Maakt corruptie Orbán kwetsbaar?

Hongaarse verkiezingen

Zondag stemt Hongarije. Premier Orbán belooft: geen migranten. Dat slaat aan, maar de corruptie kost hem stemmen, blijkt in Hodmézovásarhely.

Op het plein voor het stadhuis van provincieplaats Hodmézovásarhely stapt Julianna Nagy af op een groepje buitenlandse journalisten. „Wij zijn echte Hongaren”, begint de 74-jarige gepensioneerde leerkracht haar uiteenzetting over de verkiezingen van zondag . Echte Hongaren hebben maar één keus: premier Viktor Orbán. „Want we willen hier geen migranten.”

De 54-jarige nationaal-conservatief Orbán is aan de macht sinds 2010. Sindsdien gebruikte zijn Fidesz-partij haar parlementaire meerderheid om haar greep op het staatsbestel, rechtspraak en media uit te breiden. Volgens zijn critici holt Orbán de democratie uit. Zelf profileert hij zich als de bewaarengel van een „christelijk” continent, bedreigd door een invasie van migranten. Het versterkt zowel zijn status onder Europese nationalisten als de leidersschapspositie van Fidesz in alle peilingen.

„We willen niet dat onze eigen kleur, tradities en nationale cultuur gemengd worden met die van anderen”, verklaarde Orbán recent. Dus heeft Hongarije komende zondag „twee paden waaruit het kan kiezen: óf het krijgt een ‘nationale regering’, in welk geval Hongarije geen migrantenland wordt. Of de mensen van George Soros zullen de regering vormen, in welk geval Hongarije wel een migrantenland wordt.”

George Soros is een Amerikaanse miljardair die is geboren in een familie van joodse Hongaren in Boedapest en staat bekend om zijn progressieve filantropie. Volgens Orbán is er een ‘Soros-imperium’ met een ‘Soros-plan’: de grensmuur neerhalen die hij in 2015 liet optrekken en een permanente stroom migranten vanuit de ‘moslimwereld’ naar Hongarije halen. De vermeende tentakels van het Soros-imperium omvatten mensenrechtenorganisaties, regeringskritische media, de voltallige Hongaarse oppositie, de „bureaucraten” van de Europese instellingen en de Verenigde Naties.

De Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros wordt intens gehaat in rechts-nationalistisch Europa. Lees daarover: De lange arm van George Soros

Migranten aan de grens

Geloofwaardig? Zeker, vindt Nagy: „Ze willen vreemdelingen naar Hongarije brengen.” Hier, op veertig kilometer van de Servische en Roemeense grens, heeft ze nog geen migranten gezien. Maar op de publieke omroep en regeringsgezinde commerciële tv-kanalen, radiozenders, kranten en nieuwswebsites, zijn berichten over migranten die in West-Europa rellen, stelen en verkrachten alomtegenwoordig.

„Elke donderdag kijken wij naar Kormányinfo”, zegt Nagy: het info-uurtje van Orbáns stafchef János Lázár, oud-burgemeester van deze Zuid-Hongaarse stad. Lázár verwierf faam met een campagnefilmpje uit het Weense stadsdeel Favoriten. Daar zijn „de blanke christelijke Oostenrijkers verhuisd”, aldus Lázar, en hebben migranten de wijk veranderd „naar hun eigen beeld”: chaotisch, vies en crimineel.

Mensen leven in een zekere mate van angst

Márki-Zay, burgemeester

„Ons land is mooier geworden dankzij Viktor Orbán”, zegt Nagy. Ze wijst naar het kraaknette 19e-eeuwse Kossuth-plein, gedomineerd door de enorme torenspits van het stadhuis. Net als elders in Midden-Europa groeit de economie. Fidesz biedt een gevoel van stabiliteit aan middenklasse-gezinnen en oudere Hongaren. Wie kinderen maakt, ontvangt duizenden euro’s overheidssubsidies. In de aanloop naar de verkiezingen krijgen bejaarden voedselvouchers, anderen kortingen op hun energierekening.

Met minder middelen, een kleiner mediabereik, een kiessysteem dat Fidesz herschreef in het eigen voordeel en geplaagd door verdeeldheid staat de oppositie zwak. Het enige thema dat Orbáns tegenstanders met enig succes uitspelen, is verdenking van zelfverrijking door Fidesz-politici en zakenlui uit de entourage van de premier, zoals Orbáns schoonzoon, István Tiborcz. Diens straatverlichtingsbedrijfje, een nieuwkomer op de markt, tekende zijn eerste overheidscontract met Hódmezovásárhely. De burgemeester toen was de huidige stafchef Lázár. Met dat contract als eerste referentie haalde het bedrijf vervolgens tientallen miljoenen euro’s aanbestedingen binnen, gesubsidieerd door de EU. Volgens het Europese anti-corruptieagentschap OLAF ging dat gepaard met „ernstige onregelmatigheden” en „belangenverstrengeling”.

Lees ook: Rijk worden door God, geluk en Orbán – en dankzij de EU

Afgehaakte kiezers mobiliseren

„Verhalen gefabriceerd door mensen die Orbán haten”, zegt Nagy. Maar in februari, bij de burgemeestersverkiezingen in Hódmezovásárhely, bleek dat de schandalen een verborgen reservoir van afgehaakte kiezers kunnen mobiliseren.

Péter Márki-Zay, een 46-jarige ingenieur en marketingspecialist, versloeg met een anti-corruptiecampagne de Fidesz-kandidaat in een onneembaar geacht bastion van de regeringspartij. „Ik dacht lange tijd dat Hongaren corruptie aanvaardden als onderdeel van het leven”, zegt Márki-Zay, die in Canada en de VS woonde. In 2010 stemde hij zelf nog Orbán. „Maar de meesten gingen inzien dat hier een ander soort corruptie heerst: georganiseerde corruptie.”

„Er was behoefte aan een nieuwe wind”, beaamt een inwoner op de trapjes van het stadhuis. „Politici staken hun vingers in alle business.” Péter is zijn voornaam, hij wil onder geen beding zijn familienaam kwijt. „Ik heb een baan, die wil ik houden.”

„Mensen leven in een zekere mate van angst”, zegt Márki-Zay. „Werknemers bij overheidsbedrijven die mijn Facebook-profiel liketen, kregen van chefs te horen dat ze hun baan konden verliezen.” Tijdens de campagne keerde een van de twee plaatselijke priesters zich tegen Márki-Zay, een conservatief-katholieke vader van zeven die tijdens het praten ostentatief een rozenkrans in zijn vuist houdt.

Zo beducht is het anti-Fideszkamp voor nog eens vier jaar Fidesz dat links het taboe ophief op samenwerking met het extreem-rechtse Jobbik, de grootste oppositieformatie. Ook Marki-Záy werd verkozen met de steun van alle oppositiepartijen, inclusief Jobbik. Die partij beweegt richting centrum, terwijl Fidesz verder naar rechts opschuift.

Volgens peilers kan de oppositie de almachtige Orbán alleen verslaan als kiezers het Hódmézovásárhely-scenario herhalen en zich per kiesdistrict achter één kandidaat scharen. Enkele dagen voor de verkiezingen lijkt een goed georganiseerde samenwerking tussen de kibbelende oppositiepartijen ver weg. Maar, zegt Márki-Zay: „Ik blijf bidden, elke dag.”

    • Roeland Termote