Ook een bank mag niet alles

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: diefstal van een licentiecode en de zorgplicht van banken.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Hoe ver mogen banken gaan bij het bedingen van zekerheden als bedrijven op de rand van een faillissement balanceren? Eind maart leed Rabobank een gevoelige nederlaag. Het gerechtshof Arnhem constateerde wangedrag bij het faillissement van het bouwbedrijf Midreth in 2011. In de laatste, wanhopige fase van het bedrijf kreeg Midreth een noodkrediet van 7,5 miljoen euro, waarvoor de bank een fee voor zichzelf van 2 miljoen bedong, bovenop de al hoge rente.

De bank gaf daarna samen met andere financiers nog 20 miljoen, eveneens met een vergoeding van 20 miljoen. De aandeelhouder moest 60 procent van zijn aandelen overdragen, voor slechts 1 euro. De bestuurder had privé al een ‘borgtocht’ van 5 miljoen euro aan de bank verstrekt.

Het hof vindt dit alles een schending van de bancaire zorgplicht. Een bank moet ook altijd met de belangen van de cliënt rekening houden. Daarnaast gedroeg Rabobank zich onrechtmatig. De aandeelhouder en bestuurder werden gedwongen aandelen te verkopen op een ongunstig tijdstip tegen een te lage waarde. De fees noemt de rechter excessief en zeer nadelig voor het bedrijf. Dat verkeerde in een dwangpositie. De ‘financiële existentie’ van aandeelhouder en bestuurder stonden op het spel. De bank had dat ‘redelijkerwijs moeten begrijpen’ maar maakte misbruik van de situatie.

Uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2018:2893