Scherp nageleefd klimaatdoel garandeert meer zee-ijs

Modelberekeningen

Als opwarming van de aarde niet boven het in Parijs afgesproken plafond komt, is het risico op een ijsvrije noordpool beperkt.

Satellietfoto van zee-ijsmaximum noordelijk van Canada, 27 februari. Foto AFP/NASA/JEFF SCHMALTZ

De kans dat er in de tweede helft van deze eeuw in de Noordelijke IJszee ’s zomers geen zee-ijs meer drijft, wordt sterk verkleind als de mens erin slaagt de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. Het gebied zou dan statistisch gezien 1 keer in de 40 jaar vrij van zee-ijs zijn. Gaat de opwarming naar 2 graden Celsius, dan doet die situatie zich elke 3 tot 5 jaar voor.

Tot diezelfde conclusie komen verschillende onderzoekers in twee aparte publicaties, die maandag zijn gepubliceerd in Nature Climate Change. Ze berekenden de kansen op basis van klimaatmodellen.

„Dit laat zien waarom we de opwarming moeten beperken tot 1,5 graden”, zegt Julienne Stroeve, hoogleraar Poolobservatie en -modellering aan University College London. Ze was niet betrokken bij de onderzoeken.

Het arctisch gebied warmt twee zo keer snel op dan het aardse gemiddelde. Een belangrijke oorzaak is de verminderende reflectie van zonlicht door de afname van ijs- en sneeuwbedekking in de afgelopen eeuw. Die afname is het meest zichtbaar in de reeks septembermaanden – het oppervlak aan zee-ijs schommelt door het jaar heen en is het minst in de maand september. De afname van het zee-ijsoppervlak in september heeft een lineair verband met de cumulatieve CO2-uitstoot sinds 1850, zo toonde Julienne Stroeve twee jaar geleden met haar Duitse collega Dirk Notz aan. Ze berekenden dat, op basis van de huidige jaarlijkse CO2-emissie, de Noordelijke IJszee naar verwachting rond 2050 zee-ijsvrij zal zijn in september. Het begrip ‘zee-ijsvrij’ is trouwens relatief: het betekent dat de bedekking onder de 1 miljoen km2 komt. De tot nog toe laagste bedekking werd in 2012 bereikt, met een oppervlak van 3,4 miljoen km2.

„Het punt is dat een zee-ijsvrij arctisch gebied voor een bredere impact staat”, zegt Stroeve. Ze duidt op: zeespiegelstijging door het smelten van de Groenlandse ijskap; beïnvloeding van weerpatronen op gematigde breedten; ontdooien van de permafrost en het vrijkomen van enorme hoeveelheden methaan die het broeikaseffect versterken.

In het klimaatakkoord van Parijs (2015) hebben landen afgesproken ernaar te streven de opwarming te beperken tot 1,5 graden Celsius. Maar op basis van de nationale plannen die tot op heden zijn opgesteld, komt de opwarming naar schatting uit op 3 graden Celsius.

    • Marcel aan de Brugh