Column

Ik ben lekker toch sterker dan jullie!

Met het recht van de sterkste is het raar gesteld. Als een ING-bankier er vijftig procent salaris bij krijgt, mogen wij het recht van de sterkste graag afwijzen: zakkenvuller. Als verderop in de straat te veel Poolse handarbeiders in een flatje komen wonen, gebruiken wij het recht van de sterkste graag in ons voordeel: Polen oprotten.

Dit laatste is nu min of meer beleid in sommige gemeenten, en het is niet moeilijk hiertegen principiële bezwaren te formuleren. Het lastige is alleen dat die bezwaren doorgaans principiëler worden naarmate mensen op grotere afstand van de betreffende Polen wonen. Ook dat is een soort recht van de sterkste: verhevenheid is comfortabeler naarmate je zelf minder benadeling ervaart.

Zo zijn wij allemaal bereid bij momenten het recht van de sterkste te gebruiken om er beter van te worden. Niemand die er zich nog voor geneert.

Toch gaat er iets fundamenteel fout. Juist in de invloedrijkste Haagse kringen, in de wereld van de werkgeverslobby, hoor ik nu verzuchten dat zij, de sterksten, te sterk zijn geworden. Dat de verhoudingen scheef zijn gegroeid. Dat het bedrijfsleven te weinig tegenmacht ervaart.

Ga maar na. De economie groeit nu een paar jaar als een tierelier, bedrijven zwemmen in het geld, en het is een algemeen belang, economisch en maatschappelijk, dat werknemers daar in vergelijkbare uitbundigheid van meeprofiteren.

Maar de stijging van netto inkomens blijft relatief zwak – dat is ook voor dit jaar weer de verwachting. De reden: bedrijven hebben te veel manieren – nulurencontracten, flexwerk, Polen – om te voorkomen dat ze hun werknemers al te veel extra’s moeten betalen.

Ondernemingen hebben kortom de slag om de politiek gewonnen – in Den Haag, in de EU. Ze hebben vanaf de jaren negentig gekregen wat ze wilden. Ze hebben zoveel gekregen dat ze zich nu zelf afvragen of ze niet te veel hebben gekregen.

Dus wij kunnen discussiëren over Polen of bankierssalarissen, maar de echte vraag is nu hoe de verhoudingen tussen bedrijven en hun personeel worden hersteld: hoe bedrijven zich opnieuw gedwongen gaan voelen ál hun personeel beter te laten meedelen in de winst.

Vanzelf zal dit niet gaan, dus voor Rutte III, toch al bevreesd voor populisme en EU-scepsis, ligt hier de opdracht slimme dreigementen of verleidingen te bedenken.

Want als de allersterksten zélf aangeven dat ze te sterk zijn geworden, kan iedereen bedenken dat we met zijn allen iets te veel in het recht van de sterkste zijn gaan geloven.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.