Is Goldman Sachs een ‘boys club’?

Loonkloof

Vier ex-werknemers van Goldman Sachs willen de bank aanklagen. Die zou zich schuldig maken aan loondiscriminatie.

Hoofdkantoor van Goldman Sachs in New York. Foto Victor J. Blue/Bloomberg

Na acht jaar procederen hebben vier ex-werknemers van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs van de rechtbank in New York toestemming gekregen een ‘massaclaim’ tegen hun voormalige werkgever in te dienen. De oud-werknemers beweren dat vrouwen die een toppositie bij de bank bekleden stelselmatig worden achtergesteld ten opzichte van mannelijke collega’s in een vergelijkbare positie. Ze krijgen voor hetzelfde werk minder betaald, worden minder snel gepromoveerd en lijden onder de ‘boys club-cultuur’: de mannen gaan met elkaar golfen terwijl de vrouwelijke collega’s, zelfs al spelen ze zelf op hoog niveau, niet worden meegevraagd. Het uiteindelijke doel van de claim is een schadevergoeding én een beleidsverandering bij de bank.

De vier oud-werknemers vertegenwoordigen tussen de 1.700 en 2.300 vrouwen met een hoge positie bij Goldman Sachs in de Verenigde Staten. Voor de claim hebben ze talloze verhalen van vrouwelijke werknemers verzameld, waaruit onder andere naar voren kwam dat ze na hun zwangerschap niet meer in aanmerking kwamen voor hogere posities, of dat hun meerderen het logisch vonden dat mannen een hoger salaris kregen „omdat zij het hoofd van een huishouden zijn”.

Als aanvulling daarop hebben de vier economieprofessor Henry Farber van Princeton University laten onderzoeken hoe groot het verschil in salaris tussen mannen en vrouwen in vergelijkbare posities (en met vergelijkbare ervaring) bij de bank is. Hij concludeerde dat vrouwelijke werknemers gemiddeld 8 procent minder betaald krijgen dan hun mannelijke evenknie en dat dit verschil in topfuncties zelfs 21 procent is.

De promotie bleef uit

Hoofdeiser is Christina Chen-Oster. Zij werkte van 1997 tot 2005 bij de bank. In 2010 begon ze de claim samen met mede-eiser Shanna Orlich, die van 2006 tot 2008 bij Goldman Sachs werkte. In eerste instantie lukte het de twee niet om een zogeheten massaclaim van de grond te krijgen omdat de rechter vond dat ze nog niet voldoende konden bewijzen dat hun claims op álle vrouwen in topposities bij Goldman Sachs in de VS van toepassing waren, en niet alleen op henzelf.

Maar Chen-Oster en Orlich gingen stug door, en in 2015 sloten ook oud-werknemers Allisson Gamba en Mary de Luis zich bij de eisers aan. Gamba kwam in 2001 bij Goldman Sachs terecht. Ze boekte er naar eigen zeggen goede resultaten: de opbrengsten van haar afdeling verviervoudigden onder haar supervisie en groeiden daarna gestaag door. Toch bleef de verwachte promotie uit. De Luis begon in 2010 bij Goldman Sachs. Zij vertelt dat toen ze aankaartte dat haar bonus wel erg laag was in vergelijking met de mannelijke collega’s om haar heen, ze er door haar meerderen op werd gewezen dat „haar man toch oncoloog is”.

Een andere belangrijke aanklacht van de vrouwen gaat over de evaluaties waaraan werknemers jaarlijks worden onderworpen. Ieder jaar worden medewerkers uitvoerig geëvalueerd, onder andere op basis van de ervaringen van hun directe collega’s. Daarbij hoort ook de forced ranking: alle leden van een team worden onderverdeeld per score, van de beste naar de slechtste evaluaties. Hoe hoger je ‘ranking’, hoe hoger je salaris en hoe meer kans je hebt op een promotie.

En ook hier loopt de verdeling scheef, betoogt de ingeschakelde professor Farber. Vrouwen eindigen minder vaak in de top van beste evaluaties, en krijgen daar bovenop ook nog eens minder betaald dan mannen met dezelfde score, in een vergelijkbare functie. Bovendien worden de vrouwen minder vaak gepromoveerd naar een hogere functie dan je zou verwachten als je kijkt naar de gronden waarop hun mannelijke collega’s een promotie krijgen.

Nu mogen de vier hun oude werknemer namens zo’n 2.000 vrouwen voor de rechter dagen, in ieder geval wat hun claims op het gebied van salaris, promoties en werkevaluaties betreft. Dat de bedrijfscultuur lijkt op een ‘boys club’ die vrouwen buitensluit, is volgens de rechter nog niet voldoende onderbouwd.