Recensie

Intiem optreden van Norah Jones, maar o zo tam

Jazz Op haar meest recente album keerde Norah Jones terug bij de jazz: ze klinkt vrijer en meer geïmproviseerd. Maar anders dan verwacht stelde ze in Paradiso niet haar laatste album centraal.

Norah Jones tijdens een optreden in Zwitserland vorig jaar zomer. Foto Ennio Leanza

Heuglijk nieuws, zo’n anderhalf jaar geleden. Zangeres en pianiste Norah Jones was terug bij jazz. Na uitstapjes richting country, door folk beïnvloede gitaarpop en gaandeweg wat meer experimentele pop speelde ze op Day Breaks (2016) met grote jazznamen als bassist John Patitucci en drummer Brian Blade. Zij tilden Jones’ nieuwe repertoire weer een behoorlijk andere kant op. Vrijer en in een meer geïmproviseerde vorm dan ze tot nu toe maakte.

Lees ook dit interview met Norah Jones uit 2016: 'Liedjes leiden hun eigen leven.'

Uitzien was het dus naar haar eerste optreden in Europa sinds de verschijning van dat album. Ze zou komen met diezelfde topdrummer Blade en Chris Thomas, bassist in bands van Blade en Joshua Redman, zou haar vergezellen. Een ander fijn potentieel gegeven was de intieme concertlocatie Paradiso. Daar speelde ze enkel toen ze debuteerde. Geen wonder dat de show nu in een mum van tijd was uitverkocht.

Terwijl ze plaatsnam aan de vleugel op het midden van het podium begroette Jones schuchter haar publiek: altijd weer brengt ze de serveerster in herinnering die in 2002 met een knal gelanceerd werd als nieuwe jazzster. Erachter drums en bas. Het was een compacte trio-opstelling op een verder leeg podium.

Met haar uitstekende stem kan Norah Jones altijd direct overtuigen. Maar het gehoopte stevigere jazzavontuur bleef toch uit. Anders dan verwacht stelde Jones tijdens dit concert helemaal niet haar laatste album centraal. Naast enkele nieuwe liedjes werd het vooral een brede selectie van oudere albums als The Fall (2009) en Little Broken Hearts (2012) plus liedjes van Tom Petty, J.J. Cale en Neil Youngs ‘Don’t Be Denied’.

Op kalme wijze, genuanceerd en met een zekere aardsheid, werkte ze haar liedjes af in een slepende tred. Haar band kon weinig meer dan dienen. Intiem, maar o zo tam.

Een vleug opwinding kwam halverwege. Een pianosolo in ‘Nightingale’, het bijtende ‘It’s a Wonderful Time for Love’ en het up-tempo sterke ‘Flipside’ gaf het publiek even een injectie energie. Jones werd wat losser. Met een diepe haal lucht werkte ze toe naar oude hits, ‘Sunrise’, ‘I’ve Got to See You Again’. Even toonde ze zich verwonderd: haar publiek luisterde, en zong juist níét uit volle borst het zoete, bekende refreintje mee.