een Nederlandse vrouw als huurder, daarna komt een Nederlandse man en dan pas de buitenlander, zelfs als die Nederlands spreekt. Een Duitse vriendin van Julia die Nederlands had geleerd, werd toch bij een hospiteeravond afgewezen – wegens haar accent. De Nederlandse studenten wilden „onder ons” zijn, kreeg ze te horen. De universiteit van Groningen probeert er vanaf komend studiejaar wel met de gemeente en huisvesters voor te zorgen dat iedereen een kamer krijgt, reageert een woordvoerder.

Twee werelden

Internationaal en nationaal blijven twee werelden. De studieverenigingen zijn internationaal, de andere studentenverenigingen meestal niet. Nederlandse studenten vinden het onprettig om telkens op het Engels over te schakelen voor een internationale student. Voor internationale studenten is het moeilijk vrienden maken onder Nederlanders. Bullivant kan dat begrijpen. „In het Verenigd Koninkrijk heb je die scheiding ook. De internationale studenten zijn er maar een paar jaar”, zegt hij. Internationale studenten blijven volgens hem ook onder elkaar, „zodat we grappen kunnen maken over die gekke Nederlanders op hun fietsen.”

De vijf studenten internationale betrekkingen en Europees recht kwamen naar Groningen omdat de universiteit een goede naam had en goedkoop was. In Duitsland wordt geen collegegeld geheven maar daar kun je geen internationale betrekkingen in het Engels studeren.

Tegen beledigende grappen valt moeilijk op te treden. De universiteit heeft een vertrouwenspersoon of studentadviseur voor discriminatie, maar die kan niet achter elke student aan gaan. Megan Embry: „Het is moeilijk om vast te pinnen waarom een bepaalde grap niet kan. Je kunt wel het bewustzijn van het effect vergroten.” Rector magnificus Elmer Sterken zei in de universiteitskrant dat er een studium generale over dit onderwerp moet komen.

Niet-EU-studenten

De Japanse Sona Kim (24) vindt – ondanks de soms botte opmerkingen – de Groningse samenleving meer verwelkomend dan die in Engeland, waar ze ook studeerde. Haar stoort het verschil in behandeling door de universiteit tussen studenten die wel of niet uit de Europese Unie komen. Als niet-EU-studente moet ze het volle pond betalen voor haar studie, 8.000 euro collegegeld. EU-studenten betalen het Europese collegegeld (ruim 2.000 euro) en kunnen zich veroorloven om wat langer over hun studie te doen. Een cursus academisch Engels had er voor zoveel geld ook wel vanaf gekund, vindt Kim. Er zijn wel gratis cursussen Nederlands.

Als het moeilijk wordt bij colleges, wordt toch vaak overgegaan op Nederlands. Een Zuid-Koreaanse vriendin van Kim doet een bèta-opleiding. De colleges zijn in het Engels, maar vragen worden vaak in het Nederlands gesteld en in het Nederlands beantwoord. De vriendin vraagt zich af of ze haar tentamen wel kan halen. Kim zou zelf graag willen dat de docent buitenlandse studenten tijdens haar colleges kort uitlegt wat er in de Tweede Wereldoorlog in Nederland gebeurde, zodat die het ook kunnen volgen. En om student-assistent te worden moet je ook Nederlands zijn, is haar ervaring.

Onverhuld racisme is in het Westen op zijn retour, maar zeker niet verdwenen. Het maakt plaats voor subtielere varianten: onderschatten, wantrouwen, mijden of botweg negeren. Lees ook over het venijn van alledaags racisme
    • Maarten Huygen