Jan Beuving en Patrick Nederkoorn in de voorstelling Leuker kunnen we het niet maken

Foto Jaap Reedijk

‘We willen best méér belasting betalen’

Cabaret Cabaretiers Patrick Nederkoorn en Jan Beuving sloegen de handen ineen voor een vrolijke voorstelling over de Belastingdienst: ‘Leuker kunnen we het niet maken’.

De Belastingdienst, niet bepaald een sexy onderwerp. Toch besloten Jan Beuving en Patrick Nederkoorn er een cabaretvoorstelling over te maken. En ze merken dat het onderwerp leeft. Leuker kunnen we het niet maken, dat alleen gespeeld wordt in de ‘aangiftemaanden’ maart en april, is overal uitverkocht.

Ook krijgen ze veel e-mails. Nederkoorn: „Voor sommige mensen hebben wij een ombudsfunctie. Dan schrijven ze: ‘Dit en dit heb ik meegemaakt, daar zouden jullie eens iets aan moeten doen!’” In de voorstelling vertellen ze over het ‘hoofd enveloppen’ dat een tijdje terug in de zaal zat. Hij was begonnen op de postkamer en had zich opgewerkt. „Hij had zich letterlijk omhoog gelikt”, grapt Beuving in de voorstelling. Een waargebeurd verhaal.

Ik spreek het duo in de kleedkamer na afloop van hun voorstelling in Houten. Na dertien keer spelen is de voorstelling klaar voor de première. Het was een beetje duwen en trekken, want Beuving en Nederkoorn zijn echte solisten. Ze kennen elkaar van de Koningstheateracademie in Den Bosch en traden af en toe samen op voor bedrijven, maar nog nooit maakten ze als duo een avondvullende voorstelling. Nederkoorn: „Jan wil het liefst eerst alles uitwerken, terwijl ik tijdens het spelen pas ontdek hoe het verder moet. Dat botste soms wel.” Maar de samenwerking leverde uiteindelijk een voorstelling op die beiden in hun eentje nooit hadden kunnen maken.

Nederkoorn treedt met deze voorstelling soms buiten zijn comfortzone. Zo is er een fysiek nummer waarin bijna niets gebeurt en het publiek simpelweg toekijkt hoe de twee minutenlang in de wacht staan bij de Belastingtelefoon. Nederkoorn: „Dat was voor mij echt een openbaring. Ik wil gaan kijken of ik mijn soloprogramma’s ook fysieker kan maken.” Nederkoorn zingt bovendien een aantal liedjes, iets waar in zijn soloprogramma’s nooit ruimte voor was. Zo zingt hij een geëngageerd lied over een man die uit zijn huis gezet wordt omdat hij in de schulden zit, gezongen vanuit het perspectief van de deurwaarder die zich in de rechtbank moet verantwoorden voor zijn daden.

Belastingbureaucratie

Er is inderdaad een verschil tussen Beuving en Nederkoorn. Terwijl Nederkoorn kritisch is over de belastingbureaucratie, waarin soms de menselijke maat verloren gaat, heeft Beuving als wiskundige juist een grote bewondering voor het systeem met al zijn regels. Dat contrast wordt in de voorstelling uitgespeeld. Beuving vindt het niet leuk als Nederkoorn de spot drijft met de koninklijke familie die geen belasting hoeft te betalen en Nederkoorn is kritisch over Beuvings regelzucht. „Jan studeerde wiskunde, een vijfjarige opleiding tot autist”, schreeuwt hij op het hoogtepunt van hun ruzie.

Het contrast tussen Beuving en Nederkoorn is theatraal uitvergroot, maar de personages die ze spelen, liggen wel dicht bij de makers zelf. Nederkoorn: „Toen we het script gingen bespreken met Geert Lageveen, een van onze regisseurs, merkte hij op dat wij als personages inwisselbaar waren. Onze standpunten zaten wel in de voorstelling, maar we bewogen steeds met elkaar mee.”

De voorstelling werd interessanter toen ze op het toneel in discussie gingen over hun standpunten. Zo discussiëren ze over Kees Boeke, een Nederlandse pacifist en pedagoog die begin twintigste eeuw weigerde om belasting te betalen omdat hij niet wilde dat van zijn geld wapens en oorlogen werden bekostigd. Voor Nederkoorn is deze figuur een held, voor Beuving een dwaas. Ze zingen er een prachtig lied over, waarvoor pianist Tom Dicke muziek componeerde in de stijl van Diederik van Vleuten.

Opvallend is dat er in de voorstelling weinig aandacht is voor actuele thema’s als de dividendbelasting of Nederland belastingparadijs. Nederkoorn: „In het begin speelden we een sketch over belastingvoordelen van grote bedrijven, maar die sketch paste niet in de voorstelling.”

De afgelopen jaren is er een trend van theatervoorstellingen over de financiële wereld. Zo maakten De Verleiders kritische voorstellingen over het bankwezen. Nederkoorn: „Er is al zoveel aandacht geweest voor die grote bedrijven, dus die kant wilden wij niet op.” Beuving: „Cabaret is persoonlijker, het moet dicht bij de maker staan.” Ook cabaretier Lebbis maakte vorig jaar met journalist Jeroen Smit een voorstelling over economie. Beuving: „Wij wilden geen vrolijk college maken, maar echt een cabaretvoorstelling.”

Het nut van belastingen

Toch is het een geëngageerde voorstelling, waarin de makers hardop nadenken over het nut van belastingen en de gevaren van te veel bureaucratie. Nederkoorn: „Het is toch raar dat we ons er druk over maken wanneer we in een restaurant een tientje te veel betalen, maar dat we ieder jaar zonder morren tot 52 procent van ons inkomen afstaan aan de Belastingdienst? Terwijl we niet echt geïnteresseerd zijn in wat er met dat geld gebeurt.” Een interessante observatie, want hoewel het soms lijkt alsof niemand belasting zou willen betalen, heeft niet iedereen daar per se moeite mee. Elke avond vragen Beuving en Nederkoorn aan de zaal wie er méér belasting zou willen betalen als die belasting naar een goed doel zou gaan. Steevast steken veel mensen hun hand op.

Zouden ze zelf eigenlijk meer belasting willen betalen? Beuving, resoluut: „Ja!” Nederkoorn: „Nou Jan, dat is wel in goed vertrouwen dat het geld goed besteed wordt. Ik zou dat niet zomaar willen toezeggen hoor. Maar wij zijn er wel van overtuigd dat de meerderheid van de maatschappelijke wensen gehonoreerd zou kunnen worden als mensen zélf aan zouden mogen geven waar hun extra belastinggeld naartoe gaat. Dat zou toch prachtig zijn?”