Column

Ook bij voedsel is de morele dimensie er

Filosofe Marli Huijer schreef afgelopen weekend in NRC een fraai stuk over hoe seksuele vrijheid is verworden tot een rigide gedragslijn. De maatschappij eist tegenwoordig, zo zegt ze, dat mensen uit de kast komen en zich definiëren als bijvoorbeeld homo of cisgender en zich daarnaar gedragen. De keerzijde van vrijheid blijkt het keurslijf. Met Michel Foucault in de hand laat ze zien dat we zo de inhoud van de vrijheid – wat wil ik echt zelf? – verliezen. Foucault stelde op basis van de klassieken ‘de lusten’ in ruime zin centraal, en die, zegt Huijer, zijn we kwijtgeraakt. Onze identiteit is een label, geen echt zoeken naar wie wij zijn.

Voor Foucault hoorde bij de lusten ook de lust van het eten. Zoals Huijer zegt, zonder daar op in te gaan: „Seksmoraal en tafelmoraal zijn nauw verbonden.” Het is dus een zinvolle vraag in hoeverre de ingeperkte opvatting van vrijheid ook geldt voor voedselpatronen.

En inderdaad, op voedingsgebied lijken wij in een tijd beland waarin ondanks de ogenschijnlijke vrijheid allerlei impliciete en expliciete oordelen ons eetpatroon bepalen. Nooit eerder was, althans in rijke landen, voedsel zo divers, betaalbaar en veilig. Onze supermarkten bieden een keur aan producten die onze grootmoeders niet kenden. Nooit eerder was de verwarring over goed eten zo groot. Gezond, duurzaam, fair trade, authentiek, hip, lokaal, ambachtelijk, van het ‘verspillingsschap’ of juist hightech – je moet kiezen want door te kiezen, laat je zien wie je bent.

Juist nu de vrijheid schier onbegrensd is, creëert de moderne mens nieuwe taboes, een moreel keurslijf, net als Huijer suggereert. Wat?! Eet jij vlees? Dan ben je een slecht mens dat zich niets aantrekt van dierenleed, of, om in de lijn van Roos Vonk te blijven, dan tolereer je de ‘dierenholocaust’. O, maar eet je slechts een keer in de week een lapje vlees van een charolaiskoetje dat haar hele leven in een bloeiende weide heeft gedarteld? Of eet je een haantje dat anders niet geleefd zou hebben? Een ambachtelijk gemaakt worstje? En koop je het ook nog op de boerenmarkt? Maar dan ben je juist heel goed bezig! En zijn al je vrienden vega en drinken jullie cafeïnevrije soy latte bij hippe tentjes? Bravo!

Het verschil met vroeger en huidige orthodoxe milieus is dat het individu nu een keuze heeft. Door voedseltaboes, van de joodse koosjer tot de inheemse stammen in de Amazone tot de striktste Brahmanen, onderscheidt de groep zich, en daarin voegde zich het individu. Nu is voedsel niet een gegeven, maar uiting van een zelfgekozen identiteit.

De flexibiliteit van voedselidentiteit is groot, ook in maatschappelijke zin. Wie twee keer in een intieme pose gezien wordt met iemand van hetzelfde geslacht, bekent zich en de omgeving verwacht dat zij zich daaraan houdt, suggereert Huijer. Voedselpatronen liggen minder scherp vast. Een zelfverklaarde vegetariër hoeft niet echt stiekem te doen over het eten van een biefstukje. Flexitarisme, althans in de middenklasse, begint een normale keuze te worden. Steeds meer mensen eten soms vegetarisch, soms lokale, traditionele recepten, dan weer exotische. Erwtensoep afgewisseld met sushi, vegetarische stamppot naast taco’s. Fusion is een vorm van flexibiliteit, een beetje exotisch, een beetje van hier.

De morele dimensie is ook bij voedsel nooit ver weg. Variatie en vrijheid kunnen we blijkbaar alleen aan als we houvast zoeken bij morele oordelen. Voedsel is echter niet alleen twijfelen aan wat ‘goed’ is, maar ook de lust: genieten, van boodschappen, koken en eten. Je bent niet alleen wat je eet, maar ook hoe je eet.

is voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen U&R en schrijfster.