De kans om als designer een rockster te worden

De Salone del Mobile in Milaan vormt een jaarlijks hoogtepunt voor de designindustrie. Op pad met een stel jonge Nederlandse designers en het gevestigde Nederlandse merk Moooi.

Ontwerpers Esther Jongsma en Sam van Gurp laden de gehuurde vrachtauto in om af te reizen naar Milaan Foto Wouter Van Vooren

In de werkplaats van ontwerpers Esther Jongsma (28) en Sam van Gurp (27) staan dozen vol visitekaartjes. „Het zijn er 30.000”, zegt Van Gurp. „Foutje van de drukker.” Het is maart 2017, over krap twee weken staan ze voor het eerst met hun jonge bedrijf VanTot op de belangrijkste designbeurs ter wereld: de Salone del Mobile in Milaan. Alle kaartjes gaan mee. Jongsma en Van Gurp werken samen vanaf hun eerste jaar op de Design Academie in Eindhoven en zijn privé ook een stel. In hun Eindhovense atelier, op bedrijventerrein Sectie C, hangen half voltooide prototypes van lampen, op hun werkbanken liggen printplaten en op maat gesneden messing onderdelen. Terwijl de deadline nadert zijn de ontwerpen nog verre van af. Ze wachten met spanning op last minute leveringen van leveranciers. „Ieder moment kan er glas voor onze lampen binnenkomen, speciaal voor ons geblazen in Tsjechië.”

Het laten zien van je ontwerpen tijdens de Design Week in Milaan is haast verplichte pelgrimage voor elke designer die wil doorbreken. Je hebt de kans om op te vallen bij trendscouts, journalisten, fabrikanten en inkopers. Maar je kunt ook makkelijk ondergesneeuwd raken in de ontzagwekkende hoeveelheid spullen, merken, mensen, events en locaties. Je merk presenteren op de Salone, hoe pak je dat aan? En wat levert het op?

We gaan op pad met zowel een startend als een gevestigd designlabel voor een kijkje achter de schermen.

‘Hebben jullie een vestiging in New York?’

Jongsma en Van Gurp hebben een ruimte van dertig vierkante meter gevonden in Lambrate, een voormalige industriewijk aan de noordkant van Milaan. Dit gebied wordt tijdens de Salone gedomineerd door kleine labels, designopleidingen en jonge ontwerpers. Om hun spullen in Milaan te krijgen delen ze een gehuurd vrachtautootje met een ander designkoppel uit Eindhoven. „We rijden om Zwitserland heen, anders moet de hele vrachtauto leeg bij de grens. Bovendien hebben we dan een duur vignet nodig”, zegt Jongsma. Tijdens de Design Week stijgen de prijzen van hotels en Airbnb-kamers explosief. Alleen door een appartement te delen met andere ontwerpers zijn de kosten te dragen.

Gevraagd naar hun grootste zorg in de aanloop naar Milaan antwoordt het koppel: „Geld.” De hele onderneming, inclusief de huur van de expositieruimte, hun accommodatie, materiaal voor nieuwe ontwerpen die ze speciaal voor de Salone maken, het vervoer en het inrichten van hun stand, kost hun 18.000 euro. Een gigantische investering, zeker gezien het feit dat Jongsma en Van Gurp maandelijks gezamenlijk ongeveer een tiende van dit bedrag verdienen. Het stel rijdt in een vaalgele Citroën Berlingo, waarop je de plakletters van de vorige eigenaar – een broodjeszaak – nog ziet in de lak.

Foto Ronald Smits
Esther Jongsma en Sam van Gurp bij hun Current Currents-lampen.
Foto Ronald Smits

Hun website daarentegen ziet er uit alsof ze een groot, gevestigd designmerk zijn. Jongsma: „We worden gebeld met vragen als: ‘Kan ik iemand van jullie salesafdeling spreken?’ en ‘Hebben jullie ook een vestiging in New York?’.”

De rode draad in VanTots lampencollectie is geleiding. In hun lampen loopt de stroom niet door een kabel maar is zichtbaar in het ontwerp zelf. „Led-licht hoeft niet in een glazen bol te zitten. Dat is nu nog normaal vanwege de fittingen die we gewend zijn”, vertelt Jongsma. „Maar bij ons mag de printplaat gezien worden. In Milaan willen we onze opvatting over wat je met led kunt bereiken laten zien.” Door kappen van rookglas en verkoperde onderdelen hebben de lampen een warme en elegante uitstraling die knipoogt naar art deco.

‘Het hele bedrijf, zo’n zestig man, is druk met Milaan’

Om te begrijpen hoeveel impact de beurs in Milaan kan hebben voor een gevestigd merk, nemen we ook een kijkje bij Moooi, een van de grote jongens in de Nederlandse designindustrie. Een talent voor show en lak aan conventionele ideeën over smaak hebben het meubelmerk groot gemaakt. In de wijk Tortona huurt Moooi, opgericht door ontwerper Marcel Wanders, een ruimte van 1.700 vierkante meter. Een paar weken voor de beurs van 2017 is de spanning voelbaar in het Amsterdamse kantoor van Moooi. „Het hele bedrijf, zo’n zestig man, is nu druk met Milaan”, zegt publiciteitsmedewerker Nikki Brandenburg. „Het doel is om te ‘overwhelmen’. Ons thema voor dit jaar is hospitality.” Ze rolt de plattegrond uit van hun ruimte aan de Via Savona. „We bouwen een gang van ongeveer 30 meter lang. Aan weerszijden komen kamers met ieder een eigen sfeer. Aan het einde hangen we een lichtsculptuur met 161 lampen uit onze collectie. We hopen dat de stoppen niet doorslaan.”

Moooi staat bekend om de spectaculaire foto’s die de achtergrond vormen voor hun ontwerpen. Dit jaar printen ze het werk van fotograaf Levon Biss op doeken van 4 bij 8 meter. Het zijn close-ups van insecten uit de collectie van het National History Museum van Oxford University, opgeblazen tot monsterlijke proporties.

Artdirector Desirée de Jong heeft tien opbouwdagen en één doorgehaalde nacht achter de rug als ik haar ontmoet bij Moooi in Milaan. Ze is in 2001 door Marcel Wanders aangenomen als junior stylist. „Ik herinner me hoe we met één busje naar Milaan gingen, nu hebben we acht trucks nodig om alles uit Nederland hier te krijgen.”

Foto Andrew Meredith
De ruimtes van Moooi in 2017 op de Salone, als inspiratie voor onder meer interieurontwerpers en hotels.
Foto’s Andrew Meredith

Nikki Brandenburg vertelt waarom Milaan het jaarlijkse hoogtepunt is van hun marketingoperatie. „Bij onze opening ontvingen we journalisten uit de hele wereld en waren onze designers aanwezig. Dat levert de eerste golf publiciteit op. De rest van de week staat in het teken van het in de watten leggen van onze bezoekers, onder wie onze agenten.” Dat gaat om zo’n zeventig mensen, van Scandinavië tot Nieuw Zeeland. „Zij zorgen dat onze collectie en het verhaal erbij terechtkomen bij de dealers.”

De focus ligt dit jaar op de zogeheten ‘contract market’: inrichtingen voor bedrijven en hotels. Er zijn speciale tours voor architecten en interieurontwerpers, bedoeld om de banden aan te halen. „Ondertussen struint ons product development team door de stad, op zoek naar inspiratie en nieuw designtalent om mee samen te werken.”

De lichtsculptuur aan het einde van de donkere gang lokt bezoekers de ruimte in zoals een straatlantaarn muggen aanzuigt. Bijna elke bezoeker loopt rond met zijn smartphone-camera in de aanslag – in een kwartier klikt het publiek een eigen catalogus bij elkaar.

Er worden twintig nieuwe ontwerpen getoond. De Italianen zijn duidelijk dol op de extraverte stijl van Moooi. Als Marcel Wanders later door de Alessiwinkel in Via Manzoni loopt , belagen de verkoopsters hem voor het maken van selfies.

300.000 mensen naar de Salone

Sommige ontwerpers groeien uit tot rockster en sommige Nederlandse bedrijven tot wereldberoemde labels. Om die status te krijgen kun je niet om Milaan heen. Aan het einde van de week blijkt dat ongeveer evenveel bezoekers bij Moooi over de vloer zijn geweest als in voorgaande jaren: zo’n 40.000 van de ruim 300.000 mensen die jaarlijks speciaal naar Milaan reizen voor de Salone.

Acht kilometer verwijderd van de locatie van Moooi bemant Van Gurp de stand van VanTot. Hun ruimte heeft een gewelfd plafond, bakstenen muren en stijlvolle donkerblauwe banieren. „Het is een goede dag vandaag, want we merken dat galeries belangstelling hebben. Dat is heel belangrijk voor ons, want ons werk zit tussen een massaproduct voor een leuke prijs en kunst van duizenden euro’s in.” De ster van hun stand is de nieuwe Current Currents, een lichtgevend gordijn in visgraatpatroon in messing. Het zou goed tot z’n recht komen in de lobby van een groot hotel.

De Current Currents van VanTot in Mint in de Londense galerie van Lina Kanafani. Foto Inge Clemente / Mint

Jongsma is vandaag niet op de stand aanwezig. Ze is in het centrum van de stad bij een groepsexpositie waar ze ook aan hebben meegewerkt. Niet alles ging van een leien dakje: onderweg naar Milaan ging een experimentele lamp kapot en Jongsma kwam een paar dagen voor vertrek met haar arm vast te zitten in een machine. Dankzij een pr-medewerker die ze voor een paar dagen hebben ingeschakeld, kunnen Jongsma en Van Gurp af en toe ook zelf de beurs op om dingen van andere ontwerpers te zien en te netwerken.

Aandacht en nieuwe contacten

Ruim een half jaar later, tijdens de Dutch Design Week in het najaar van 2017 ben ik terug bij VanTot in Eindhoven. Jongsma en Van Gurp hebben hun werkplaats geopend voor publiek; dit keer is het hier zo netjes als een showroom. Er staat een gedekte tafel voor zo’n twintig mensen: VanTot doet mee aan een reeks diners. In de studio’s van Eindhovense designers wordt ‘food design’ in zeventien gangen geserveerd. „We hebben een Chinese handelsdelegatie aan tafel, medewerkers van het Canadese consulaat en familie en vrienden”, zegt Jongsma trots.

Hoe kijken ze terug op hun aanwezigheid in Milaan, eerder dat jaar? „Onze relatie heeft Milaan overleefd”, zegt van Gurp lachend. Jongsma: „We hadden onze twijfels: gaat het ons iets opleveren om daar te staan? Maar het heeft goed uitgepakt.” Ze noemt publiciteit: „Het Eindhovens Dagblad vergeleek ons met Piet Hein Eek”. En interessante contacten: „Hermès is twee keer teruggekomen naar onze stand”. Het opvallendste resultaat is dat hun werk wordt geëxposeerd in Mint , een galerie in Londen. „We hebben de eigenaresse, Lina Kanafani, die bekend staat als de ‘Rosanna Orlandi van Londen’, ontmoet in Milaan.” Dankzij deze Londense connectie krijgen ze nu bestellingen voor hun Current Curtain.

De Nederlandse ontwerper Joris Laarman is wereldberoemd en was volgens The Wall Street Journal zelfs ‘Innovator of the Year’. Lees ook het interview met hem: ‘We zouden een ministerie van Toekomst moeten hebben’

De jonge designers krijgen inmiddels ook royalties binnen van hun Limpid Light-hanglampen, die in kleine oplage worden geproduceerd door het Nederlandse bedrijf Eikelenboom. Hun agenda zit propvol: ze hebben een pitch gewonnen voor de verlichting van een energieneutraal stadspark in Eindhoven. Hiervoor werken ze samen met een bedrijf op de Eindhovense High Tech Campus dat flexibele zonnepanelen maakt. Ook zijn ze uitgenodigd voor de ‘Design Challenge’ van de Dutch Design Foundation. Hun vooruitzichten zijn sinds Milaan internationaler geworden: ze hebben een agentschap gevonden dat hen nu representeert in Hong Kong en gaan meedoen aan een designbeurs in Dubai. Om hun groei te begeleiden zoeken ze een mentor die hen kan helpen met strategie en financiën. Dit jaar, van 17 tot 21 april, staan Jongsma en Van Gurp opnieuw in Milaan, dit keer in de zogenaamde Salone Satellite, een eervolle plek voor jong talent in een van de hallen van de officiële meubelbeurs.

    • Ebele Wybenga