Op de set van ‘Cobain’: ‘O jee, wordt er vandaag al gekotst?’

Reportage Op de set van ‘Cobain’, de nieuwe film van regisseur Nanouk Leopold, wordt een sleutelscène van zeven minuten gedraaid. Hoe gaat Leopold te werk? Wat blijft er in de film van over?

Zoon Cobain (Bas Keizer) en moeder Mia (Naomi Velissariou).

De scène. De ooit uit huis geplaatste, vijftienjarige Cobain heeft weer contact met zijn hoogzwangere moeder Mia. Tijdens een voetbalwedstrijd en barbecue voor verslaafden aan de Kralingse Plas in Rotterdam ziet hij haar stomdronken worden. Groeit zijn ongeboren broertje of zusje straks net zo op als hij? Ze krijgen ruzie.

De opname: 6 en 7 september 2017. Eigenlijk was de scène voor medio juli gepland, maar een oogontsteking van hoofdrolspeler Bas Keizer gooide het schema overhoop. Een tegenvaller voor de tientallen figuranten, verslaafde cliënten van de Rotterdamse Nico Adriaans Stichting. Nu hebben zij alsnog hun uitje. De sfeer is relaxed. Er zijn worstjes, saté en marshmallows. Een kampvuurtje.

Regisseur Nanouk Leopold cirkelt rond de actie. Haar cameraman schiet vanaf de heup, met een ‘Easy Rig’ om het beeld stabiel te houden. Leopold: „Ik streef naar een losse stijl met veel ruimte voor improvisatie en gelukkig toeval. We draaien gewoon veertien minuten tot het kaartje vol is.” Zo schoot ze ook haar vorige film, Boven is het stil. „Maar dat was met twee of drie acteurs in een boerderij.”

De scène speelt vlak voor én na zonsondergang. Rond half zeven gordt Naomi Velissariou, die de zwangere Mia speelt, haar stuntbuik aan. „Dat ding kost wel 6.000 euro.” Figuranten geven op een kleedje een toeter van een joint door. „Mogen wij straks ook meedoen aan Cobain 2 en Cobain gaat naar Amerika?”

„Naomi, je mag zo kotsen”, zegt Leopold. Setdresser Mark schrikt op. „O jee, wordt er vandaag al gekotst? Mijn kotsspulletjes staan thuis in de koelkast.” Hij improviseert een papje van broodkruimels, appelsap en couscoussalade. „Mooi korrelig.” Na een proefslok: „Bah, dit is echt te vies. Ze moet maar gewoon bier kotsen.”

Rond zeven uur valt het ‘magisch licht’ in: molen, zeilmasten en flats glitteren als goudstaven rond de plas. Take één. Met sigaret en blikje bier twerkt moeder Mia met haar stuntbuik tegen een gezette dame op. Cobain kijkt vanachter de barbecue stuurs toe, ruimt dan opdringerig op. Hij wil dat Mia vertrekt. „Ik ga naar huis als ik da wil.” Moeder en zoon duwen en trekken. „Wat heb ik ooit aan jou gehad?”, loeit Mia. „Ik wilde gewoon iets voor mezelf. Rot op dan. Ga maar huilen, jochie.”

Scenarioschrijver Stienette Bosklopper: „Dat zie je vaak bij tienermoeders. Die willen zo’n kindje voor zichzelf. Iets wat van hen is.”

In take twee dient een hulpverlener als Mia’s twerkpaal, in take drie een Hindoestaanse man met grote baard. Cobain biedt zijn moeder nu een worstje aan. „Nee, ik lus dat nie.” Leopold is nog lang niet tevreden over hun handgemeen. „Ze moeten nog wat in de stemming komen. Hij durft haar niet echt hard te duwen.” In de schemering volgt ze Cobain, die boos over het strand weg beent. „Kutwijf”, roept hij over zijn schouder.

Bij take vijf verloopt de ruzie „steeds lekkerder”. De straatverlichting floept aan.

7 september, laatste draaidag. Het is nu bewolkt. Geen probleem, zegt Leopold: „Ik wil heel veel beeldmateriaal, bij de montage zie ik wel wat aan elkaar past.” Nog enkele takes in de schemering: moeder en zoon meppen er nu monter op los. „Kutzooi!” „Hou je poten thuis, loser!” Terwijl Cobain afdruipt, concentreert Leopold zich op reactieshots van Mia.

En: „It’s a wrap!” Het laatste shot. Acteurs en figuranten wandelen in het donker naar de catering.

Epiloog. Dat improviseren met figuranten beviel haar prima, zegt Nanouk Leopold een half jaar na dato. „Ik heb er veel van gebruikt. Die man die tussen Mia en Cobain springt dacht dat zij echt ruzie hadden.”

Toch bleek de montage lastig. De scène duurt bijna zeven minuten, testpubliek vond dat te lang. Leopold: „Je moet dan goed luisteren naar de kritiek, niet zozeer naar hun oplossingen. Het probleem bleek niet de lengte, maar dat je eerst ziet wat misgaat tussen Mia en Cobain en er daarna tekst volgt. Die tekst is visueel al verteld, als subtekst.” Dus sneuvelde een lange dialoog.

Wel zondigde Leopold „tegen alle filmregels” met het laatste beeld: Mia die de boze Cobain peinzend nakijkt. Dat wekt verkeerde anticipatie, want ze verdwijnt daarna een half uur uit de film. „Toch geloof ik dat het nodig was”, zegt Leopold. „Ik durf nu op mijn intuïtie te vertrouwen.”