In Tietjerksteradeel is het in vergelijking met buurgemeenten als Dongeradeel en Kollumerland een drukte van belang. Deze plaatsen zijn officieel ‘krimpgemeenten’, Tietjerksteradeel is ‘anticipeer-regio’.

Foto's Kees van de Veen

Zelfs op het Friese platteland spelen de kinderen niet buiten

De randen van Nederland Tietjerksteradeel moet anticiperen op krimp. Offer je weilanden op voor nieuwe huizen om bewoners te trekken? Of koester je het groen en de vergrijsde bevolking?

De winterzon schittert op de groene velden naast de weg. Het is koud, maar de lucht is blauw en de vogeltjes tsjilpen. Hier ligt oud, Fries landschap. Weilanden, bomen en dan af en toe een oud voorhuis dat klein afsteekt tegen de reusachtige schuur waar het aan vast zit. In de voortuinen wappert de Friese vlag: blauw-witte strepen met rode waterlelies.

Tot een aantal jaar geleden, zegt Piet Reitsma, zag je kinderen in blauwe overalls door de weilanden struinen. Maar zelfs hier, op het Friese platteland, zie je dat niet meer. Hij wil dat dat verandert: dat de kinderen weer springen over een sloot, klauteren, klimmen, rollen en met modder op de kleren thuiskomen. Reitsma is raadslid voor de Fryske Nasjonale Partij (FNP) in Tietjerksteradeel (5 zetels).

Waar zijn de Friese kinderen dan gebleven? Reitsma somt op: „Er is geen toegang meer tot het vrije veld van de boer. Actiegroepen hebben het kievitseieren zoeken onmogelijk gemaakt. Er gold een uitzondering voor Friesland, maar zoeken naar eieren is sinds 2015 ook hier verboden. Daardoor mógen kinderen niet meer in de weilanden spelen.”

Er zijn ook gewoon steeds minder kinderen. Friesland vergrijst. En bovendien zitten de kinderen die er zijn, zoals overal in Nederland, „veel op de computer”, zegt Reitsma.

Tietjerksteradeel (Fries: Tytsjerksteradiel) – het duurt even voordat de naam van je tong rolt. Vergeleken met buurgemeenten als Dongeradeel en Kollumerland is het in Tietjerksteradeel nog een drukte van belang. De buren zijn officieel ‘krimpgemeenten’, de gemeente Tietjerksteradeel is nog maar ‘anticipeer-regio’. Maar ook hier vergrijst de bevolking en zal de gemeente over 7 jaar – in 2025 – krimpen. Het aantal 0- tot 5-jarigen is al een kwart kleiner dan het aantal 10- tot 15-jarigen.

Kakkers en mensen die je bestelen

Jisse, Sjoerd, Jacob en Joey leunen op het stuur van hun fietsen. Ze zullen wel eens uitleggen waarom zij later wél in Friesland blijven. Ze zitten in de tweede klas vmbo-kader-beroeps. Elke ochtend en middag fietsen ze drie tot acht kilometer naar school in Burgum. „Hier kun je gewoon je fiets los laten staan zonder dat-ie wordt gestolen”, zegt Sjoerd (13). Verhuizen naar het westen later? Geen denken aan. „In het westen heb je maar twee types mensen: kakkers en mensen die je bestelen.” Nee, doe hun maar Friesland. „We vinden hier later wel werk hoor. Met auto’s werken.”

Ook Janna en Silke (allebei 14, lang blond haar, oorbellen en een slotjesbeugel) zien zichzelf wel in Friesland blijven. Ze zitten in havo 3 in Burgum en vinden het hier fijn. Silke: „In de zomer zwem ik altijd in het kanaal.” Al wil ze wel in Groningen gaan studeren, dat zeker. En haar oudere broer studeert aan de TU Eindhoven. „Die gaat denk ik later naar Japan.” En haar andere broer zit op de gymlerarenopleiding in Leeuwarden. „Die wordt skileraar, dus die komt hier ook niet meer wonen.” Ze lachen. Janna blijft in Friesland, zegt ze. Ze wil veearts worden.

De zoon van Sietze (die niet met achternaam in de krant wil, 62) was te ambitieus voor Tietjerksteradeel. Zelf was hij 37 jaar postbode in deze gemeente. Zijn zoon deed hier mavo en later mbo, hogeschool en uiteindelijk een universitaire studie in Amsterdam. Die is nu 35 jaar en woont in Haarlem. „Mooi appartement hoor”, zegt zijn vader die even wat drinkt bij eetcafé De Pasaazje in Burgum. „Voor zijn werk zou hij hier echt niet terecht kunnen. Hij organiseert events met artiesten uit de hele wereld. Dan belt hij ons weer uit Los Angeles, dan weer uit Singapore, dan weer uit Dublin. Ik vind het jammer dat hij weg is, maar ik begrijp het wel.”

Anticiperen op krimp

De vraag voor beleidsmakers hier is: hoe anticipeer je op krimp? Investeer je in nieuwe huizen en voorzieningen om bewoners uit nóg kleinere plaatsen in Friesland te trekken? ‘Een sterke regiofunctie creëren’, in jargon. Dát willen CDA, VVD en PvdA. Aan de westrand van het hoofddorp Burgum, in de velden, willen ze 300 nieuwe huizen bouwen. Piet Reitsma kan er niet over uit. „Je mag dit mooie groen niet offeren voor huizen. Er kunnen gewoon 200 huizen gebouwd worden aan de oostkant van Burgum, zónder te bouwen in weilanden. We hebben bovendien helemaal geen 300 woningen nodig. Hooguit 80 erbij tot 2025, volgens bevolkingsprognoses. En waarschijnlijk minder.”

In de uitbreidingsambities past ook de aanleg twee jaar geleden van een vierbaansweg, de ‘Centrale As’, die Drachten met dit gebied en het uiterste noorden verbindt.

Burgum is het kloppende hart. Daar gaan de meeste van de 30.000 inwoners van Tietjerksteradeel naartoe voor boodschappen. Er is een Hema, een Jumbo, een Zeeman, een Wereldwinkel, een Aldi, een D-reizen – van alles. Maar er staan zeker zes winkelpanden in het centrum leeg. Bestellen via internet is efficiënter. Zes lege winkels is overigens niet buitengewoon veel. In heel Nederland staan winkels leeg, behalve in centra van de grotere steden.

De krimp is in Noord-Friesland sterker dan in het zuiden, legt GroenLinks-raadslid Brigitta Scheepsma uit. De grotere kernen, zoals Leeuwarden maar ook Burgum, trekken meer jonge inwoners dan de dorpen.

In die dorpen, en al helemaal de 18 buurtschappen, zijn vrijwel geen voorzieningen. Hooguit een handvol huizen. In buurtschap Quatrebras staat aan de weg wel een nachtclub Club Quatrebras. Hier worden „de beste scholieren-feesten van het noorden” gehouden, meldt het bord op het dak. Janna en Silke gaan er ook graag heen, vertellen ze. Alcoholvrije feesten tot 18 jaar. Voor kleren en make-up gaan ze naar Leeuwarden en als ze geluk hebben twee keer per jaar naar Groningen. Daar heb je volgens de meisjes echt hippe zaken.

Verder is er niks meer. Toen postbode Sietze in Molenend (Fries: Mûnein) opgroeide, waren er in het dorp een levensmiddelenwinkel, een groentezaak, een café en twee bakkers. „Alleen het café is over.” Dat geldt voor heel veel van de kleine dorpen. Daarom, zegt hij, komen mensen uit omliggende dorpen in Burgum wonen.

Accepteren

Je kunt de krimp ook accepteren als onontkoombaar, vinden FNP en GroenLinks, en het groen en de rust koesteren. Tietjerksteradeel is, verspreid over vele dorpen, echt plattelandsgebied. Iedereen op straat groet je. In de buitengebieden zwaait men zelfs naar je auto.

Je kunt hier eigenlijk niet leven zonder auto, had Hessel Bouma (62) gewaarschuwd. Hij zat 27 jaar in de raad namens Gemeentebelangen Tietjerksteradeel. „Iedereen heeft hier een auto.” En voor de ouderen en anderen die dat niet hebben, rijden er twee elektrische auto’s op afspraak met vrijwilligers.

Dat er weinig bussen zijn, kan Lena Ylkema (30) in het dorp Tietjerk (Fries: Tytsjerk) beamen. Ze merkte het laatst weer. „Ik was wezen stappen met mijn man in Leeuwarden. We waren aangeschoten en wilden met de laatste bus naar huis. Maar die bleek niet meer naar Tietjerk te rijden. Moesten we keihard rennen naar een andere bus.” Ze moet er nog om lachen. Ze loopt met hond Diesel en haar jongste zoon, een peuter, door het dorp. Ze heeft alle tijd om te praten. Friezen klagen niet snel, zegt zij. En als er echt een probleem is, lossen ze het op.

Hessel Bouma’s partij deed dit jaar niet meer mee aan de verkiezingen. Is Tietjerksteradeel af? „Het is hier geweldig wonen, maar af? Nee, dat niet. We konden alleen niet genoeg kandidaten vinden voor een nieuwe lijst. En zelf vind ik het mooi geweest.”

Krimpgebied Tietjerksteradeel - ontwikkeling voorzieningenniveau per wijk in krimpgebieden

De Friese taal staat ook onder druk. Voorzitter van het bestuur van de FNP Tytsjerksteradiel, Gerryt Jullens, vertelt: „Iedereen sprak hier vroeger Fries. Alleen de notaris en de dokter niet. Nu legt de taal het af tegen het Nederlands en het Engels, zoals alle kleine talen in de wereld.” Alle basisscholen in Friesland geven wel het vak Fries en 50 zijn zelfs drietalig; ze geven les in het Fries, Engels en Nederlands. Maar Janna en Sylke hebben het als vak laten vallen, nu ze in de derde zitten. Janna: „We spreken wel Fries, maar mijn ouders zeiden dat het geen zin heeft om het als vak te houden.”

Inmiddels wonen er ook mensen in Tietjerksteradeel die alleen Nederlands spreken. Gerryt Jullens: „Als ik bij de belastingen kom, moet ik kiezen: spreek ik Fries of Nederlands? Verstaat hij me wel? Maar de huisarts spreekt Fries hoor. En de politie ook. Dat zag je bij de anti-Zwarte Piet-blokkade. De agenten spraken gewoon Fries met de Friese demonstranten.”

Samenwerkingsscholen

Het onderwijs accepteert de krimp, dat zal wel moeten. Er gaan basisscholen dicht en christelijke en openbare scholen worden samengevoegd. De havo-top in Burgum, bijvoorbeeld, is een bovenbouw (4de en 5de klas) die pas zeven jaar bestaat. Er zitten kinderen op van de christelijke school en van de openbare. Ze begonnen met 73 leerlingen en hebben er nu 210. Voor de hoogste klassen van het atheneum moeten kinderen naar de stad Drachten.

Ruim 80 ouders uit het dorp Tietjerk en omgeving kwamen vorige maand in het dorpshuis luisteren naar de plannen voor één nieuwe basisschool. Want de christelijke school It Lemieren – ‘het krieken’ – sluit deze zomer. Er zijn nog maar 35 leerlingen. Fenny Feenstra komt met de kinderwagen net één van haar drie kinderen halen. „Wij kozen bewust voor christelijk onderwijs maar we zien ook wel dat de school niet verder kan met zo weinig kinderen.”

Iedereen in het dorp gaat in september voorlopig verder op de openbare Master Fennemaskoalle. Bedoeling is dat dat één compleet nieuwe school wordt, met een nieuwe naam en een nieuwe richting. In drie andere dorpen zijn de christelijke en openbare basisscholen vorig jaar ook al samengevoegd.

Is er wel tijd om de kloof tussen de verschillende levensbeschouwingen op te lossen, vroeg een ouder tijdens die avond. Een bestuurslid: „We moeten niet uitgaan van verschillen. We denken liever in termen van levensbeschouwing gevoed vanuit diverse bronnen, waaronder de Bijbel.”

Als Tietjerksteradeel jongeren wil houden, moeten er mogelijkheden voor hen worden gecreëerd, vindt GroenLinks-raadslid Scheepsma. „Wie elders studeert, vindt daar meestal ook een baan. Als er werk- en woonmogelijkheden zijn, blijven jongeren hier graag bij familie en vrienden in de buurt. We moeten ze bestaanszekerheid bieden: een basisinkomen dat ze kunnen aanvullen met flexwerk.”

Scheepsma zou een basisinkomen willen voor iedereen in haar gemeente, van zo’n 500 euro per maand. „Ik vind alle werk waardevol: ook zorgen voor je kinderen of voor je oude moeder. Waarom zou je alleen geld verdienen als je iets doet in de officiële economie? Juist hier zou een basisinkomen een uitkomst zijn.”

Wilt u reageren of hebt u zelf ervaren hoe het staat met de leefbaarheid aan de randen van Nederland? Mail randland@nrc.nl