De biograaf van Theo van Gogh: ‘Theo was gul, loyaal, haatdragend en afgunstig’

Jaap Cohen (38) werkt aan een biografie van Theo van Gogh. De moord in 2004 op de filmmaker en columnist had een grote impact op zijn familie: vader Job Cohen, toen burgemeester van Amsterdam, werd bedreigd en het gezin moest met beveiliging uit eten.

Dinsdagochtend 2 november 2004 wordt Jaap Cohen wakker van een sms’je. Hij studeert geschiedenis en had al bij college moeten zijn, maar hij heeft zich verslapen. Het is een berichtje van zijn vriendin: Theo van Gogh is vermoord. Aangekomen op de universiteit hoort hij dat de dader een moslim-extremist is en hij weet: dit zal voorlopig de sfeer in de stad bepalen.

Het wordt inderdaad een heftige periode, voor Amsterdam en voor Nederland, en ook voor hemzelf. Zijn vader, Job Cohen, krijgt als burgemeester van de hoofdstad te maken met bedreigingen, zodat hij maandenlang niet zonder beveiligers de deur uit kan; als ze met de familie in een restaurant gaan eten, zitten die mannen even verderop aan een ander tafeltje.

Twaalf jaar later, begin januari 2017, stapt Jaap Cohen het voormalig cacaopakhuis in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam binnen, waar het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) is gevestigd. De komende jaren gaat hij zich wijden aan wat hij al een tijdje het liefste wil: de biografie van Theo van Gogh schrijven.

Journalist Max Pam, die eerder met een Van Gogh-biografie bezig was geweest, was zo genereus om zijn researchmateriaal over te dragen en te bemiddelen bij het verkrijgen van toegang tot de nalatenschap van Van Gogh, opgeslagen in het IISG. Twintig verhuisdozen volgepakt met brieven, foto’s, ansichtkaarten, faxen. Notitieblokken, scripts. Teksten die Van Gogh schreef als middelbare scholier, rapporten van de lagere school. Jaap Cohen ziet het leven van Van Gogh, als filmmaker, columnist en interviewer, met al zijn intense vriend- en vijandschappen, als het ware oprijzen uit die dozen. Af en toe vindt hij een verdwaalde sigarettenpeuk.

‘Een van de meest eigenaardige en boeiende figuren’

Wat drijft een historicus om zijn baan bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies te verruilen voor een jarenlang onderzoek naar zo’n controversiële figuur en permanente ruziezoeker als Theo van Gogh? Iemand die niet alleen bekendstond als moslim-basher maar ook werd aangeklaagd als antisemiet nadat hij het in een column had gehad over „copulerende gele sterren in de gaskamer” en schreef: „Het ruikt naar caramel. Vandaag verbranden ze alleen suikerzieke Joden.” Hoe werkt dat, als je zelf van Joodse afkomst bent en familieleden in de oorlog zijn vermoord in een Duits concentratiekamp? Welke rol spelen de gevolgen die de moord op Van Gogh had voor het burgemeesterschap van zijn vader en daarmee voor de familie Cohen?

Bedachtzaam en met ingehouden enthousiasme vertelt Cohen (38) thuis in Amsterdam-Oost – zo’n driehonderd meter van de plek waar Van Gogh werd vermoord – over zijn fascinatie voor wat hij noemt „een van de meest eigenaardige en boeiende figuren uit de recente Nederlandse geschiedenis”. Na ruim een jaar graven in Van Goghs leven – door de inhoud van de twintig dozen te lezen en te ordenen, zijn films en televisie-interviews te bekijken, zijn columns te lezen en te praten met vrienden en bekenden uit Van Goghs jeugd – begint hij hem stukje bij beetje te begrijpen. Al heeft hij nog een lange weg te gaan: hij wil voor zijn boek uiteindelijk zo’n honderdvijftig mensen spreken.

Over de allereerste column van Van Gogh is bijna tien jaar geprocedeerd

Jaap Cohen

De belangrijkste vraag die hij wil beantwoorden is hoe Van Goghs „extreme karakter” zich heeft gevormd. Cohen: „Hij is een uitzonderlijk, bijna on-Nederlands iemand die aan de ene kant geroemd werd om zijn gulheid, zijn loyaliteit, zijn oprechte interesse in mensen en zijn enorme invoelingsvermogen – wat hem een van de beste interviewers maakte die Nederland ooit gehad heeft – en die aan de andere kant haatdragend en afgunstig kon zijn, mensen langdurig kon treiteren en sarren en die aan de lopende band vijanden maakte. Ik heb in de dozen kladjes van scheldbrieven aangetroffen maar ook meerdere brieven van mensen, vooral vrouwen, die schreven dat hij de enige op de wereld was die hen écht begreep.”

En nee, al die ruzies, controverses en rechtszaken waarin Van Gogh voortdurend verwikkeld was, vermoeien hem niet. „Integendeel. Het is één van de redenen waarom ik deze biografie wil schrijven. Van Gogh was altijd op zoek naar taboes die hij kon doorbreken. De reacties daarop zeggen veel over Nederland, dat maakt het extra interessant. Over zijn allereerste column, begin jaren tachtig in het blad Moviola, is bijna tien jaar geprocedeerd, tot de Hoge Raad aan toe. In die column verweet hij Leon de Winter als schrijver misbruik te maken van zijn Joodse identiteit. Van Gogh werd tot een geldboete veroordeeld, maar voor het herpubliceren van het stuk werd hij vrijgesproken.”

Was hij een anti-semiet?

„Het ligt eraan wat je daaronder verstaat. Ik zou hem zelf niet zo willen noemen. Van Gogh maakte weliswaar grove grappen over Joden en de Holocaust, maar die waren op individuen gericht, niet op de Joden als groep. Sommigen zeggen: ‘Hij pikte de Joden eruit’, maar hij beschimpte ook heel veel niet-Joden. Zijn verwijt aan Leon de Winter was dat hij het leed van de Joden gebruikte voor eigen gewin. Van Gogh vond, heel moralistisch eigenlijk, dat je leed binnenskamers hoorde te houden. Om dezelfde reden ging hij tekeer tegen Monique van de Ven nadat die op televisie had verteld over haar gestorven kind.”

Waar kwam dat moralisme vandaan?

„Van Gogh deelde mensen in in ‘goed’ en ‘fout’. Het moet deels te maken hebben met de manier waarop de Tweede Wereldoorlog doorwerkte binnen zijn familie. De oudere broer van zijn vader, Theo, naar wie hij is vernoemd, was verzetsstrijder en werd vlak voor de bevrijding gefusilleerd. Toen de jonge Theo van Gogh voor het eerst op de erebegraafplaats in Bloemendaal bij diens graf stond, met zijn eigen naam erop, kun je je voorstellen dat dat indruk maakte. Als scholier las hij de boeken van Loe de Jong. Hij was bijna geobsedeerd door de oorlog.”

Hij heeft uw vader een NSB’er genoemd.

„Ja, overigens een weinig originele betiteling – terwijl hij toch een meester was in het bedenken van inventieve bijnamen, zoals ‘Leider van het Naoorlogs Verzet’ voor Hugo Brandt Corstius, of ‘Feldwebel van de Gedachtenpolitie’ voor Ed van Thijn. Mijn vader had een andere visie op de aanpak van radicalisering onder moslims dan hij. De islam was waar Van Gogh vanaf de jaren negentig zijn kritiek op richtte, iets waar hij uiteindelijk om vermoord is.”

Heeft de impact die de moord op uw familie heeft gehad uw interesse in hem versterkt?

„Je weet natuurlijk nooit wat er onbewust meespeelt, maar ik denk het niet. Toen ik begon aan mijn proefschrift over de geschiedenis van de Portugese Joden in Nederland dachten mensen dat mijn interesse voor dat onderwerp voortkwam uit mijn Joodse afkomst, maar nee.”

Mensen zullen nu misschien ook denken dat uw fascinatie voor Van Gogh, met uw Joodse achtergrond te maken heeft. En misschien zelfs uw visie op hem in dat licht zien.

„Dat zal vast gebeuren, maar ik vertrouw erop dat ik te zijner tijd lezers kan overtuigen met mijn argumenten. Overigens ben ik vooral Joods in de ogen van anderen, omdat ik zo’n beetje de meest Joodse achternaam heb die er is. Maar ik ben niet opgevoed met de Joodse religie of gebruiken. Natuurlijk voel ik me wél verbonden met de geschiedenis van het Jodendom. Mijn opa en oma hebben ondergedoken gezeten tijdens de Tweede Wereldoorlog, mijn overgrootouders van opa’s kant zijn vermoord in Bergen-Belsen. Dat zijn verhalen die in mijn jeugd veel indruk maakten. Op mijn tiende ben ik met een cassetterecorder naar mijn grootouders gegaan om ze te interviewen over de onderduik. Als belangrijk moment herinner ik me dat ze me een jodenster gaven die ze al die tijd bewaard hadden. „Hier, die hebben wij niet meer nodig.” Dus als kind was ik al zeer geïnteresseerd in de oorlog. Dat is een overeenkomst tussen mij en Theo.”

De biografie van Theo van Gogh (1957-2004) door Jaap Cohen zal in 2020 verschijnen bij uitgeverij Querido.
    • Brigit Kooijman