Amsterdam, maar dan zo kalm als een tropisch aquarium

Slowmotionportretten

Met ‘Deep Look’, een kunstfilm die vanaf 5 april in het filmhuis draait, vertraagt regisseur Veysi Yildirim je innerlijke tijd. “Vertraging onthult innerlijke schoonheid.”

Stills uit de film Deep Look: Visual Songs by Veysi

Een vrouw fietst met een mobieltje in haar hand, auto’s razen langs haar heen. Achter haar een fietser met oordopjes in. Een oneindige sliert fietsers. Overal verkeer. Veel mensen met zonnebril op. Een zebrapad dat doorlopend in gebruik is. Het krioelt op deze zonnige namiddag in het centrum van Amsterdam, de stad waar het tegenwoordig altijd hoogseizoen is. Waar stedelingen elkaar reduceren tot bewegend object. Hoe meer mensen op een kluitje, hoe groter de emotionele afstand tussen hen. Kort oponthoud of de kleinste onverwachte manoeuvre wordt bestraft met getringel of getoeter.

Dit is de woordeloze openingsscène van Deep Look: Visual Songs by Veysi. En dit, deze beschrijving, is niet de manier waarop je naar deze film mag kijken. Daar zou je maar rusteloos van worden, terwijl het omgekeerde – zen – de bedoeling is. Om dit effect te bereiken, filmde de Koerdisch-Nederlandse Veysi Yildirim (1975) met een high-speedcamera tot 2.000 beelden per seconde (een gewone haalt slechts 25). Daarmee vertraagde hij de stad zo vloeiend mogelijk, tot alles bijna stilstaat. Als het beeld even verduisterd wordt door voetgangers, blijken de fietsers opeens achteruit te trappen. Waar het gesuis van autobanden en geroezemoes van voorbijgangers overheerste, klinkt nu zachte, galmende en fluitachtige muziek. De stad, die in werkelijkheid bruist, oogt nu zo kalm als een tropisch aquarium. Waar je de individuen weer kunt onderscheiden. Ze een beetje leert kennen.

Het oogt Mindful, maar pas op: spring niet in gedachten op een bagagedrager. „Je moet het ervaren”, zegt Veysi (zijn voornaam is zijn artiestennaam) er zelf over, aan de keukentafel in zijn appartement op tweehonderd meter van het Rijksmuseum. Eerder gaf hij per mail aan niet zoveel voor een interview te voelen: „De film is als een rorschachtest: het publiek interpreteert zelf wat het narratieve en overkoepelende thema is. Alles wat ik erover zeg, kan dat framen.” Toch stemt hij in. Soms moet ik, de interviewer, de vraag opschrijven. Veysi is doof geboren, en hoewel hij met apparaatjes 80 procent meekrijgt, blijft hij afhankelijk van liplezen. Het helpt daarom niet dat de interviewer nogal stottert. „Probeer eerst je vraag te stellen, als ik je niet versta, dan tik je het in.”

‘Deep Look’, diep kijken, wat bedoel en beoog je daarmee?

„Onbevooroordeeld naar mensen kijken. Je blik niet laten verduisteren door gedachten. Je ziet dan beter hoe mensen zijn. Wat je ziet als je dieper kijkt, is een spiegel van hoe je zelf in het leven staat, je projectie op de wereld. Deep Look is een projectie van mij op de wereld. Daarin zit empathie en compassie, eigenschappen die goed zijn voor je gemoedstoestand, ervoor zorgen dat je meer betrokken bent en bij wilt dragen aan de samenleving. Het is niet zo dat ik dacht: ik hoor minder, daardoor zie ik scherper, dus laat ik de horenden zien wat ik zie. Meer het idee dat we door de vertragingen in de film beter emoties en nuances waarnemen, en dat we ons daardoor beter met de geportretteerden identificeren. De vertraagde beelden vertragen je innerlijke tijd. Dat geeft rust.”

Je bent meester in observeren, maar participeren lukt niet altijd vanwege je handicap.

„We kunnen appen en mailen, maar bellen en elkaars stem horen is belangrijk om een band te smeden. Op rumoerige plekken, zoals verjaardagen, een festival of tentoonstelling, versta ik mensen ook slecht. In groepsgesprekken haak ik af. Een-op-een is het daar ook lastig. Was ik horend, dan zou ik een groter netwerk hebben, zaken sneller kunnen regelen. Ik praat ook anders: monotoom, minder articulatie. Sommigen reageren daar ongemakkelijk op. Het helpt dan als je zelf relaxed bent. Als dove moet je er dus vooral zelf geen punt van maken. Soms gebruik ik een tolk, zoals laatst bij de première in het Concertgebouw. Of ik tik in mijn mobiel dat ik doof ben en laat dan het schermpje zien. Maar het blijft omslachtig. Voordeel van typen is wel dat het tijd geeft om na te denken. Helaas kan dat niet altijd. Laatst deed een vriendin een koppelpoging. Ze gaf het nummer van haar kennis. Dus ik bellen, maar al snel hing ze op. Mijn manier van praten, mijn stem, dat vond ze niet fijn. Thuis heb ik de stekker eruit gehaald omdat ik vaak gebeld werd door vreemden die ik niet verstond.”

Je komt uit een tweetalig gezin. Is dat niet extra lastig als je doof bent?

„Waar ik verdrietig om ben, is dat ik nooit weet hoe mijn ouders precies denken. Hun moedertaal is Koerdisch, daarin kunnen ze zich goed uitdrukken. Ik heb die taal nooit echt geleerd, omdat ik daar als dove extra begeleiding bij nodig heb. Ik ging naar een Nederlandse dovenschool. Als ik met mijn ouders spreek, tolkt een van mijn drie zussen of broer. Zij, en hun kinderen, waren op de première. Mijn ouders niet. Zo’n Concertgebouw staat te ver van ze af, ze voelen zich er niet thuis. Wat voor hen belangrijk is, is dat ik eens geld ga verdienen. Ze hopen dat ik succesvol word. De afgelopen jaren zat ik op zwart zaad, ik moest geld lenen voor deze productie, ook van mijn familie. Mijn ouders vonden het niet leuk dat ik het zo moeilijk had. Ze hebben de film wel gezien, natuurlijk, en vonden hem heel mooi. Bij het portret van mijn oma moest mijn moeder huilen. Mijn zus ook.”

“De toeristen zijn niet alleen anoniem, ze maken ons ook anoniem”

Lifecoach Frans van Konijnenburg zei: als ik ooit aliens tegenkom, laat ik ze ‘Deep Look’ zien. Groot compliment, maar geeft je film niet een te rooskleurig en dus verkeerd beeld van de mensheid?

„Ik kies bewust voor een humanistische, peace-of-mind ervaring. Maar de minder fijne kanten van het leven komen ook aan bod: een getalenteerde voetballer die afhaakt omdat hij zijn team niet hoort, een kledingontwerpster die vanwege RSI niet meer kan naaien, een Turkse homo die in de knel kwam. Het slechte van de mens toon ik niet, dat zie je elders al genoeg. Innerlijke rust is de schat die ik deel. Films daarover brengen doorgaans enkel kennis over. In Deep Look erváár je het.”

In je film trekt een bonte stoet personages voorbij. Een ijdeltuit die met zijn hoed frisbeet, een vrouw in bontjas die een konijn aait, een man die symbolisch zijn hoofd kaalscheert omdat hij een nieuw leven wil. En je oma in haar dagelijks leven. Hoe bepaal je wie geschikt is voor een portret?

„Ik zoek geen modellen. De vertraging onthult innerlijke schoonheid. Het etiket dat je op iemand plakte, valt dan af. Mijn oma was 94 toen ik haar filmde. Doorleefd gezicht, noest. Toch schittert ze in Deep Look. Als kind verbleef ik zes weken per jaar in haar dorp, ergens in Oost-Turkije. Er was geen kraanwater, tot de jaren negentig ook geen elektriciteit. Toch was ik daar binnen no time gewend en één met de omgeving. Terug in Nederland kwam de cultuurschok. In de film komt dat contrast terug.”

Toeristen staan voor drukte, voor overlast. In je film brengen ze rust. Hoe verhoud jij je tot hen?

„Toeristen laten hun zorgen achter in eigen land, op vakantie leven ze in het hier en nu. Dat spreekt me aan als ik ze selfies zie maken rondom het I Amsterdam-logo. Maar ook ik heb last van ze. Het centrum is niet meer van de Amsterdammers. Die voelen zich steeds minder thuis. De toeristen zijn niet alleen anoniem, ze maken ons ook anoniem. Ondertussen haasten de Amsterdammers zich naar yogastudio’s, die als paddestoelen uit de grond schieten. Voor deze groep is er nu dus een film met gelijke ervaring. Toen ik Deep Look voor het eerst in een filmzaal bekeek, ervoer ik iets wat ik nooit eerder heb ervaren. Ik moest denken aan hoe Goethe werd overvallen door Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci: door al die karakters en emoties, ervoer hij ‘het hogere ik’. Da Vinci kwam overigens niet zomaar tot dit schilderij: hij bestudeerde de lichaamstaal van doven, maakte daar schetsen van en vertaalde die naar Het Laatste Avondmaal. Zo werd het meer dan zomaar een schilderij, het werd een visueel verhaal.”

    • Steven de Jong