Het gouden aandeel terug in debat over de banken

Vinger in de pap De staat zou een gouden aandeel in ABN en de Volksbank moeten houden. Minister Hoekstra is niet afkerig van het plan en zoekt uit of het kan.

ABN Amro en de Volksbank zijn nog (deels) in staatshanden. Foto Bas Czerwinski/ANP

Terug van weggeweest: het pleidooi voor een ‘gouden aandeel’ van de overheid in de financiële sector. Het verschil met de laatste keer dat hierover in de Tweede Kamer werd gediscussieerd – in 2015 – is dat de huidige minister van Financiën, Wopke Hoekstra (CDA), er niet onsympathiek tegenover staat.

Een gouden aandeel biedt een aandeelhouder met een beperkt aandelenkapitaal bijzondere rechten en doorslaggevende zeggenschap.

Concreet was het PvdA-Kamerlid Henk Nijboer die woensdagavond in het debat over de voorgenomen loonsverhoging bij ING vroeg om de optie open te houden voor het houden van een gouden aandeel in de twee banken die nog (deels) in staatshanden zijn, ABN Amro en de Volksbank. Met de grote maatschappelijke en politieke ophef over de salarisrel van ING-topman Ralph Hamers in het achterhoofd wil Nijboer dat de overheid via een gouden aandeel in elk geval bij deze twee banken inspraak blijft houden op het beloningsbeleid.

Sympathieke gedachte

Voor de motie-Nijboer lijkt zich een meerderheid af te tekenen omdat de regeringspartijen CDA en ChristenUnie in het verleden ook voorstanders waren van een gouden aandeel in ABN Amro toen dat bedrijf op weg was naar de beurs.

Destijds – de discussie over ABN Amro speelde in 2013 en 2015 – was het leidende argument dat de voormalige staatsbank beter te beschermen zou zijn tegen de nukken van de markt. Dit keer speelt vooral de wens tot gematigd beloningsbeleid een rol. In de ogen van veel Kamerleden heeft de recente ING-rel bewezen dat de bankensector niet in staat is om zelf tot maatschappelijk aanvaarde beloningen te komen.

Anders dan zijn voorganger Jeroen Dijsselbloem (PvdA) stond minister Hoekstra niet negatief tegenover Nijboers voorstel. „Ik begrijp de suggestie en misschien ook nog wel de sympathieke gedachte achter een gouden aandeel”. Hij zegde de Kamer toe om uit te zoeken hoe een gouden aandeel zich verhoudt tot Europese regelgeving en of het kabinet het ook wenselijk vindt.

Hoekstra riep in herinnering dat Dijsselbloem al in 2013 van de Europese Commissie te horen had gekregen dat een gouden aandeel zich niet verdraagt met de Europese afspraak tijdens de financiële crisis dat staatssteun aan banken tijdelijk moet zijn. Hoekstra temperde dus meteen de verwachtingen: „Het zou nog wel eens kunnen tegenvallen wat kan, en ook wat het kabinet wil.”