Een buitenhuis in een oude olijfgaard

Buitenhuis Jarenlang gaf couturier Mart Visser een compleet wit diner onder de olijfbomen van zijn huis in Frankrijk. Na een emotionele editie stopte hij ermee. „Iedereen aan tafel moest huilen.”

Negentien jaar geleden reed couturier Mart Visser (49) met zijn partner en een makelaar rond in Zuid-Frankrijk, op zoek naar een buitenhuis. Het was december – op een koude, druilerige dag met regen bekeken ze twintig huizen. Overal waren de luiken dicht. Dit was het laatste huis. „We reden naar beneden en ik zei tegen de makelaar: ‘Ik wil naar boven, ik wil uitzicht!’ Maar toen we bij de poort aankwamen, wist ik: dit is het.”

Het is gebouwd in een oude olijfgaard. „Op oudejaarsdag hebben we het gekocht. Het was van een oud echtpaar uit Parijs, de man zette de handtekening terwijl de tranen over zijn wangen rolden, met veel moeite nam hij afscheid van het huis.”

Visser heeft er weinig aan gedaan, alle oude vloertegels zitten er nog in. Wel heeft hij overal de tussendeuren weggehaald en de trapleuning weggezaagd, waardoor er meer ruimte is in de gang. „Ik heb zelf de kozijnen lichtblauw geschilderd, daar ben ik twee zomers mee bezig geweest.”

Omringd door dennenbomen, hadden ze eerst wat de Fransen noemen ‘vue nature’. „We zaagden wat bomen om en zagen de zee. Nu hebben we ‘vue mer’.”

Bijzonder diner

Tien tot twaalf weken per jaar is hij hier. Met het vliegtuig doet hij er van deur tot deur 4,5 uur over. Vaak gaan ze samen, in februari was hij er in zijn „uppie – zalig, doodstil.” Het Franse leventje bevalt hem. Elk seizoen heeft zijn charme. De dagen in de zomer zijn warm en loom; de halve dag hangt hij in het zwembad. „Aan het eind van de week liggen er drie T-shirts en twee broekjes in de wasmand.” In het najaar lopen ze via een oude Romeinse trap naar het dorp. „Een waanzinnige workout, we komen bezweet aan in het dorpje. Onderweg stoppen we bij een uitkijk van de Romeinen en dan voel ik: het leven hier heeft in de verste verte niets te maken met mijn leven in Amsterdam.”

Midden in de zomer is Visser jarig. Jarenlang vierde hij dat in Frankrijk met een ‘dejeuner blanc’ onder de olijfbomen. „24 gasten, iedereen gekleed in casual wit, de tafel spierwit gedekt en twee meisjes uit het dorp in de bediening.” In 2004 was de laatste keer. „We hadden een dierbare vriendin verloren, ze stierf bij de bevalling van haar dochter. De weduwnaar was bij ons etentje. Een lokale Franse dame zong L’áigle noir van Barbara en dat was zó ontroerend, iedereen aan tafel moest huilen. Toen dachten we: mooier dan dit wordt het niet.”