Opinie

    • Frits Abrahams

Ongewilde kus op de stoep

Uitgerekend The New Yorker, het prestigieuze weekblad dat zoveel over #MeToo heeft geschreven, moest onlangs venijnige kritiek uit onverwachte hoek incasseren. De staf van het blad had boter op het hoofd, schreef Caitlin Shetterly, schrijver en theaterdirecteur, in The New York Times.

Ik hoorde ervan op, het was alsof de paus zelf werd beschuldigd van seksueel misbruik.

Twintig jaar geleden, in de herfst van 1997, kreeg Shetterly haar eerste baantje – bij The New Yorker. Ze was een 23-jarige vrouw uit een kuststadje in Maine en net afgestudeerd. Met een aanbeveling van een schrijver op zak nam ze de bus naar New York City voor een sollicitatiegesprek. The New Yorker was het blad van haar grote literaire voorbeeld, John Updike. Daar was hij zijn carrière begonnen, nog voordat hij was afgestudeerd aan Harvard. Shetterly had een scriptie geschreven over Updike’s indringende echtscheidingsverhalen uit Too Far to Go, in Nederland onlangs uitgekomen onder de titel Je minnaar belde net.

Ze correspondeerde ook met Updike over die autobiografische verhalen. „Heartbreak Hill, ik hoop dat je die vermijdt”, schreef hij haar. „Elke roman die ik lees van iemand onder de 40 jaar, heeft de verplichte scheidingsscène, door ouders van mijn nonchalante generatie.”

Ook haar andere literaire helden – John Cheever, Alice Munroe, Ann Beattie, Raymond Carver, Andre Dubus – hadden regelmatig in The New Yorker gepubliceerd. Shetterly mocht als eerste opdracht een project met de fotograaf Richard Avedon doen. „O, de opwinding van mijn eerste dag”, schrijft ze, „toen ik in de lift stond met Tina Brown, destijds de hoofdredacteur, die een zonnebril op had, een keurig mantelpakje droeg en Diet Coke door een rietje opzoog!”

Nadat ze haar werk voor Avedon voltooid had, mocht ze op freelancebasis bij The New Yorker blijven als factchecker. Ze prees zich gelukkig, maar niet lang, omdat een van de senioren uit de staf, een getrouwde man, zich tot haar aangetrokken voelde. Hij overlaadde haar met cadeautjes en briefjes en op een dag kuste hij haar plotseling op de stoep voor een winkel. „Ik wist niet met wie ik erover kon praten en zelfs niet of het wel zo raar was als het voelde.”

Terwijl in diezelfde periode het Clinton-Lewinsky-schandaal losbarstte, drong het staflid zich steeds meer aan Shetterly op. Na weken van slapeloosheid stortte ze op kantoor in. Op advies van een bevriende advocaat sprak ze zelf de man op zijn gedrag aan. Nog dezelfde middag kwam hij haar een bundeltje bedankkaarten brengen, die ze hem tijdens haar zoektocht naar een baan had gestuurd; dit op aanraden van een loopbaanadviseur.

Hij had ze met een lintje bij elkaar gebonden, alsof het liefdesbrieven waren. In aanwezigheid van twee van haar collega’s verscheurde hij de kaarten en smeet ze haar in het gezicht. Daarna liep hij weg. „Ik herinner me dat ik over de vloer kroop om ze op te rapen. Een paar dagen later vertelde hij me dat ik mijn baantje kwijt was. Ik had er maar zeven maanden gewerkt.”

Die zomer verdiende ze de kost als serveerster, één keer was Monica Lewinsky haar klant. Dat laatste detail is bijna te schrijnend om waar te zijn. Mocht ze het hebben verzonnen, dan is het haar bij dezen vergeven.

    • Frits Abrahams