Hoe je moet speuren naar vintage design van morgen

De tijd dat je in een kringloopwinkel voor een habbekrats design scoort, is voorbij. Maar met een vooruitziende blik vind je misschien wel de Eames van morgen.

Peter Marcuse (1933-2017) fotografeerde voor meubelfabrikant Ahrend in de jaren 50 de Revolt-stoelen van ontwerper Friso Kramer op het oude Schiphol. Foto Peter Marcuse

Het vintage design is op. Die klacht hoor je weleens. Ja, de tijd is voorbij dat je in een kringloopwinkel of op Marktplaats voor een habbekrats een Kaj Franck-vaas kan scoren. Bij het grof vuil vind je ook niet snel meer een partij afgedankte kantoormeubelen van Charles en Ray Eames. En op Koningsdag de deur uitgaan in de hoop een Copier-vaas of een Tomado-rekje te jutten, is tamelijk kansloos.

Wie weleens een woonblad doorbladert, een blik werpt in een veilingcatalogus of rondneust op een beurs als Tefaf Maastricht, weet hoe gezocht (en dus prijzig) naoorlogs, modernistisch design is. Een oude, doorleefde Lounge Chair van Eames kost hetzelfde als een nieuwe. Sommige Deense no-nonsense meubelen uit de jaren vijftig zijn vintage zelfs aanzienlijk duurder dan nieuwe exemplaren. Zo kost een vroege Cowhorn-stoel van Hans Wegner het dubbele van eentje die net is gemaakt, en een zeventig jaar oude Chieftain Chair van Finn Juhl doet zelfs minstens anderhalve ton, het tienvoudige van een nieuwe. En dan zullen we maar zwijgen over de prijzen voor oude meubels van Gerrit Rietveld, Jean Prouvé of Charlotte Perriand.

Gespecialiseerde handelaren hebben zich ontfermd over het vintage design van de naoorlogse kanonnen. Zij doen zaken via 1stdibs.com (een digitale vlooienmarkt voor de überrijken), beurzen als Art Basel of de grote veilinghuizen. Hun klanten bestaan vooral uit interieurvormgevers die de tweede, derde en vierde huizen inrichten van de rich and famous.

Hoe die landhuizen, lofts en buitenhuizen zijn ingericht? Kijk naar de interieurboeken van Taschen. Het moderne interieur is een eclectische, internationale mix. Modern en vintage door elkaar, alles kan. Maar de ‘interior decorators’ van de hedgefondsmanagers van deze wereld vissen wel in een klein vijvertje. De schelpvormige lampen van Serge Mouille, de wandkasten van Charlotte Perriand, de stoelen van Hans Wegner, de lampen van Gino Sarfatti en de vazen van Lucie Rie, ze duiken steeds weer op.

Georkesteerde begeerte

Die gemeenschappelijk begeerte is vaak georkestreerd door handelaren met een vooruitziende blik. Eerst proberen ze de hand te leggen op zoveel mogelijk stukken van een relatief onbekende vormgever. En als het pakhuis vol is, komen er gespecialiseerde tentoonstellingen, vergezeld van fraaie catalogi. Zó creëer je een markt.

Een recent voorbeeld zijn de meubels van Pierre Jeanneret. Deze Zwitserse architect, een neef van Le Corbusier, ontwierp in de jaren vijftig meubels voor de overheidsgebouwen in de Indiase modelstad Chandigarh. Die teakhouten stoelen, tafels en kasten bleken duurzaam en gingen decennia mee. Maar toen de moderne tijd zich aandiende, werden Jeannerets meubels voor een paar roepie als brandhout van de hand gedaan of belandden ze op stortplaatsen onder viaducten.

De les is dus om met vooruitziende blik in te kopen

Een paar slimme Franse handelaren zagen tien jaar geleden foto’s van die meubelkerkhoven in Chandigarh en kochten de gedumpte meubels met containers tegelijk op. Een Indiase Jeanneret-stoel kost nu al snel 10.000 euro, een bibliotheektafel 75 mille.

De les is dus om met vooruitziende blik in te kopen. Wie niet het geld heeft voor oude (of nieuwe) Eames- of Wegner-meubels, maar wel graag op karaktervol, doorleefd design zit, moet voor de muziek uit lopen.

Wie zijn de Jeannerets van morgen, en waar kun je die vinden?

Een bekende Nederlandse vintage-handelaar heeft zijn zolder jaren terug al volgestouwd met uit scholen en kantoren afkomstige stoelen van Friso Kramer, de inmiddels 95-jarige ontwerper uit Amsterdam. De redenering van die handelaar: de meubels van Jean Prouvé zijn onbetaalbaar geworden, Kramer zal de volgende modernist zijn waar verzamelaars zich op richten. Sommige van Kramers stoelen worden al duurder, maar vroege Revolt-stoelen zijn op Marktplaats nog altijd voor zo’n 50 euro te vinden.

De Result-stoel, van Friso Kramer en Wim Rietveld (1958). Foto Peter Marcuse

De jaren vijftig zijn afgegraasd. Zoek daarom naar kwaliteitsdesign van recenter datum. Dat is vaak nog voor schappelijke prijzen te koop. Neem het robuuste jaren zestig Ruska-serviesgoed van het Finse Arabia. Die bruin-zwarte borden en theepotten zijn tweedehands soms voor spotprijzen te vinden.

Marktplaats, eBay, zelfs op Koningsdag

Of zoek naar oude Braun-apparatuur ontworpen door Dieter Rams. Vroege Alessi-keukenspullen of kantoorspullen van Danese. De gietijzeren pannen voor Le Creuset van de Italiaanse designheld Enzo Mari. De veelkleurige Vilbert-stoelen die Verner Panton begin jaren negentig voor Ikea ontwierp. Of de Ikea-wandkleden van Hella Jongerius, die in 2009 door Indiase vrouwen met de hand werden geborduurd: Pelle, Mikkel en Gullspira.

Taschen heeft diverse handige low budget design-naslagwerken uitgegeven die als vertrekpunt kunnen dienen voor speurtochten naar bijzondere stoelen, lampen en ander kwaliteitserfgoed. Maak een lijst met gezochte voorwerpen en geliefde ontwerpers en fabrikanten en loop kringloopwinkels af. Ga naar markten met oude meubels en gebruiksvoorwerpen en speciale beurzen voor vintage design, zoals dit weekeinde Design Icons in Amsterdam-Noord.

Lees ook: Speuren naar een horloge met een krasje

Dankbare vindplaatsen zijn ook Marktplaats, eBay, Catawiki, lokale veilinghuizen, het in design gespecialiseerde Botterweg.com. Zelfs op Koningsdag zijn vondsten te doen. Makkelijk en snel gaat het echter zelden. Wie iets bijzonders wil vinden, moet kilometers maken.

Design Icons: 7-8 april in De Kromhouthal, Gedempt Hamerkanaal 231 in Amsterdam. design-icons.com

Correctie 5-4-2018: In een eerdere versie van dit stuk staat in het fotobijschrift dat de Revolt-stoel van Friso Kramer (1953) is afgebeeld. Dat klopt niet, het is de Result-stoel, van Friso Kramer en Wim Rietveld (1958).

    • Arjen Ribbens