‘Al is het effect beperkt, niets doen kan niet’

Klimaatverandering Het aantal rechtszaken tegen bedrijven en overheden voor het niet terugdringen van milieuschade is verdrievoudigd. En die gang naar de rechter is steeds vaker succesvol.

Bewoners van het eiland Kiribati in de Stille Oceaan moeten wellicht hun eiland verlaten door de steeds verder stijgende zeespiegel. Foto Jonas Gratzer/Getty

De Peruaanse boer Saúl Luciano Lliuya eist via de rechter dat de Duitse energiemaatschappij RWE meebetaalt aan maatregelen die hij heeft genomen om zijn boerderij te beschermen tegen de gletsjer boven zijn akkers. Die gletsjer smelt in rap tempo. Het meer dat daardoor is ontstaan en dat nog steeds groeit, hangt als een zwaard van Damocles boven Lliuya’s hoofd. En dat is volgens hem de schuld van RWE, althans deels.

RWE heeft een groot aantal kolencentrales, die volgens een eigen berekening van het bedrijf goed zijn voor 0,47 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen – heel veel voor één bedrijf. Door die uitstoot draagt RWE dan ook fors bij aan de opwarming van de aarde en dus aan het smelten van de Peruaanse gletsjers. Daarvoor moet de energiegigant zich dus binnenkort verantwoorden bij de rechter.

Lliuya heeft zo’n 6.400 euro uitgegeven om zich te beschermen tegen overstromingen en modderstromen, schrijft het Duitse weekblad Die Zeit. Mocht RWE veroordeeld worden, dan hoeft dat het bedrijf niet veel te kosten. Maar de zaak gaat om veel meer dan alleen deze schadevergoeding. Als de rechter de medeverantwoordelijkheid van een groot Duits energiebedrijf voor het smelten van een gletsjer in Peru zou erkennen, is dat ‘een historische doorbraak van wereldwijd belang’, concludeert milieuorganisatie Germanwatch, die Lliuya juridisch bijstaat.

Vorig jaar maakte UNEP, het milieuprogramma van de Verenigde Naties, een inventarisatie van alle rechtszaken wereldwijd die te maken hebben met klimaatverandering. Zij telden er bijna 900, een verdrievoudiging ten opzichte van 2014. De meeste zaken (654) zijn in de Verenigde Staten. Maar ook in Australië (80), het Verenigd Koninkrijk (49) en in de andere landen van de EU (40) wordt de rechter geregeld om een oordeel gevraagd. Deze week kwam er weer één bij. De Nederlandse organisatie Milieudefensie eist dat Shell zijn beleid in overeenstemming brengt met het klimaatakkoord van Parijs (2015).

Opzienbarende rechtszaak

Nog steeds geldt een andere Nederlandse rechtszaak, die van duurzaamheidsorganisatie Urgenda tegen de Nederlandse staat, als een van de opzienbarendste klimaatzaken tot nu toe, ook internationaal. In 2015 gaf de rechter Urgenda gelijk: de overheid moet meer doen om uitstoot van broeikasgassen te voorkomen. Of eigenlijk zei de rechter dat de overheid moet doen wat ze eerder heeft beloofd.

Volgens advocaat Roger Cox, auteur van het boek Revolutie met recht (2011), een van de initiatiefnemers van de Urgendazaak en nu ook advocaat in de zaak tegen Shell, heeft de uitspraak de discussie een belangrijke impuls gegeven. Door dit vonnis zijn steeds meer juristen zich gaan buigen over het raakvlak tussen klimaat en recht. Het bewijs is door de rechter gewogen en uitgekristalliseerd, zegt Cox in een telefoongesprek. Hij somt op: de mens veroorzaakt klimaatverandering, die is potentieel desastreus voor de samenleving, twee graden opwarming is een grens die niet mag worden overschreden, en de overheid is (mede)verantwoordelijk.

Op de achtergrond speelde bij deze zaak, en straks mogelijk weer bij die van Milieudefensie tegen Shell, volgens Cox ook een oude uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof een belangrijke rol. In Massachusetts vs. Environmental Protection Agency (2007) eiste een aantal Amerikaanse staten dat het milieuagentschap EPA de uitstoot van broeikasgassen zou terugdringen omdat die een gevaar vormden voor de volksgezondheid. Het EPA verdedigde zich onder meer door te stellen dat de CO2-winst in de VS in het niet valt bij de toename van broeikasgassen in landen als China en India.

„Daarvan zei het Hof: iedereen weet dat dit soort grote veranderingen nooit in één keer tot een oplossing leiden”, aldus Cox. „Ook al zouden de VS met deze maatregel mondiaal slechts een kleine bijdrage leveren aan het voorkomen van klimaatverandering, dat mag geen argument zijn om het niet te doen.” Op grond van deze redenering kunnen ook Nederland en Shell zich dus niet verschuilen achter de beperkte invloed die hun uitstoot heeft op wereldwijde opwarming.

Vaak komt de gang naar de rechter voort uit frustratie. Klagers zien overheden en bedrijven die verkondigen dat klimaatverandering een grote bedreiging vormt, maar die niet de maatregelen nemen die nodig zijn om die bedreiging te voorkomen. Ze beteugelen de uitstoot van broeikasgassen veel minder dan ze beloven. Daarmee negeren ze internationale verdragen en de eigen wetgeving. Na de Urgenda-uitspraak gaven sommige politici toe dat het eigenlijk een schande was dat zij door een rechter op de vingers moesten worden getikt.

Lang is milieuschade voor lief genomen, maar het draagvlak verkleint

Roger Cox, advocaat

Ook het klimaatakkoord van Parijs (2015), dat inmiddels door de meeste landen van de wereld is geratificeerd, heeft een impuls gegeven aan rechtszaken. Het akkoord is weliswaar niet in alle facetten ‘juridisch bindend’, maar volgens Cox maakt dat weinig uit. „Dankzij ‘Parijs’ is er nu mondiale overeenstemming over de klimaatdoelstelling: zorgen dat de opwarming zo veel mogelijk onder de twee graden Celsius blijft, met een streven naar maximaal anderhalve graad. Die normstelling zal toekomstige rechtszaken beïnvloeden.”

Geen land duldt inspraak van anderen

Op wereldschaal biedt het klimaatakkoord gek genoeg niet veel juridische aanknopingspunten. De internationale gemeenschap staat machteloos als landen zich niet houden aan hun beloftes. Want die zijn vastgelegd in zogeheten ‘nationale bijdragen’, die bewust vrijwillig zijn gehouden. Geen land duldt inspraak van anderen in hun klimaatbeleid.

Maar juist die nationale bijdragen bieden aanknopingspunten bij de rechter. Want in het akkoord is wel vastgelegd dat landen niet zomaar kunnen terugkrabbelen. Ze hebben afgesproken om de paar jaar te beoordelen of hun gezamenlijke inspanningen voldoende zijn. Daarbij is de tweegradengrens essentieel, zegt Cox. Zeker ook omdat uit de cijfers blijkt dat alle nationale doelstellingen opgeteld bij lange na niet genoeg zijn om aan die norm te voldoen. Een van de argumenten in de Urgenda-zaak was dat het ambitieuze klimaatbeleid van het kabinet-Balkenende IV in 2010 werd teruggedraaid door de eerste regering van Mark Rutte.

Maar het is niet alleen beleid dat een gang naar de rechter kansrijker maakt. Klagers worden ook geholpen door de wetenschap, die beter in staat is om specifieke gebeurtenissen te koppelen aan klimaatverandering. Het is onmogelijk om klimaatverandering aan te wijzen als ‘de oorzaak’ van één extreme regenbui, een langdurige periode van droogte, of een uitzonderlijk krachtige orkaan. Maar in zogeheten attributiestudies wordt de invloed van klimaatverandering op (de kans op, of de ernst van) zo’n gebeurtenis wel steeds beter in kaart gebracht.

Intussen gaat de klimaatverandering zelf gewoon door en worden de gevolgen zichtbaarder en voelbaarder. Zo was voor New York de enorme schade na de orkaan Sandy bijvoorbeeld een aanleiding om grote oliemaatschappijen als Exxon en Shell voor de rechter te dagen. Waarom zouden die bedrijven als veroorzakers van klimaatverandering niet meebetalen aan de maatregelen die nodig zijn om de stad beter te beschermen?

„Lange tijd hebben we veel milieuschade voor lief genomen, als een van de negatieve effecten van de groeiende welvaart”, zegt Cox. „Maar het maatschappelijk draagvlak voor de gevaarlijke bijwerkingen wordt kleiner. Dat maakt het voor rechters gemakkelijker om zich uit te spreken. Sommige commentatoren vonden na het Urgenda-vonnis dat de rechter een ‘dapper’ besluit had genomen. Maar over dertig jaar zullen we waarschijnlijk zeggen: dat was toch logisch.”