Opinie

    • Arjen Fortuin

Een maandje DWDD vervangen is een ondankbare taak

Zap Het klinkt eervol, een maandje DWDD vervangen, maar het is een ondankbare taak om met je vriendelijke namiddagprogramma voor de leeuwen van de vooravond gegooid te worden. Zelfs met André van Duin had Tijd voor Max het niet makkelijk.

André van Duin kijkt naar zichzelf in Tijd voor Max (Omroep Max).

Het publiek klapte dubbel hard, het kookblok was uit de studio gerold, er was een extra tribune en het geheime wapen André van Duin was in stelling gebracht. Als u dit niet kunt volgen, gebruik dan voor het gemak de volgende ezelsbrug: wanneer de wereld stopt met doordraaien is het tijd voor Max.

Let wel: de talkshow van Martine van Os en Sybrand Niessen (normaal om tien over vijf) is de vervanger van de vervanger. De NPO heeft een praatprogramma van Margriet van der Linden voorzien in de DWDD-loze maanden, maar dat staat nog in de grondverf. Tot wanneer is onduidelijk, dus wie weet hoe lang het nog tijd voor Max blijft.

Het klinkt eervol, een maandje DWDD vervangen, maar het is een ondankbare taak om met je vriendelijke namiddagprogramma voor de leeuwen van de vooravond gegooid te worden. De leeuwen én de recensenten, want hoewel Tijd voor Max tien jaar bestaat, kan ik me geen bespreking in deze krant herinneren.

Dat gezegd hebbende: het viel niet mee. Het begon al met de rommelige introductie van de gasten. Pas in de loop van het zwabberende gesprek met oud-Kamerlid John Leerdam werd duidelijk waarom speciaal hij was gevraagd om over Winnie Mandela te spreken – het bleek vooral te gaan om zijn voornemen een Winnie-theaterstuk te maken. Over Mandela had hij weinig te vertellen.

Programmamaker Kees Tol werd ondervraagd over drie verschillende programma’s in een interview dat hinderlijk werd onderbroken door een overdaad aan filmfragmenten. Niessen en Van Os zijn goede presentatoren, maar hadden moeite hun gebruikelijke ontspannen toon te vinden. Misschien was de wens van het management om hun programma ‘wat urgenter’ te maken nogal een omschakeling voor de redactie.

Intussen leek Ted van Essen – de huisdokter van Tijd voor Max en dus niet te verwarren met de legendarische ‘vrije jongen’ Tedje van Es – zeer gegrepen door zijn nieuwe publiek. Hij begon een betoog over de hardnekkige griepepidemie en de gevolgen daarvan voor (vooral) ouderen met de mededeling dat deze in een week meer doden had geëist dan de Watersnoodramp van 1953. De Hongerwinter was wel ernstiger geweest, zo dwaalde hij verder het bos van de idiote vergelijkingen in. Daar troffen we ook de grote grazers in de Oostvaarderplassen nog aan. Het bracht André van Duin tot de oeroplossing van het griepprobleem: „Bijvoederen.”

Ah, André van Duin! Hij zal elke dinsdag aanschuiven bij Max. Hij liet zich gewillig interviewen over Heel Holland Bakt (waarvan hij eigenmachtig de uiterste inschrijfdatum met tien dagen verlengde), zijn schooltijd, Hendrik Groen, De luizenmoeder (waar hij niets mee te maken heeft) en Klasgenoten. En er waren oude beelden van een fijne sketch met Frans van Dusschoten. Uniek was het niet, maar het was André van Duin – en dat was deze avond al heel wat.

‘Was dat het?”, vroeg Van Duin na het interview – van mij mag hij elke dag tien (of twintig) minuten van de Tijd voor Max. Eigenlijk wil ik Van Duin in alle programma’s van de publieke omroep. Bijvoorbeeld Van Duin in de weer met een tienermoeder in Vier handen op één buik, Van Duin mee met Ellie op patrouille, als vierde toerist in Hier zijn de Van Rossems en natuurlijk als universele getuige-deskundige in De Rijdende Rechter. Kan dit snel tot een behapbaar format uitgedokterd worden? Dan kan Tijd voor Max terug naar zijn eigen tijd en daar zichzelf zijn.

    • Arjen Fortuin