Opinie

Waak voor amateurisme met zoveel lokalo’s in de raad

Het ontbreekt lokale raadsleden aan een landelijk netwerk van ervaren politici en gedegen kadertraining, waarschuwen

In 164 van de 335 gemeenten werd een lokale partij de grootste. Gesteund door een positieve pers worden voor die enorme winst de bekende verklaringen gegeven. Lokalo’s staan dichter bij de inwoners dan landelijke partijen. Ze weten wat er speelt. Werkelijk waar?

Kennen de lokale CDA’s of PvdA’s hun inwoners niet? Weten de lokale landelijke partijen niet wat er speelt? Onzin, natuurlijk. Buurman A die raadslid is voor een lokale landelijke partij weet net zo goed wat er speelt als buurvrouw B, lid van een uitsluitend lokale partij. Zijn lokale partijen echt beter voor de inwoners? Ook dat is de vraag: lokale partijen streven nogal eens realisering van slechts één of twee doelen na: geen windmolen, geen megastal. Of ze introduceren windei-democratie. „Jij mag het zeggen!” schreeuwde Ronde Venen Belang van z’n posters. Juist, maar waarover dan, hoe, bij wie? Wat gebeurt er met mijn mening?

De onderhandelingen voor nieuwe colleges beginnen nu overal. En dat roept vragen op. Zo kennen we een lokale partij die nieuw is, dik won, maar geen programma heeft behalve haar one issue. Ze wil wel in het college. Dat heeft niets meer te maken met ‘lokale kracht’ of ‘er voor de burger zijn’. Bij enquêtes blijkt steevast dat burgers goede gezondheidszorg belangrijk vinden. Maar daar hoor je de lokale partijen niet over. Logisch, want je redt het niet met een roeptoeter als het om taaie materie als de Wet maatschappelijke ondersteuning gaat. Raadsleden zijn net mensen. Met ieder hun wensen en belangen. Daar waar landelijke partijen trainingen verzorgen, ontberen veel lokale partijen die scholing. Weliswaar verzorgen veel gemeenten zelf trainingen, maar niemand kan een raadslid daartoe dwingen. Zo gebeurt het dat raadsleden na vier jaar pluche nog steeds het verschil niet kennen tussen amendement en motie. Het komt vaak voor dat raadsleden uitvoerende opdrachten aan het college geven. Liever niet te veel afwegen, gewoon doen, vinden de lokale raadsleden. ‘Burgers willen het!’

Daar zit dus nog een groot verschil tussen lokale raadsleden en raadsleden die kunnen terugvallen op landelijke expertise. Met zoveel nieuwe lokalo’s lopen we het risico dat taaie delen van het Sociale Domein, de Omgevingswet of duurzaamheid gemangeld worden tussen populistische zaken als lagere OZB en afvalstoffenheffing.

Het verwijt aan lokale landelijke partijen dat ze aan de leiband van Den Haag lopen, snijdt weinig hout. Was het maar zo dat men in Den Haag weet wat er lokaal speelt! Was het maar zo dat men in Den Haag de regelgeving richting gemeenten afstemt met die gemeenten. Er gingen veel taken naar de gemeenten, maar Den Haag houdt de touwtjes strak in handen.

In plaats van het ophemelen van lokale partijen wordt het tijd om eens goed naar het democratisch model te kijken. Gemeenten zijn – om maar eens wat te noemen – verantwoordelijk voor het Sociale Domein, inburgering en klimaatverandering. Ofwel: voor de stoeptegel, bomen, brandweer, uitkeringen, bouwen, lantaarnpalen, mantelzorg, jeugdzorg, overstromingen, elektrische cv-ketels, paspoorten, verloren voorwerpen en ga zo maar door.

Wat de lokale politiek daartoe nodig heeft is een goed uitgeruste raad met kennis van zaken van het politieke spel. Raadsleden die zich continu laten scholen. Raadsleden die kaders vaststellen en controleren, waar het college de uitvoering op zich neemt. Ergo, raadsleden die zich niets gelegen laten liggen aan deze politieke spelregels zouden geschorst moeten kunnen worden. Of ze nu van een lokale of van een landelijke partij zijn. Het belang van goede besluitvorming stijgt ver uit boven het politieke belang van plucheplakkers en populisten.

Erika Spil is wethouder voor Perspectief 21 in Bunnik. Eerder was ze wethouder voor PvdA/GroenLinks in de Ronde Venen. Jeroen Dirks is freelance journalist en socioloog.