‘Begin nou gewoon met één iemand’

Arbeidsmarkt Mensen aannemen met een handicap of verleden als vluchteling hoeft niet lastig te zijn, wil een KFC-franchisenemer laten zien.

Johan Tijink (rechts) met werknemer Mohammed Hasan uit Syrië in zijn KFC-restaurant in Lelystad. Foto Bram Petraeusraeus

Genoeg ondernemers die het veel te ingewikkeld vinden: mensen aannemen met een handicap, of een verleden als vluchteling. Johan Tijink (53), eigenaar van een KFC-restaurant aan de A6 bij Lelystad, begrijpt dat wel. Het ís soms ook ingewikkeld. Zelf heeft hij tien vluchtelingen met verblijfsstatus in dienst en twee mensen met een handicap.

Waarom? Omdat hij een verantwoordelijkheid heeft, zegt Tijink. „Ik kan het toch niet laten gebeuren dat sommige mensen geen kans krijgen en aan de onderkant van de arbeidsmarkt blijven schommelen?”

De werkloosheid daalt, maar voor net ingeburgerde vluchtelingen en gehandicapten is het nog altijd moeilijk om een baan te vinden. Het bedrijfsleven en de overheid hebben drie jaar geleden afgesproken om vóór 2026 125.000 nieuwe banen te creëren voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische handicap. Ze liggen op schema. Toch wil werkgeversorganisatie VNO-NCW dat de regeling om gehandicapten in dienst te nemen simpeler en goedkoper wordt.

Tijink heeft die discussie niet gevolgd en het doet er voor hem ook niet toe, vertelt hij op een doordeweekse ochtend, kort voor openingstijd, in zijn restaurant. Het gaat erom, zegt hij, dat deze mensen geholpen moeten worden. „Dát moet de boventoon voeren.”

Het voordeel van zijn restaurant is dat er veel teamwerk is, zegt hij. Dan is het makkelijker om mensen goed te begeleiden. Hij snapt dat het voor sommige werkgevers lastiger is. „Maar er zijn ook bedrijven waarvan ik denk: begin nou gewoon eens met één iemand.”

Een uur voor het restaurant opengaat, staat de 16-jarige Syriër Mohammed Hasan de stoep voor de KFC te vegen. Voor hem is het een bijbaan. Hij volgt ook een opleiding op het roc voor mensen die nog geen middelbareschooldiploma hebben. Volgend jaar hoopt hij aan een mbo-sportopleiding te beginnen. „Ik wil profvoetballer worden”, zegt Hasan. „In Syrië voetbalde ik al bij een professionele club, El Jaish. Op de dag dat ik tegen een Libanese club moest spelen, besloot mijn vader dat we naar Turkije moesten.” Nu voetbalt Hasan in Zeewolde.

Al Tijinks werknemers profiteren van zijn diverse personeelsbeleid, denkt hij. „Ik geef mijn mensen levenservaring mee: kijk eens hoe goed je het hier hebt in Nederland.”

Moeilijkheden zijn er ook. Veel vluchtelingen hebben aan het begin nog moeite met de taal, hoewel ze die snel leren als ze eenmaal aan het werk zijn. En, merkt Tijink, niet iedereen is gewend aan structuur. „Dan moet je heel duidelijk zijn. Als in het rooster staat dat je om twaalf uur moet beginnen, dan moet je víjf voor twaalf aanwezig zijn. Niet om tien over twaalf en níét om half drie.”

Te veel stress

Tijink heeft ook al vier jaar een vrouw in dienst met een verstandelijke beperking: „Ze is niet zo snel en kan grote druk niet aan.” Nadat ze twee maanden vooral de tafeltjes afruimde, zei ze: het lijkt me zo leuk om broodjes te maken. Tijink twijfelde en inderdaad: het ging mis. In de keuken kleurde het ‘stoplicht’ – dat snelle bediening moet bevorderen – steeds rood: ze was te langzaam. „Ze huilde tranen met tuiten. Het was veel te veel stress.” Nu ruimt de vrouw weer tafels af, en helpt ze klanten die een vraag hebben.

„Veel werkgevers vinden dat te veel gedoe”, zegt Tijink. Zelf ziet hij de voordelen: „Het wordt nu moeilijk om personeel te vinden. Deze mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zijn er wél gewoon.” Zijn werknemers zijn loyaal, zegt hij. Verloop en ziekteverzuim zijn „bizar laag”. En: zijn KFC heeft een positief imago in de omgeving. Vorig jaar nog won hij een ‘Participatiepenning’, als meest ‘inclusieve’ ondernemer in Flevoland. „Ik ben misschien overdadig trots op wat ik doe”, zegt Tijink, „maar dit voelt gewoon zó goed”.

Het kabinet-Rutte III wil het makkelijker maken voor ondernemers om gehandicapten in dienst te nemen, op verzoek van de landelijke werkgeversverenigingen. Nu nog moeten ze gehandicapten een volledig loon betalen, óók als vaststaat dat ze minder productief zijn – achteraf krijgen ze daar een subsidie voor. Dat wil het kabinet veranderen: straks betaalt de werkgever alléén voor die lagere productiviteit. De werknemer moet zelf een loonaanvulling regelen bij de gemeente.

Gehandicapten krijgen straks minder betaald, als het aan het kabinet ligt. Maar veel werkgevers zien die plannen niet zitten.

Dat vindt Tijink een slecht plan. „Als ik een beperking zou hebben, dan zou ik dus de helft minder gaan verdienen dan mijn collega. En dan zou ik zelf op stap moeten voor een aanvulling. Dat is toch vernederend?” Een simpeler systeem vindt Tijink goed, maar niet op deze manier. „Zo ga je deze mensen toch weer een stickertje opplakken.”