Kikkers resistenter tegen schimmel

Amfibieënziekte

Een gezonde klompvoetkikker uit Panama die de schimmelepidemie overleefde. Foto Cori Richards-Zawacki

Hoe eindigt een dodelijke infectieziekte? Zelden door het algehele uitsterven van een soort. Maar hoe een epidemie dan wél tot stilstand komt, is moeilijk vast te stellen. Daarom deden Noord- en Midden-Amerikaanse biologen langlopend onderzoek naar één infectieziekte in het bijzonder: chytridiomycose, een schimmelziekte die voorkomt onder amfibieën. Vrijdag publiceerden de biologen hun resultaten in Science.

Chytridiomycose wordt veroorzaakt door twee schimmels: Batrachochytrium dendrobatidis (Bd) en Batrachochytrium salamandrivorans (Bsal). Die eerste variant maakt al sinds eind jaren negentig wereldwijd dodelijke slachtoffers onder ruim 440 amfibieënsoorten, hoofdzakelijk onder padden en kikkers. De tweede variant heeft in Nederland sinds 2008 de populatie vuursalamanders vrijwel geheel uitgeroeid. Ook in omringende landen gaan veel salamanders dood aan de Bsal-variant.

De Amerikaanse onderzoekers deden sinds 2004 specifiek onderzoek naar het voorkomen van de Bd-variant bij in Panama levende kikkersoorten, op drie locaties: El Cope, El Valle en het nationale park Altos de Campana. Daar vond respectievelijk in 2004, 2006 en 2007 een uitbraak van de infectieziekte plaats.

Nu blijkt dat negen van de twaalf onderzochte soorten tot op zekere hoogte herstelden. Met sommige van die soorten ging het vijf jaar na de uitbraak al een stuk beter; andere soorten hadden tot dertien jaar nodig om er weer enigszins bovenop te komen. Omdat de onderzoekers monsters van de schimmel en de kikkerhuid hadden genomen voor, tijdens en na de epidemie, konden ze onderzoeken of de kikkersoorten overleefden omdat hun weerstand in de loop van de tijd beter werd, of dat de schimmel verzwakte.

De biologen vonden geen bewijs voor tragere schimmelgroei, en ook leek de schimmel niet minder dodelijk te zijn: kikkers die in gevangenschap gefokt waren en werden vrijgelaten, hadden beduidend minder weerstand tegen de ziekte dan in het wild levende soorten. Dat duidt er volgens de biologen op dat die wilde kikkers resistenter zijn geworden.

Een alternatieve verklaring zou zijn dat er bij de negen soorten waarmee het beter gaat sprake is van aanwas vanuit naburige gebieden, waar de kikkers niet getroffen zijn door de schimmelinfectie. Aannemelijk is dat niet, schrijven de onderzoekers, want de kans is groot dat die ‘immigrerende’ kikkers vervolgens ook vatbaar worden voor de epidemie. Omdat de schimmel nog steeds niet is uitgeroeid, gingen de onderzoekers extra voorzichtig te werk: bij elk individu dat ze bemonsterden droegen ze een nieuw paar rubberhandschoenen, om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Het gevaar van Bd is dus nog niet geweken, en de dreiging van Bsal evenmin: vorig jaar nog kwamen Vlaamse onderzoekers in Nature met het nieuws dat vuursalamanders bijzonder gevoelig zijn voor de schimmel en dat ze er tot op heden geen weerstand tegen hebben opgebouwd. Annemarieke Spitzen van Ravon (het Nederlandse onderzoeksinstituut voor amfibieën, reptielen en vissen): „In Nederland werden de eerste dode salamanders tien jaar geleden gevonden. Sindsdien is de soort met zo’n 99,9 procent afgenomen. Het zou heel interessant zijn om te onderzoeken of de nakomelingen van de overgebleven dieren een andere immuunrespons hebben tegen de schimmel.” De Bsal-schimmel is meegelift met Aziatische salamanders die via dierenhandelaars in Europa terecht zijn gekomen. In Azië is de infectieziekte al zo’n 150 jaar bekend. Zelf hebben de Aziatische exemplaren nauwelijks last van de ziekte, en kunnen met de schimmel op de huid overleven.