Foto Lars van den Brink

‘Het zijn altijd mijn eigen emoties. Die geef ik vorm’

Interview

Marieke Heebink, geroemd om haar intense acteren, speelt in een gemoderniseerde versie van Oedipus de vrouw van een presidentskandidaat. „Huilen heeft met durven te maken.”

Regisseur Robert Icke loopt het podium op en geeft actrice Marieke Heebink een aanwijzing: „Don’t deflate.” Wat is dat, vraagt ze aan collega Hans Kesting. Niet inzakken, vertaalt hij. De regisseur wil dat ze in deze scène van Oedipus haar boosheid almaar uitbouwt. Dat doet ze. Kesting en Heebink, echtgenoten in het stuk, spelen de lange scène integraal, waarbij zij (Jocasta) door hem (Oedipus) wordt aangespoord een geheim te onthullen. Heebink geeft vol gas, raast en huilt. Het is het soort intens emotionele spel waar de actrice al haar hele carrière om wordt geroemd en die haar tot de beste actrices van haar generatie maakt. En dit is nog maar een repetitie.

Toneelgroep Amsterdam repeteerde vorige week in de grote zaal van de Kunstlinie Almere Flevoland (KAF, de voormalige schouwburg), onder leiding van de dertigjarige Brit Robert Icke, die door het gezelschap van artistiek leider Ivo van Hove wordt geïntroduceerd als hét Britse regietalent.

Icke tilt Oedipus van Sophocles naar onze tijd, met de titelheld als een presidentskandidaat van het type Macron/Obama. Het stuk speelt zich af tijdens de avond van de verkiezingen als Oedipus, zijn vrouw, familie en medewerkers in een zaaltje wachten op de exitpolls en uitslagen.

Als de acteurs de scène nogmaals repeteren brengt Heebink meer rust aan. Kesting maakt haar aan het lachen door het tafellaken over hun hoofd te trekken. Samen spelen ze even spookje. Het is ravotten, tien dagen voor de première, met alle vrijheid om uit te zoeken wat de beste aanpak voor deze sleutelscène is.

Dat kunnen zoeken is wat hem zo bekoort aan Kesting en Heebink, vertelt Icke de volgende dag, als hij kort aanschuift bij het gesprek met Heebink: „Dit zijn buitengewone acteurs. Ze kennen geen angst. Ze deinzen niet terug om te doen wat er in ze opkomt. Dat kan iets compleet gestoords zijn en het kan iets zijn dat onbruikbaar is voor de voorstelling, maar dat betekent dat we een scène vanuit alle mogelijke hoeken hebben bekeken. Deze groep acteurs kent elkaar zo goed dat het is alsof je werkt met een familie. En aangezien dit een familiedrama is, krijg je als regisseur er van alles gratis en voor niks bij. Toen we begonnen met repeteren zat er al benzine in de tank.”

Zulke Britse acteurs zijn er niet, zegt Icke, al is het maar omdat er geen Britse toneelensembles zijn. Hij schreef zijn stuk met Heebink en Kesting in gedachten, die hij kent van voorstellingen die hij bezocht in Londen en Amsterdam. „Ik wist dat ik lastige, emotionele scènes en lange scènes zonder onderbreking voor ze kon schrijven, omdat ze dat aankunnen. Het voelt alsof je een nieuwe bal ontwerpt voor het Braziliaanse voetbalteam.”

Hoe regisseer je nuance en melodie in een voorstelling waarvan je de taal van de acteurs niet spreekt? Icke antwoordt met een uiteenzetting over de oorsprong van taal als geluid, als onomatopeeën, als ritme en de vergelijking trekt met honden die aanvoelen dat je bang bent. „Lichamen communiceren op allerlei manieren die we niet begrijpen. Zulke signalen vang ik op bij de acteurs.” Dus de regisseur beschouwt zichzelf als een hond die de emoties van de acteurs aanvoelt? Hij lacht. „Zeker, zoiets.” Heebink vult aan: „Wij zijn ook een soort honden die aan elkaar ruiken en naar elkaar blaffen.”

Als Icke vertrokken is, is de vraag: kent Heebink inderdaad geen angst? „Dat je iets durft, betekent niet dat je geen angst hebt. Ik ben me alleen wel bewust van die angst. Als ik steeds bang ben, dan kan ik niet acteren. In die lange scène wil Jocasta echt niet praten, en ik snap waarom dat zo is. Zij is bang voor wat dat met haar zal doen. Die huiver bij haar moet ik opzoeken. Dat is een goed voorbeeld over hoe je met angst omgaat. Als acteur kan ik kiezen wanneer en wat het met het personage doet, ik ben voorbereid op wat er gebeurt. Het is eng, maar de acteur weet de grenzen al, het personage overkomt het.”

Hoe begin je aan een rol als Jocasta?

„Het begint ermee dat ik denk: ‘Lekker weer met Hans!’ Oedipus ken ik wel, maar ik lees Sophocles en alles eromheen. Dan komt de tekst, altijd te laat, vinden we. Robert schrijft veel spreektaal en gebruikt veel dubbele betekenissen. Dus het was heerlijk dat hij openstond voor suggesties van de acteurs. Hij kent de Nederlandse taal natuurlijk niet en kan er in die zin weinig over zeggen, maar wel over de betekenis. Wij kijken wat er wordt bedoeld.”

Analyseer je bij het lezen wat voor vrouw Jocasta is?

„Dat dringt zich aan je op. Ze komt uit de hogere kringen, heeft misschien gestudeerd, was eerder getrouwd met een man uit het establishment, kent de wereld, is slim. Ik bekeek de documentaire over de vrouw van Macron, Brigitte, die net als Jocasta ouder is dan haar man. Daar krijg je toch commentaar op. Ik heb zelf ook een jongere vriend gehad, dus dan moet je dealen met die blikken. Hoe gaat zij daarmee om? Gaat ze jong doen, of juist niet?”

Wat voor vrouw is het geworden?

„Een vrij klassieke vrouw. Een stuurder op de achtergrond. Het creatieve komt van Oedipus. Het onverwachte, onvoorspelbare. Maar er is één iemand die het overzicht bewaart en dat is zij.

„Jocasta heeft een diep trauma, maar dat schermt ze af. Die deur is dicht. Als Oedipus hem open wil, denkt ze als een machine.” Heebink produceert een snel, ratelend geluid: „Dikkadikkadikkadik.”

„Zo reageer ik zelf ook. Als er iets gebeurt met mijn kinderen, dan stort ik niet ter aarde, maar dan word ik een militair. Pas daarna springt het je naar de keel.”

Hoe speel je dat?

„Acteren is denken. Een studie. Ik ben gewend te denken in gedrag. Ik ben niet van het voelen. Dit toneelstuk volgt veel emotionele lijnen en die komen steeds voort uit situaties, uit gedrag en uit het verleden. Als acteur denk ik niet: die vrouw is boos of verdrietig. Maar ik denk: dat is er aan de hand, dus daarom reageer ik daar op die manier.”

Verdwijn je in een personage of blijf je erbuiten?

„Ik zit er helemaal in én blijf erbuiten. Mijn concentratie kent bij het acteren heel veel niveaus. Ik registreer alles en tegelijk is alles los.”

Put je uit eigen emoties?

„Het zijn altijd mijn eigen emoties. Die geef ik vorm.”

Huilen: is dat techniek of iets droevigs uit je eigen leven?

„Het is huilen. Maar wil je dat kunnen, dan vereist dat techniek. Die techniek betekent dat je goed hebt nagedacht over waarom je op dat moment huilt. Het is een gekozen moment. Er is genoeg aanleiding om die hele monoloog blèrend te doen. Maar ik hou het tegen-tegen-tegen, en dan zak ik erdoorheen.

„Maar dat was gisteren. Ik weet niet of ik dat in de voorstelling ook echt zo ga doen. Ik vraag me af of Jocasta er wel doorheen moet zakken.

„Huilen heeft met durven te maken, de situatie durven te beleven. Gecontroleerd en bewust. Mijn vroegere regisseur Theu Boermans zei altijd: ‘Hou je hoofd open’.” Ze doet het voor. Kermen met gezicht naar de grond is fout. Recht vooruitkijken is goed. „Je moet in je laten kijken. Jezelf laten zien.”

Dat is wel gelukt. Het publiek houdt van je omdat je in staat bent om die grote emoties te spelen.

„Je kan grote emoties alleen spelen als je controle hebt. Ik weet exact wat ik wanneer moet doen om het grootste effect te sorteren. De toeschouwer ervaart mijn emoties omdat ik niet een bulk van gevoelens over hem uitstort. Ik doseer, neem terug, pauzeer.”

Wat leerde je van Van Hove, met wie je al vijftien jaar werkt?

„Hij heeft me geleerd met de tekst mee te denken. Je hoeft niet altijd te veronderstellen dat iemand iets anders wil of bedoelt dan hij zegt.”

Ze pakt haar script, gaat dicht tegen me aan staan: „Zo doet-ie dat, met een potlood, keurig de aantekeningen aanwijzen.” Fluistert, in haar rol van Van Hove: „Echt willen weten. Niet voor de ander denken.”

„Iedereen heeft wel een leraar gehad die te streng was of alles afbrak”

Ze gaat weer zitten. „Als je dat doet, dan blijkt het te werken. Ivo heeft me ook geleerd dat je met weinig aanwijzingen toe kan. En dat je dingen niet dood moet repeteren. Dat je veel kan overlaten aan het moment, binnen strakke kaders. Die kaders zijn bij Ivo altijd heel goed gekozen. Mede dankzij de decors van Jan Versweyveld.”

Theu Boermans zat er meer bovenop?

„Als je bij Theu ademhaalde, zei hij: ‘Nee, niet zo.’ Theu zei: ‘De eerste impuls van een acteur is altijd verkeerd. Want die komt voort uit onzekerheid of ijdelheid. Later denk je: mijn god, wat was dat? Maar iedereen heeft wel een leraar gehad die te streng was of alles afbrak.

„In die fase, als jonge actrice, heb ik er veel aan gehad. Als ik nu een tekst behandel, is dat volgens zijn aanpak. Ik geef elke zin een punt en ik geef de werkwoorden een accent. Je moet de zin vooruit helpen.”

Volgens Van Hove ben je een echte ensemblespeler.

„Klopt. Als ancien voel ik mij verantwoordelijk voor de rest. Voor mij is dat niet meer dan logisch.

„En ik kan er niet tegen dat iemand zijn tekst niet goed zegt. Soms ben ik rücksichtslos. Dan zeg ik: [verheft haar stem] ‘Dat moet je niet doen zo! Wat doe je nou daar?’ Het ligt er ook aan wie het is.”

Ben je er ook voor persoonlijke problemen?

„Dat doe je met zijn allen. Ik ga niet alles oplossen, ben je gek. Het is hard werken en elkaar in de gaten houden, maar niet te veel.”

Ben je de moeder van de groep?

Als antwoord werpt ze me een ironische, quasi-bestraffende blik toe.

Sorry.

„Nee, dat mag je best zeggen. Ik ben ook een moeder. Dit is mijn werk en ik heb het graag goed op mijn werk. Ik laat dingen niet etteren. Daar heb ik zo’n hekel aan.”

Is acteren therapeutisch?

Heebink houdt de langste pauze tot dan toe; tien volle seconden. Dan ferm: „Nee. Acteren is niet therapeutisch. Het is niet zo dat je een flinke huilbui hebt en dan weer lekker schoon bent. Mij helpt acteren omdat het me dwingt bewust te zijn van gedrag, ook van mijn eigen gedrag. Op die manier denk je na over psychologie, over hoe je in de wereld staat, hoe je je verhoudt tot mensen. Daardoor blijft mijn instrument van binnen en van buiten soepel. Maar je kan ook een goed acteur zijn en alles onbewust houden.”

Je hebt twee keer de Theo d’Or gewonnen. Waar droom je nog van?

„Alle Theo’s zijn welkom.” Ze lacht en wuift de suggestie weer weg. „Een grote rol in een serie of film. Ik word altijd afgeschoten als tweede. Ik ben niet de girl next door. En dat is wat de televisie wil.”

Je had ook lang geen tijd voor tv en film, vanwege je dochters?

„Die zijn het huis uit. Ik heb tijd. Kom maar op.”

    • Ron Rijghard