De jongste wil wat de oudste kan

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen. Deze week: een zusje dat zich spiegelt aan de grote zus.

Illustratie Martien ter Veen

De kwestie

Moeder: „Mijn jongste dochter van zes vergelijkt zich steeds met haar oudere zus van negen. Ze richt zich altijd op wat de oudste doet, mag en kan, en raakt gefrustreerd als dat haar zelf niet lukt. Mijn oudste leert makkelijk, alles waait moeiteloos dat hoofd in, bij de jongste gaat het leren minder vanzelf. Als de oudste de rekentafels opsomt, is de jongste gefrustreerd dat zij dat nog niet kan. Als de oudste een mooie tekening maakt, gooit de jongste haar eigen ‘mislukte’ tekening weg. Ze kan echt ontploffen van woede. Of ze gaat de oudste lopen klieren. Die lijdt best wel onder het dramatische gedrag van haar zusje.

„Ze zet ook alles op alles om even laat naar bed te mogen als de oudste, maar dat mag niet van ons.

„Ik zou willen dat ze zich meer zou richten op wat ze zelf leuk vindt en kan, en daar lol uit halen. Wij zeggen: ‘Je leert straks heus al die dingen vanzelf wel’, maar dat stelt haar kennelijk niet gerust. Het is sowieso een competitief ingesteld meisje. Ze doet zich groter voor dan ze is. Ik vermoed uit onzekerheid.

„Hoe kunnen we haar motiveren haar eigen niveau te accepteren?”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl.

Praat over omgaan met verschillen

Liesbeth Groenhuijsen: „Als er een tweede kindje op komst is, willen ouders de oudste vaak troosten met de woorden dat hij of zij dan de grote broer of zus zal zijn, die al véél meer kan. Zou het kunnen dat de oudste daar een beetje in is blijven hangen? Heeft ze daar misschien haar eigen identiteit deels mee opgebouwd? Geeft ze misschien onbewust aan de jongste signalen die concurrentie bevorderen?

„Praat als gezin over hoe om te gaan met verschillen, betrek de oudste daar ook in. Als ouders een voorbeeld kunnen geven van hoe ze zelf worstelden met jaloezie of minderwaardigheidsgevoelens, en hoe ze dat oplosten, kan dat de kinderen helpen.

„De strijd speelt zich met name af op het gebied van schoolprestaties. Zoek met de jongste naar terreinen waar zij goed in is, en die ze los van de oudste kan ontwikkelen. Misschien is ze muzikaal, of houdt ze van sport, of de natuur? Onderneem activiteiten die daarmee verband houden, alleen met haar. De door moeder veronderstelde onzekerheid zal dan mogelijk afnemen.”

Leer haar emoties te beheersen

Bas Levering: „Je kunt jonge kinderen voor alles wat ze doen probleemloos prijzen. Of het nu gaat om een blokje op een ander blokje leggen, of het ene been voor het andere zetten, je applaudiseert! Alsof ze de beste van de wereld zijn. Daar groeien ze van.

Maar vanaf een jaar of 6 jaar moeten kinderen erachter komen dat andere kinderen in bepaalde dingen beter zijn dan zij. Als ze dat niet zelf ontdekken zul je ze daarbij moeten helpen. In dit geval kun je rustig zeggen: ‘Je zus is de helft ouder dan jij, mag het even?!’ Die jongste maakt er een probleem van, maar er ís geen probleem. Besteed verder vooral aandacht aan de dingen die zíj echt goed kan.

Ook meisjes kunnen competititief zijn. Waarom zou onzekerheid daarvan de basis moeten zijn? Altijd moeite houden met verliezen hoort daar wel een beetje bij. Maar je emoties leren beheersen kan bijna iedereen. Leer haar zo spoedig mogelijk tot tien tellen. Daar heeft haar grote zus ook baat bij.”

    • Annemiek Leclaire