Laat zo’n man toch roepen, vinden gematigde imams

Moslimgemeenschap Voor de ophef had bijna niemand in de gaten wat de radicale prediker Fawaz Jneid had gezegd. „Hij drijft mensen uit elkaar.”

De omstreden imam Fawaz zou een lezing geven maar is niet komen opdagen in verband met een gebiedsverbod in de Haagse Schilderswijk en de wijk transvaal. Foto Jerry Lampen/ ANP

De Vereniging Imams Nederland (VIN) is eruit. Ze gaat géén verklaring uitgeven over de radicale uitlatingen van de prediker Fawaz Jneid. Die had in een internetpreek gezegd dat de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb de islam „bestrijdt” en „beledigt”.

De vereniging, waarbij ongeveer honderd gematigde imams zijn aangesloten, nam het besluit na lang wikken en wegen, vertelt secretaris Charif Slimani, imam in de Marokkaanse moskee in Roosendaal. „Er zijn zoveel mensen die gekke dingen zeggen. Ook moslims, ja. Dan kunnen we elke dag wel met een verklaring komen. Burgemeester Aboutaleb kan zichzelf uitstekend verdedigen.”

Waar blijven de gematigde moslims in de discussie over de radicale Jneid? Dat was afgelopen dagen een veelgestelde vraag op sociale media. Aanleiding was onder meer een stuk van cultureel psycholoog Keyvan Shahbazi in de Volkskrant. Shahbazi, zelf niet gelovig, vroeg zich af: „[...] waarom blijft het elke keer zo oorverdovend stil”, als Jneid zich aan zijn abjecte opvattingen overgeeft? Door zich actiever te uiten, tonen gematigde moslims een andere kant van de islam dan Jneid laat zien.

Slimani, van de imam-vereniging, trekt zich de oproep aan. „Nu u ons belt, kunnen we best een reactie geven”, zegt hij. „We vinden de uitspraken van Jneid niet kunnen. Je kunt niet zomaar iemand buiten de islam plaatsen. We nemen afstand van de uitspraken van Jneid. Wij kennen Ahmed Aboutaleb goed, hij is lang geleden bij ons op de vereniging geweest en heeft een studiedag begeleid over hoe we om moeten gaan met de media. Hij verdient dit niet.”

Openlijke stellingnames

De VIN had best eerder met een reactie kunnen komen, geeft de secretaris toe. „Maar we hebben ook andere dingen aan ons hoofd. Halal slachten is zo’n onderwerp. We begeleiden nieuwe imams. Ze moeten leren hoe ze zich moeten bewegen in de Nederlandse multiculturele samenleving. We organiseren conferenties. Genoeg te doen!”

Ook Mohamed Ajouaou, docent islamitische theologie aan de Vrije Universiteit en auteur van het boek Wie is moslim? (2014), kan zich voorstellen dat het geen openlijke stellingnames regende van gematigde moslims. „Veel moslims hebben namelijk het gevoel dat ze al stelling hebben genomen”, aldus Ajouaou. Zo is Jneid in maart 2012 uit het bestuur van de radicale Haagse Assoenna moskee gezet. „Daarmee is Jneid al behoorlijk geïsoleerd geraakt”, aldus Ajouaou. Ook zijn veel islamitische gemeenschappen veel kritischer geworden bij het screenen van rondreizende predikers die zij willen aantrekken als voorganger. „Wat kun je concreet nog meer doen?”, vraagt Ajouaou zich af.

De VU-docent vindt wel dat moslims zich meer bewust moeten worden van de gevaren die ‘verketteringsretoriek’ zoals die van Jneid met zich meebrengt. Daarbij worden niet- of anders-gelovigen al snel als minderwaardig beschouwd. Op zichzelf hoeft die retoriek niet tot terrorisme te leiden, maar ze kan er wel toe bijdragen, aldus de VU-docent. De verketteringsretoriek is daarmee ook „een theologisch en moreel probleem voor moslims zelf”, aldus Ajouaou.

Een blik op sociale media leert dat het best lastig is voor vrijzinnige of gematigde moslims om positie te kiezen. De kans op afwijzende of hatelijke reacties van geloofsgenoten is groot.

„Ik heb meer respect voor Fawaz dan voor Aboutaleb”, schrijft de een op Facebook. „Laat die man zijn recht van meningsuiting uiten, hij heeft niets verkeerd gezegd”, zegt een ander.

Wereldwijde gemeenschap

Het gaat daarbij niet alleen om het recht op vrijheid van meningsuiting voor Fawaz. Moslims wordt van jongsaf aan onderwezen dat ze deel uitmaken van de wereldwijde moslimgemeenschap, de oemma, en daarom elkaar niet moeten afvallen. „Discussie tussen moslims over een moslim”, schrijft iemand op Facebook, „en de aanstichters lachen zich een ongeluk. Goed bezig, Ummah!”

Azzedine Karrat, imam van de Essalammoskee in Rotterdam, heeft de bewuste preek van Jneid nog even beluisterd. „Het was een emotionele preek van Fawaz Jneid”, zegt Karrat, die ook lid is van de VIN. „Hij noemt Aboutaleb niet een afvallige, maar hij valt hem wel aan. Theologisch én ethisch ben ik het niet met hem eens. Hij drijft mensen uit elkaar, in plaats van dat hij mensen bij elkaar brengt. Maar zolang hij binnen de kaders van de wet blijft, moeten we hem laten roepen.”

Karrat vindt alle aandacht voor Fawaz verkeerd. De ophef maakt zijn bereik alleen maar groter, stelt hij. Hij wijst erop dat aanvankelijk de betreffende Facebook-preek slechts enkele tientalen ‘likes’ scoorde. Inmiddels zijn dat er veel meer. „De man heeft aanhangers, vooral onder salafisten”, zegt Karrat. „Maar dat is een relatief kleine groep. Zijn enige podium is het internet, en het zijn vooral jongeren die predikers via sociale media volgen. Maar omdat Fawaz geen Nederlands spreekt, kan 99 procent van de jongeren hem niet verstaan. Dus ik zou zeggen: besteed geen aandacht aan die man.”