Vlaamse lof voor ‘d’n Ollander’

Wielrennen Niki Terpstra soleerde zondag naar de zege in de Ronde van Vlaanderen. Hij voegde zich daarmee bij de wielergrootheden Jan Raas en Hennie Kuiper, die net als hij zowel deze voorjaarsklassieker als Parijs-Roubaix wonnen.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Vijftien jaar profwielrenner, zeven seizoenen al tussen de besten in de grote klassiekers van het Vlaamse voorjaar. En dan, zes weken voor zijn 34ste verjaardag, wint Niki Terpstra de Ronde van Vlaanderen. „Je moet geduld hebben, vertrouwen in jezelf en ook het grote plaatje zien”, verraadt hij zijn ‘geheim’ na afloop. „Soms moet je heel veel investeren om iets terug te krijgen. Dan moet je niet te egoïstisch zijn ook.” Even een aarzeling. „Ik zeg wel dat je niet egoïstisch moet zijn, maar eigenlijk moet je zo egoïstisch zijn dat je heel veel durft te investeren om dat eens een keer terug te krijgen.”

32 jaar geleden bejubelde tv-commentator Mart Smeets ‘Adrianus’ van der Poel als laatste Nederlandse winnaar van Vlaanderens Mooiste. Nu is de weergaloze solozege van Terpstra het nieuwe ijkpunt. De renner van de Belgische sterrenploeg Quickstep komt in een illuster rijtje met Hennie Kuiper en Jan Raas. Klassiekerkoningen uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, de enige Nederlanders die ook de twee monumenten Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen op hun naam schreven. „Toen ik een kleine jongen was, vond ik dit de mooiste koersen”, vertelde Terpstra na afloop. Misschien een cliché, hij weet het. Maar wat een heerlijk besef, na al die jaren van investeren. „Nu heb ik ze gewoon gewonnen.”

Hij kijkt vooruit ziet niets

Hij denkt niet na hij fietst

Al doen zijn benen pijn

Hij moet de snelste zijn

Ze halen nooit meer in

Hij denkt verdomd ik win

(‘Als je wint’ – Herman Brood en Henny Vrienten)

Met een karakteristieke, brede grijns beantwoordt Terpstra in een songtekst de klassieke vraag hoe hij zich voelde tijdens zijn dertig kilometer lange solo op weg naar de winst. Het is maart 2012, zojuist heeft hij de Vlaamse semiklassieker Dwars door Vlaanderen gewonnen. Eindelijk, zijn doorbraak in het voorjaar, de periode die hij zo lief heeft. Hiervoor is hij een jaar daarvoor naar Quickstep gekomen, de ploeg van manager Patrick Lefevere en kopman Tom Boonen.

„Niki heeft voor onze ploeg gekozen omdat hij weet dat hij bij ons wedstrijden kan winnen”, stelde Quickstep-ploegleider Wilfried Peeters zondag in Oudenaarde, na afloop van de Ronde.

‘Tijdelijke vrienden’

Het is geen toeval dat hij in 2012 bij zijn eerste klassiekerwinst spontaan de tekst oplepelde van het nummer ‘Als je wint, heb je vrienden’. Terpstra staat in het profpeloton bepaald niet bekend als allemansvriend. „De meeste wielrenners zijn gewoon mijn concurrenten. Ploeggenoten beschouw ik als tijdelijke vrienden”, zei hij vorig jaar in het blad Helden. Ook dat is Terpstra. Geen blad voor de mond, gewoon zeggen wat hij denkt. „Rechtdoor”, typeert ploegleider Peeters in één woord. Precies zoals hij ook fietst. Vlekkeloze stilist, het liefst alleen op kop, als een mes door de boter.

In het peloton worden ze soms gek van zijn ongebreidelde aanvalslust in zijn eerste jaren bij de Duitse ploeg Milram. Maar zie die pretoogjes als hij in 2010 het machtige Rabo-collectief de baas is en in het Limburgse Beek zijn eerste van drie nationale titels wint. Winnen van wat hij ooit typeerde als „de ideale schoonzonen” van de Raboploeg, mooier kan niet. Het zijn de jaren dat de jonge Nederlandse profs af en toe schitteren in kleine rondes maar nauwelijks in grote voorjaarsklassiekers. ‘Het Nederlandse wielrennen’, solist Terpstra kan niet zoveel met die verzamelnaam. In 2012 ontbreekt hij bij zijn uitverkiezing tot ‘Wielrenner van het jaar’.

„Niki is een rare maar dan ben je voor mij een goeie”, zegt ploegbaas Lefevere bij de NOS na de winst in de Ronde van Vlaanderen. Andersom voelt Terpstra zich steeds beter thuis in het collectief van Quickstep, waar ruimte blijft voor toppers zonder allures. Natuurlijk botst de eigenzinnige Noord-Hollander soms op een Vlaamse muur rond boegbeeld Boonen. Maar hij investeert, helpt anderen aan winst en pakt zelf een reeks ereplaatsen. Met in 2014 de winst in Parijs-Roubaix als eerste ultieme beloning.

Ik bouwde op

Ik bouwde op

Ik bouwde op

Oh het bloed spat in mijn kop

Het was de liefde

De liefde voor de koers

(Vrij naar ‘Liefde voor muziek’ –

Raymond van het Groenewoud)

Weer geen toeval, de songtekst die Terpstra er voor de Belgische tv-zender Sporza uit gooit als hij een paar minuten na zijn zege in de Ronde van Vlaanderen staat na te hijgen aan de finish. Raymond van het Groenewouds ‘Liefde voor muziek’ wordt ‘liefde voor de koers’, om aan te geven hoeveel hij inmiddels houdt van Vlaanderen, de gekte rond de koersen in het voorjaar. Met ‘de hoogmis’ als apotheose. Ja, hij weet dat de Vlaamse supporters niet altijd blij waren met de brutale ‘Ollander’ van Quickstep. „Vorig jaar na Gent-Wevelgem ben ik hier afgemaakt. Dat deed me toen wel wat.”

Terpstra maakte destijds weer eens openlijk ruzie, met niemand minder dan Peter Sagan. De wereldkampioen ging er na afloop prat op dat hij de Nederlander expres liet verliezen. Maar zondag was zelfs Sagan kansloos tegen de ontketende Terpstra, die op 26 kilometer voor de eindstreep in de aanval ging, een kopgroep achterhaalde en vanaf de Paterberg solo naar de zege reed. „Als Niki in conditie is en je kunt hem op zijn plaats zetten, zijn er niet veel die zo rap kunnen rijden”, vatte ploegleider Peeters samen.

„Niki beschikt over het sterkste stel benen van allemaal”, wist de vorig jaar gestopte Boonen, drievoudig winnaar van de Ronde, vooraf al. Solozeges in Le Samyn en E3-Harelbeke waren eerder dit voorjaar al het bewijs. Terpstra was beter dan ooit, en dat na wat hij zelf een „kut-jaar” 2017 noemde, toen hij na een derde plaats in de Ronde – in dienst van zijn winnende ploeggenoot Philippe Gilbert – weinig succesvol was. „Ik merkte dat ik niet meer meespeelde.”

Investeren dus maar weer, in de afgelopen winter. „In januari was Niki al twee kilo afgevallen”, onthulde ploegarts Yvan Van Mol in Oudenaarde. Magerder, „scherper” dan ooit. Een tegenvallend openingsweekeinde? „Vorig jaar is hij veel gevallen”, aldus Peeters, oud-meesterknecht van Johan Museeuw en zelf specialist in de Vlaamse voorjaarskoersen. „Het vertrouwen was een beetje weg, hij kon niet wringen. Had met mentaal te maken, hij was wat onzeker.” De remedie? „Ik heb hem op z’n kloten gegeven.”

‘Terecht’ had Terpstra zijn ploegleider geantwoord. De knop ging om, hij gooide zich weer zonder aarzeling in het nerveuze gedrang van het peloton. „Om te winnen heb ik een team nodig en goeie benen en enorm veel geluk.” Tot drie keer toe reed hij Eerste Paasdag naar eigen zeggen midden door een valpartij. „Als ik één meter later kom, lig ik er gewoon tussen.” Wat zou het? De beloning was hem alles waard.