NS partner van Holocaust Museum in oprichting

Beladen verleden Spoorbedrijf NS en het Nationaal Holocaust Museum worden voor vijf jaar partners. In de oorlog deporteerde het bedrijf met Nederlands personeel duizenden joden naar doorgangskamp Westerbork.

Roger van Boxtel, President-Directeur van de NS tijdens een persbijeenkomst in het Nationaal Holocaust Museum. Foto Robin van Lonkhuijsen/ ANP

NS wordt partner van het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam. Het spoorbedrijf verbindt zich voor een periode van vijf jaar aan het museum in oprichting. Naast geld bestaat het partnerschap uit het beschikbaar stellen van archiefmateriaal en inzet van personeel voor bijvoorbeeld marketing. Dat heeft Roger van Boxtel, president-directeur van NS, dinsdagmiddag bekendgemaakt tijdens een persconferentie in het Holocaust Museum. Het precieze bedrag dat NS schenkt wil hij niet noemen, maar „het is een bedrag met vijf nullen”. Van Boxtel: „Afhankelijk van de besteding kan het bedrag per jaar variëren, dat moeten we nog uitwerken. Het gaat erom dat wij ons aan het museum verbinden.”

De combinatie NS en Holocaust is beladen. Veel van de ruim 100.000 vermoorde joden uit Nederland zijn weggevoerd met Nederlandse treinen, door Nederlands spoorwegpersoneel. Extra treinen uit Amsterdam en Rotterdam reden naar kamp Westerbork in Drenthe. Vandaar werden joden per trein vervoerd naar vernietigingskampen in Duitsland en Polen. „De rol van NS in de oorlog is moeilijk om mee te leven”, aldus Van Boxtel.

Hij wil dat het bedrijf, destijds volledig in bezit van de staat, zich bewust blijft van die rol. NS is ook betrokken bij het Nationaal Fonds 4 en 5 mei, Herinneringscentrum Kamp Westerbork en de Stichting Sobibor. Op en rond stations staan 128 monumenten ter herinnering aan de Holocaust. In 2005 bood Van Boxtels voorganger Aad Veenman excuses aan voor de rol van NS in de Tweede Wereldoorlog. Van Boxtel: „Het Nationaal Holocaust Museum is bij uitstek een plek om onze verantwoordelijkheid uit te dragen.”

Rol van NS

Emile Schrijver, algemeen directeur van het Joods Cultureel Kwartier waar het museum toe behoort, vindt het „ongepast, om nu nog steeds slechts met de ethische blik van goed en fout naar de rol van NS te kijken”. Schrijver: „Ik vind het belangrijk dat een bedrijf dat bij de oorlog betrokken was en een kritisch museum samen kunnen werken.”

De rol van NS komt zeker aan bod in het museum, zegt hij. „De associatie met treinen is zo expliciet, daar moet je iets mee. Ik denk dan eerder aan een deel van de vaste expositie dan een aparte tentoonstelling.” In Duitsland ontstond in oktober vorig jaar ophef over het voornemen van Deutsche Bahn om een trein naar Anne Frank te vernoemen. In februari zag het bedrijf af van deze „inschattingsfout”.

In mei 2016 opende het Nationaal Holocaust Museum voorlopig in de voormalige Hervormde Kweekschool aan de Plantage Middenlaan, tegenover de Hollandsche Schouwburg waar tienduizenden joden – 104.000 joden uit Nederland zijn vermoord – voorafgaand aan hun deportatie gevangen zaten. In 1943 werden circa 600 kinderen gered door ze uit de naastgelegen crèche naar de kweekschool te smokkelen.

Het museum wil vanaf 2019 in beide gebouwen (kweekschool en schouwburg) de geschiedenis van de Holocaust in Nederland laten zien. De eerste zeven jaar is daar 23,3 miljoen euro voor nodig, waarvan 13,3 miljoen euro moet komen van partnerschappen met bedrijven, fondsen en particulieren. NS is de eerste partij die een substantiële bijdrage levert, het museum hoopt dat andere bedrijven volgen. Het Rode Kruis is geïnteresseerd, zegt Schrijver. Het ‘harde’ bedrijfsleven is lastig zegt de directeur, want de tegenprestatie voor sponsoring is moeilijk. „In het Rijksmuseum kun je relaties uitnodigen voor een diner, dat ligt hier wat lastiger.”

Correctie 4 april 2018: In een eerdere versie van dit artikel was sprake van deportatie van ruim 11.000 joden uit Nederland per trein. Het precieze aantal is onbekend. Bekend is dat tussen juli 1942 en voorjaar 1945 alleen al 200 treinen hebben gereden tussen Amsterdam en Westerbork; dat gaat om 60.000 mensen.